Dag 42 – woensdag 13 okt. 2021

Reisdag van Finisterre naar Santiago de Compostela en Lavacolla

Esther en ik hadden vandaag nog ruim de tijd om relaxed onze ochtend in te delen. We wilden de Monbus nemen die uit Finisterre om 11:45 uur zou vertrekken. De rugtassen hadden we al ingepakt voordat we gingen ontbijten. Het was opnieuw prachtig weer en na de koffie en thee met geroosterd brood zijn we lekker door een deel van Finisterre gewandeld waar we nog niet waren geweest. Na afloop zijn we gaan uitchecken bij het hotel en bij het busstation gaan wachten. Er waren een groot aantal pelgrims die vandaag terug gaan naar Santiago de Compostela. De bus kwam iets later dan gepland, maar iedereen kon ruimschoots mee. Het was een mooie route die de Monbus reed. Aanvankelijk langs plekken waar we ook hadden gelopen, zoals Sardiñeiro, Corcubión en Cee en we zagen pelgrims die nu op weg waren naar Finisterre. Later reden we door andere kustplaatsen, zoals Carnota, Muros en Noia. Bij die laatste plaats verlaat de bus de kustweg om de laatste 35 km. deels over de snelweg af te leggen. Zodra de bus de buitenwijken van SdC bereikt is de werkelijke grootte van de stad te overzien. Ook de rol die Santiago als universiteitsstad heeft. Het heeft een enorm ziekenhuis, delen met supermoderne architectuur en overal faculteiten. De route eindigt bij het nieuwe busstation naast het spoorwegstation. We laten de rugtassen achter in twee lockers en zijn met stomheid geslagen dat bij de informatiebalie van het busstation een chagrijnige mevrouw haar werk doet zonder ook maar één woord over de grens te spreken. Dit terwijl er in SdC veel internationale pelgrims op bezoek zijn, waarvan een deel ook met de bus (terug-)reist.

Monument in de haven van Finisterre
Punta do Castelo
Fotograaf in actie
Praia Corveiro (een klein verborgen strand)

We wandelen naar de binnenstad en gaan eerst een plek zoeken om iets te eten. Bij het eerste restaurant moeten we reserveren om een uur later pas te mogen lunchen, maar bij het tweede hebben ze plek voor ons. We hebben trek en nemen beide een voor en hoofdgerecht met vis. Es neemt gegrilde inktvis met aïoli als voorgerecht en tong als hoofdgerecht en ik neem soep met zeevruchten als voorgerecht en gamba’s met wilde paddestoelen en knoflook als hoofdgerecht. We hebben heerlijk zitten eten. Het is druk in de stad en het is best leuk om de nooit aflatende stroom van peregrinos te aanschouwen. Het opvallende is ook dat er geen stereotiepe pelgrim is. Er lopen en fietsen mannen en vrouwen, scholieren en gepensioneerden, hippie achtige types en mensen in designer kleding, van alles wat. Het voelt ook goed dat wij daar nu ook deel van uitmaken. We gaan nog wat kleine dingen kopen om mee te nemen, want veel ruimte in de rugtassen hebben we niet. Waar we ons zinnen op hebben gezet zijn we iig gelukkig voor geslaagd, maskers van ‘Sargadelos’. Dit is een merk porselein uit Galicië die serviesgoed maar ook kunst produceert. Dit waren ook de maskers die we in de keuken van het hotel in Friol hadden gezien. Na afloop van het shoppen gaan we naar het busstation om onze bagage op te halen. Met de stadsbus rijden we in een klein halfuurtje naar Lavacolla en ook hier volgt de bus een deel de pelgrimsroute. In hotel Garcas, waar we ook de nacht dat Es aankwam hadden geslapen, checken we in en staat keurig de tas klaar met spullen die we daar twee weken geleden hadden achtergelaten. We bestellen een taxi voor morgenochtend 5:00 uur, want het toestel van Vueling vertrekt om 7:00 uur naar Barcelona. De rugtassen moeten opnieuw worden ingepakt en we zijn klaar voor de terugreis. Dit is het laatste berichtje vanuit Noord Spanje en morgen komt de afsluitende uit ons ‘koude kikkerlandje’. O nee, we hebben ruimte overgelaten in onze rugtassen om wat zon en warmte mee te nemen, fijn voor iedereen en kunnen Es en ik wat makkelijker acclimatiseren.

Mosselen, Octopus, T bone steak, Entrecôte, alles ligt open en bloot te wachten om bereid te worden

Buen Camino

Dag 41 – dinsdag 12 okt. 2021

Rustdag in Finisterre.

Het strand van Langosteira

En een rustdag hebben we ook echt genomen. Dit keer bleven wij maar gewoon liggen toen we om 6:00 uur wakker werden. Uiteindelijk stonden we om 8:30 uur toch maar op en gingen rond 9:15 uur ontbijten in een café restaurant naast ons hotel. Om niet helemaal niets te doen zijn we lekker door het dorp gaan slenteren en hebben de haven van Finisterre bezocht. Er werd een marktje opgebouwd met vooral kleding en schoeisel. Es had zin in een strandwandeling, dus zijn we naar het strand van Langosteira gelopen en hebben daar ontspannen pootje gebaad. Het grote strand van Finisterre is stil, slechts enkele gezinnen met kinderen maken er gebruik van. Dit terwijl het een Nationale feestdag is en bijna iedereen dus vrij is. We zoeken wat mooie schelpen om mee naar huis te nemen en relaxen wat op een bankje in de warme zon.

Uiteindelijk besluiten we te gaan lunchen in hetzelfde restaurant waar we gisteren ook hadden gegeten en zijn opnieuw tevreden over de kwaliteit en de service. Net als echte Spanjaarden trekken we ons een uurtje of wat terug om siësta te houden en na afloop van ons middag dutje gaan we naar de haven. We willen deelnemen aan een boottocht door de baai en de ondergaande zon aanschouwen voor de vuurtoren van Finisterre. Het wordt een heerlijke boottrip met een prachtige sunset. We zijn slechts met enkele passagiers aan boord, maar wel met drie hondjes. Het waait nauwelijks en de zee is bijna zonder golfslag. Een ideaal moment voor zo’n boottochtje. We varen een deel langs de kust waar we gisteren hebben gelopen en herkennen plekken. Op het laatst vaart de boot richting de Faro en dobbert op de Atlantische golfslag. De zon zien we aanvankelijk boven de landtong dalen en op het laatst richting Amerika achter de horizon verdwijnen. Het licht kleurt van een felgeel naar een warme oranje rode gloed. We genieten van deze apotheose van onze reis. Nadat de zon is verdwenen en het merkbaar frisser wordt zet de boot koers naar de haven, met in z’n kielzog de vissersbootjes die huiswaarts keren. De meesten willen vóór donker terug zijn in de haven van Fisterra. Nadat we zijn afgemeerd gaan we eten in een visrestaurant, waarbij Es voor Calamaris met patat kiest en ik gegrilde octopus met gekookte aardappelen, een lokale specialiteit. Onze maaltijd sluiten we af met een punt Santiago taart en onze dag kan niet meer stuk.

Buen Camino

Dag 40 – maandag 11 okt. 2021

Etappe 33 en 9 – van Cee naar Finisterre. Gepland 17,1 km. en gelopen 17,4. Rob totaal 800,1 en Esther 213,8 km.

We hebben het einde van onze Camino bereikt, we hebben het eind van de wereld bereikt. Onze gastheer van hotel Larry legde ons vanochtend in Cee in de watten. Het hotel is ietwat gedateerd, maar we voelden ons echte gasten. We kregen geroosterd brood, vers geperst sinaasappelsap, thee en café con leche en bij vertrek een welgemeende handdruk toe. Voor zoveel gastvrijheid zou je er alleen al boeken. De man zou ook regelen dat Esther haar rugtas bij het hotel in Finisterre zou worden afgeleverd. De ochtendzon stond nog laag toen we door het centrum van Cee naar Corcubión liepen, de zustergemeente van Cee. Es en ik konden mooie foto’s maken van het ochtendlicht over de baai. We kwamen veel pelgrims tegen, waaronder Boudewijn uit Nederland. Hij was een week later dan ik gestart op de Camino del Norte in Santander. Ook Chantal uit België kwamen we tegen, nu samen wandelend met haar echtgenoot die naar Santiago de Compostela was komen vliegen. We zouden de hele dag bekende en onbekende pelgrims tegenkomen.

De baai bij Cee
Zicht op Corcubión
Opkomende zon boven Cee
Een bijzondere bank aan de boulevard van Corcubión
Corcubión

Het was vandaag een relatief korte etappe, dus we deden het rustig aan en we keken ook niet op een metertje meer. Zou ik vandaag de grens van 800 gewandelde kilometers overschrijden, of zou ik er net onder blijven? Ik ben natuurlijk wel zo ambitieus om er naar te streven die grens te passeren. We hebben prachtig weer en al snel verdwijnen de vesten in de rugtas. We lopen veel door naaldboombossen dus de geur is heerlijk. Zodra we de 1ste heuvel hebben beklommen zien we voorbij San Roque voor het eerst in de verte Finisterre liggen met de vuurtoren goed zichtbaar aan het eind van de landtong. Dit wordt onze uiteindelijke bestemming van vandaag.

San Roque
Zicht op de vuurtoren van Finisterre

De landtong waar Finisterre, of Fisterra in het Galicisch, op ligt noemden de Romeinen ‘Promontorium Nerium’, de ‘Finis Terrae’, “het einde van de wereld”. Daar waar de ‘Mare Tenebrosum’, de zee van duisternis, zoals zij de Atlantische Oceaan noemden, begon. Er is een traditie dat pelgrims na een duik in zee, bij de vuurtoren gedragen kleding verbranden en de zonsondergang aanschouwen. De volgende dag zouden zij als een nieuw mens worden herboren. Zover is het voor ons nog niet, Es en ik moeten nog een tiental kilometers afleggen naar onze bestemming van vandaag. We passeren strandjes aan de baai van Sardiñeiro en na een laatste klim door een bos en een steile afdaling bereiken we het 1ste strand van Finisterre, aan het Enseiada de Langosteira. We besluiten iets van de route af te wijken en (een deel) over het strand te gaan wandelen. Op driekwart keren we weer terug naar de boulevard en lopen langs hotels, pensions, restaurants en herbergen. Er is veel gesloten, maar dat is niet zo vreemd voor oktober. We bereiken Finisterre en zien een blusvliegtuig van de Spaanse overheid twee rondjes over zee draaien, om bij een derde daling water op te nemen. Aangezien hij na een korte vlucht naar de andere zijde van de landtong zijn inname herhaalt, nemen we aan dat er een kleine bosbrand is of dat het toestel oefenvluchten houdt. Het is wel een bijzonder gezicht.

De baai van Sardiñeiro
Playa de Langosteira
Het blusvliegtuig
Water inname

Na zo’n 14 km te hebben gewandeld hebben we wel trek gekregen, het is inmiddels rond 12:30 uur. Maar bij het restaurant waar we plaatsnemen is de keuken (al) gesloten. Es en ik krijgen geen sjoege van die Spaanse restaurant tijden. We nemen toch maar wat te drinken en krijgen er gelukkig wel wat Pintxos bij, een kippenvleugeltje op wat frietjes en een plakje stokbrood. We rekenen af en gaan op zoek naar ons hotel SimpreFisterra. Dat vinden we snel, want het ligt aan de pelgrimsroute. Het is een kleinschalig modern hotel en we worden keurig ontvangen door de manager/ gastheer. Hij geeft ons veel informatie, gelukkig in het Engels en we zoeken de kamer op om mijn rugtas achter te laten. Es haar backpack is nog niet gearriveerd. We besluiten eerst ons certificaat op te gaan halen, wat je ontvangt als je de verlengde pelgrimstocht naar Finisterre hebt ondernomen. Ook hier voor hebben we de afgelopen dagen stempels verzameld in onze Credencial. We moeten even wachten bij het Tourist Office voordat we daar naar binnen mochten. Normaliter worden de Fisterrana’s uitgereikt door de Xunta, maar omdat het overheidsgebouw wordt verbouwd, moesten we bij het Tourist Office zijn. Na het controleren van de stempels en het inzien van de paspoorten krijgen Es en ik de certificaten. We gaan daarna lunchen bij ‘Etel en Pan’ op het Plaza Constitución en besluiten de laatste kilometers naar de vuurtoren en het 0,0 punt af te gaan leggen. Het is nog een klimmetje van zo’n km of 3 en boven aangekomen zien we veel pelgrims, maar ook dagjesmensen en andere toeristen. Er staan zelfs enkele touringcars. We lopen naar het paaltje met het nulpunt en we kunnen ongestoord foto’s maken. Een jonge pelgrim neemt Es en mij samen op de foto en ik hem. We lopen naar de vuurtoren en de rotsen er achter waar een bronzen wandelschoen vastgemaakt is op een rots. Er omheen liggen wat verbrandde kleren en schoenen. Op een bordje wordt verzocht om dit niet te doen, maar tradities zijn hardnekkig. Es en ik besluiten om het alleen bij een bezoek te laten en zijn onder de indruk van de de historische locatie. We maken veel foto’s en na afloop wandelen we relaxed terug naar het dorp. We hebben gemengde gevoelens, allereerst trots dat we deze prestatie hebben kunnen leveren. Op de terugweg naar beneden zeiden we tegen elkaar “wie had anderhalf jaar geleden, ik herstellend van een zware operatie, kunnen bedenken dat we dit nu zouden presteren”. Maar we zijn ook tevreden dat we het einddoel hebben bereikt zonder noemenswaardige blessures of incidenten. Ik wil hierbij opmerken dat zowel Es als ik de hele Camino blarenvrij zijn gebleven. Ons leven is verrijkt, door alle ervaringen en contacten met internationale pelgrims die we hebben ontmoet en waarmee met sommigen zelfs een band is ontstaan. Toch ook weemoedig, omdat er morgen geen nieuwe wandeling meer volgt en ook het wat simpele elementaire bestaan stopt. Tot slot ook blij om donderdag weer naar Nederland terug te gaan, fijn naar ons thuis met familie, vrienden en huisdieren.

Op weg naar de vuurtoren en het nulpunt
Het nulpunt bereikt
Daar waar de kilometer telling van de Romeinen begon
De vuurtoren, de Faro de Finisterre
De bronzen wandelschoen
Zicht op de Atlantische oceaan
Beeld van de eenzame Peregrino op weg naar de vuurtoren

Onderweg naar het dorp krijgen we een Whatsappje dat Es d’r rugtas was gearriveerd. Ze zat wat in d’r piepzak of het vandaag wel goed zou gaan met het bagagevervoer. Heb vertrouwen, het komt goed. We doen nog enkele inkopen bij een supermarkt en in de straat naar ons hotel hadden we op de heenweg naar de vuurtoren een ijszaak ontdekt en we besluiten een lekker ijsje te gaan eten. En dat hadden ze zeker en nog biologisch ook. Es was bescheiden, maar ik nam de grootste optie die er was, met een bolletjeswafel en banaan, heel lekker. We keren terug naar ons hotel en gaan fijn douchen en een siësta houden. Morgen gaan we weinig doen. Het is dan een Nationale feestdag. 12 Oktober ‘Diá de la Hispanidad’, een dag dat Spanjaarden laten zien dat zij trots zijn om Spanjaard te zijn. Alle winkels zijn gesloten en het OV rijdt met een aangepast schema. Met de bus heen en terug naar Muxia reizen zit er niet in. We gaan het wel zien, het wordt weer mooi weer en wellicht ondernemen we wel een boottochtje. Iig willen we ’s avonds ergens van de ondergaande zon gaan genieten. Er volgen dus nog enkele blog berichtjes met onze belevenissen.

Finisterre bij een ondergaande zon

Buen Camino

Dag 39 – zondag 10 okt. 2021

Etappe 32 en 8 – van Santa Mariña naar Cee. Gepland 28,0 km. en gelopen 32,8. Rob totaal 782,7 en Esther 196,4 km.

Om 8:00 uur zaten we als enigen in de eetruimte van Casa O Folgo. Hoe anders dan gisterochtend toen er om dezelfde tijd zich 5 mensen voor het buffet verdrongen. Toen wij Esther haar tas bij de receptie hadden klaargezet om opgehaald te worden en de rekening hadden betaald bracht opa ons, ditmaal in een Ford Focus, naar Santa Mariña. Es liet onze Credencial afstempelen bij de bar waar we gisteren wat hadden gedronken en we konden op weg. Na een km. Es die schrikt: “ik heb de petten ergens laten liggen”. Op dat moment geen idee waar, bij de bar waar de Credencials waren afgestempeld, in de auto, bij de receptie van de Casa? “Bel dan even naar de eigenaar”. Ja hoor, die had de petten gevonden en bij de rugtas gedaan, zodat ze vanmiddag in het hotel in Cee afgeleverd zouden worden. Wat een opluchting, we zijn de petten niet kwijt, alleen lopen we vanmiddag in de warmte blootshoofds. Niets aan te doen, ook niet aan de extra gelopen meters, want we waren al op weg terug naar Santa Mariña. De opkomende zon trok mooie lange schaduwen en schonk warm licht. Het werd weer een mooie dag met veel variatie in het landschap.

Lange schaduwen door de laagstaande zon
Een authentieke Hórreo

We hadden een steile klim naar een uitzichtpunt over het heuvelachtig gebied en toen we de afdaling inzette zagen we voor het eerst het ‘Encoro da Fervenza’. Dit is een kunstmatig moeras dat in 1966 is ontstaan door de aanleg van een dam in de rivier de Rio Xallas. Het moeras beslaat een oppervlakte van 1.250 hectare. We komen op dit stuk, maar later ook richting Cee veel mountainbikers tegen. Wat ook opvalt is dat we vandaag veel minder pelgrims tegenkomen dan op de andere dagen. Op het stuk richting A Ponte Olveira slechts een handjevol. Daar gaan we op een smalle brug de Rio Xallas over om een paar km.’s later in Olveiroa aan te komen. We hebben er dan zo’n 12 km opzitten en besluiten om een kop thee en een café con leche te gaan drinken met voor allebei een punt (pond) cake. Olveiroa is een plek met veel Albergues, pensions, hotels en restaurants, omdat het in de etappe verdeling van 3 dagen op zo’n 30 km. van Negreira ligt. We hebben de stop toevallig gepland bij Casa Locho en terwijl we van onze cake en drinken genieten komt er een busje voorrijden. Casa Locho is ook de organisatie die het transport verzorgt van koffers en rugtassen van wandelaars die met bagagevervoer reizen. En terwijl de tientallen stuks bagage worden uitgeladen ziet Es haar rugtas liggen. Ze mag het plastic tasje met de petten gelukkig meenemen, dus onze hoofden zijn vanmiddag toch nog beschermd. Dit is nou zo’n echt Camino momentje.

Zicht op Encoro da Fervenza

De route loopt vervolgens weer omhoog en onder ons stroomt de Rio Xallas. Er zijn schijnbaar verschillende stuwen in de rivier gebouwd, maar ook zijn er natuurlijke stroomversnellingen zichtbaar. Bij een spontane herdenkingsplek komen we de Nederlandse man tegen die wij gisteren ook hebben ontmoet. Hij heet Piet en komt uit Oosthuizen in Noord-Holland. We raken aan de praat en hij blijkt enkele jaren terug een hartinfarct te hebben gehad. Dat was niet zijn motivatie om een Camino te gaan lopen, wel het willen leveren van een fysieke prestatie. Piet maakt graag foto’s en heeft een spiegelreflex camera om zijn nek hangen. Hij heeft vandaag een korte etappe, want hij stopt in Hospital, wat nog maar een paar kilometers is te gaan. Hij neemt nog wat foto’s en Es en ik wandelen verder. Als wij bij Hospital komen zien we een gebouwtje van de gemeente Dumbría wat een pelgrim informatiekantoor blijkt te zijn. Het is zondag dus het kantoor is dicht, maar op de stoep staan twee bronzen schoenen en een pelgrimsstaf. Es probeert even of de schoenen haar maat zijn, maar helaas de vorige eigenaar leefde op een grotere voet.

Spontaan monumentje met op de achtergrond de Rio Xallas
Es op zevenmijlslaarzen

We komen bij de ‘Great Divide’ het punt waar gekozen moet worden om de route te volgen richting Finisterre of Muxia. De twee paaltjes staan op een vreemde plek op een soort vluchtheuvel bij een rotonde. Niet een plek voor een echt veilige fotoshoot. We vervolgen onze route naar links richting Finisterre en zien aan de andere zijde van de weg een smerig complex van Ferroatlántica, een ijzer-legeringsfabriek met een zustercomplex in Cee. Het is een onderdeel van Xallas Electricidad en Aleaciones, ook eigenaar van de waterkrachtcentrales van Xallas. We wandelen verder richting Cee en de begroeiing wordt lager. Merkbaar dat in deze streken veel wind waait. We hebben vandaag weer veel geklommen, dus het kan niet anders dat de laatste kilometers sterk dalend zijn. Ik denk dat we zo’n 250 hoogtemeters in een halfuurtje overbruggen. Uiteindelijk maken we voor de 2e maal fors meer km.’s dan gepland, maar het fijne is dat het Es, doordat zij zonder bepakking heeft gelopen, veel makkelijker af ging. Ik moet dan ook de tekst vastleggen ‘dat zij vandaag niet heeft gezeurd’. Wat ook hielp was dat het vandaag (opnieuw) een prachtige route was, heel gevarieerd en met schitterende vergezichten over landerijen, een meer, een rivier en de zee. We komen in Cee en vinden snel ons hotel ‘Larry’ op ons weg. Deze kant van de stad is zowel mooi opgeknapt als moet nog opgeknapt worden. Na ingecheckt te hebben gaan we op zoek naar een plek om te eten, wat rond 18:00 uur een lastige opgave is. Het wordt voor Es een salade met kip en voor mij een hamburger met schapenkaas en frites. Niet slecht, dus we doen het er maar mee. Morgen een korte laatste etappe naar Finisterre en hopelijk kunnen we de finale 4 km. daar nog aan vastknopen door naar het 0,0 km. punt en de vuurtoren te wandelen. Misschien pakken we nog wel de ondergaande zon mee.

De ‘Great Divide’, links naar Finisterre en rechts naar Muxia
Zelfs na meer dan 32 km. gelopen te hebben heeft Es er vandaag nog zin in
Zicht op de Atlantische oceaan
Zicht op Cee

Buen Camino

Dag 38 – zaterdag 8 okt. 2021

Etappe 31 en 7 – van Negreira naar Santa Mariña. Gepland 20,5 km. en gelopen 21,7. Rob totaal 749,9 en Esther 163,6 km.

Vandaag was het de dag van de vele vergezichten. Esther d’r wekker ging per ongeluk om 6:15 uur af en onze nachtrust was voorbij. Gelukkig hadden we na twee slechte nachten in Santiago nu lekker kunnen slapen. Na het ontbijt werden we keurig door opa met zijn oude Mercedes in het centrum van Negreira uit de auto gezet en de wandeling van vandaag kon beginnen. We liepen de stadspoort van Negreira onderdoor en lieten snel de doorgaande weg achter ons. Er hing nog damp in het dal, dus was ons zicht aanvankelijk beperkt. We begonnen na het dorp aan een lichte klim en snel kwamen we boven de damp uit. Het beloofde weer een mooie dag te worden. We liepen door het bos over holle paden en kwamen meerdere pelgrims tegen. Ook het Amerikaanse stel dat bij ons in Casa O Folgo had overnacht.

De stadspoort aan het eind van Negreira
Zomaar een sfeerbeeld van de versiering van een schoorsteen
Een hol pad

In O Libreiro maakten we een klein uitstapje van de route om een kop koffie en thee te gaan drinken. Es en ik moesten daarvoor een hoge trap op om de Albergue met bar en terras te bezoeken. We hadden er zo’n 8 km opzitten en het lopen ging prima. Es wandelt vandaag zonder rugzak en ik loop met een stuk minder gewicht in mijn backpack. Dat is ook een fijn effect van de pick up service. We hebben wel proviand bij ons want in de beschrijving van de route stond dat er op dit gedeelte van de Camino Finisterre weinig tot geen voorzieningen beschikbaar zouden zijn. De praktijk is echter gelukkig anders. We vervolgden de route en zagen meerdere keren dezelfde pelgrims. De Amerikanen zijn we wel vijf keer tegengekomen. Ook in Vilaserio kwamen de pelgrims weer bij elkaar bij een bar. Wij namen daar een ijsje. Er stond een bord aan de weg met wel 20 verschillende soorten, maar in werkelijkheid konden we maar kiezen uit 3. Het werd een lekkere Cornetto vanille. We zaten aan een tafeltje in de schaduw van een parasol en er scharrelden 2 schattige kittens om ons heen. Het kostte ons moeite om er niet één in de rugtas mee te nemen. We werden daar ook aangesproken door een peregrino uit Nederland. Deze was eind augustus gestart in Lissabon, net als het Amerikaanse stel wat toevallig aan een tafeltje naast hem zat. De man was nu op weg naar Muxia, maar had nog tot eind november de tijd in Noord Spanje.

Prachtige vergezichten

De route liep na Vilaserio langs een Provinciale weg en daarna tussen landerijen door. We hadden prachtige vergezichten over de heuvelachtige omgeving. Je kunt merken dat het hier normaal veel waait, want op de heuvelruggen staan veel windmolens. Zo’n 5 km voor Santa Mariña hebben we langs de kant van een bospad de meegenomen croissantjes en een appeltje opgegeten. De rest van de route ging voorspoedig en rond 14:45 uur kwamen wij aan bij het pick up point. We namen daar op een terras een Colaatje en verstuurden een appie in ons beste Spaans. Zo’n 20 min. later reed een Seat Alhambra voor met de eigenaar van Casa O Folgo achter het stuur. We werden in een rap tempo terug gebracht naar Negreira. Na lekker gedoucht te hebben en de kleren van vandaag te hebben gewassen kregen we van oma ieder een trosje druiven uit de tuin. Er groeien zelfs kiwi’s aan een bladerdak van de pergola in de tuin. Geweldig zo’n ‘Turismo Rural’ bestemming, plattelandstoerisme op z’n best. Morgen op weg naar Cee aan zee. Dat wordt nog een pittige etappe, maar daarna is het maandag nog een korte wandeling naar Finisterre.

Buen Camino

Dag 37 – vrijdag 8 okt. 2021

Etappe 30 en 6 – van Santiago de Compostela naar Negreira. Gepland 20,6 km. en gelopen 21.0. Rob totaal 728,3 en Esther 142 km.

Het kostte wat kracht om weer op gang te komen vandaag, maar het is toch gelukt. Esther en ik hadden de wekker bijtijds gezet, maar we hadden wederom een rotnacht gehad. Op het plein waar ons hotel aan ligt, het Praza de Galicia, was het de afgelopen nachten heel rumoerig. Tot wel 4:00 uur werd er geschreeuwd, gezongen en gelachen. De hele buurt werd uit hun slaap gehouden, inclusief wij. Dus toen we opstonden waren we niet op ons best. Het ontbijt smaakte gelukkig goed en we hadden diep respect voor de ober die al het werk in z’n uppie deed en de poten onder zijn kont vandaan liep. Hij kon het extra fooitje wel waarderen. We gingen dus vroeg op pad en op het plein voor de kathedraal begon onze Camino Finisterre. De eerste km ging nog door de buitenwijken, maar al snel liepen we de bossen in. We wandelden langs een riviertje en onze klim daarna werd beloond met een prachtig uitzicht op Santiago in de dauw met een opkomende zon. Het is wel opvallend dat alhoewel we de stad al een tijdje uit zijn en niet meer zien, we nog steeds het geruis van het verkeer horen. Geluid draagt ver.

De kathedraal van Santiago de Compostela bij zonsopkomst

Het is opnieuw prachtig weer en de 1ste uren is het lekker fris. We lopen in onze korte broek met een vest, maar die laatste gaat al gauw uit. Het is een fijne route. Veel door het bos, maar ook langs rustige asfaltwegen. Es vond het een prachtige etappe, één van haar mooiere wandelingen. Er waren veel pelgrims op pad, maar niet in die mate als de laatste dagen op de Camino Francés. We hebben ook de indruk dat er een ander soort pelgrims loopt. Veel minder Spanjaarden en over het algemeen zijn de peregrinos wat ouder en er zijn meer stellen op pad. We hadden beide tegen deze etappe opgezien, na de rustdag in SdC, maar hij is ronduit meegevallen. Sterker nog, het was weer fijn om met dit prachtige weer te kunnen wandelen.

We liepen lekker door en pas op ruim 11 km hielden we een stop bij km paal 79. De bar heet ook zo en is vrij nieuw en modern ingericht. We namen er lekker een kop thee en een café con leche en allebei een Napolitana. De motor moet weer wat brandstof krijgen. Na de rustpauze kregen we gelijk een klim van ettelijke honderden meters voor onze kiezen. Alleen liep het pad soepel stijgend door het bos en was het daardoor goed te doen. Na op het hoogste punt aangekomen te zijn, op de Alto do Mar de Ovalles, was het daarna eigenlijk nog één lange afdaling naar Negreira. Op driekwart van de etappe kwamen we langs een boerderij met bijzonder vee. Van de soorten stonden bordjes met de raskenmerken vermeld en de schuren waren beschilderd met runderen. Het hoogtepunt van vandaag vonden we de ‘Ponte Maceira’. De gothische brug, stammend uit de 14e eeuw en gerestaureerd in de 18e overspant de Rio Tambre. Er is een kleine waterval voor de brug met spiegelend water erachter. Het doet sprookjesachtig aan. Vele pelgrims nemen hier even een rustpauze om te genieten van het uitzicht.

Uitzicht vanaf het terras van bar 79
De beschilderde schuren van Fisterra Bovine World
Het watervalletje
Ponte Maceira
Spiegelend water
Es over de Ponte Maceira met de Capille de San Brais, een kapel uit de 18e eeuw

Tijdens het laatste stuk van de etappe kwamen we meer in de bewoonde wereld en een tijdje liepen we op met een Duitse peregrino. De man is op 5 sept. gestart in Saint Jean Pied de Port en loopt na de Camino Francés ook het stuk naar Finisterre. Hij is nog niet zeker van zijn zaak of hij de kleine 100 km in 3 of 4 dagen wil lopen. De man is afkomstig uit de buurt van Neurenberg en dit is zijn 1ste Camino die hij wandelt. Hij had dezelfde route wel al met de fiets afgelegd, maar vond dat hij toen te weinig van de omgeving had kunnen genieten. In Negreira nemen we afscheid en terwijl wij wat gaan lunchen zien we hem voorbij lopen. We eten een lekkere salade en calamari met gekookte aardappels. De inktvis is vers, want de ringen zijn boterzacht en heerlijk gekruid. Het lekkere eten staat in schril contrast met de verveelde, ongastvrije bediening. Jammer van zo’n restaurant. Terwijl we op het terras zitten te eten passeren auto’s luid toeterend door de straat. Een stel vrienden viert het vrijgezellenfeestje van een slachtoffer. Op een vaandel staat dat hij nog één dag te koop is. De feestgangers drinken een biertje naast ons op het terras.

De Ponte Nova
Het vrijgezellenfeestje

Terwijl ik afreken haalt Es nog wat boodschapjes voor morgen, want op de volgende etappe zijn er volgens de informatie weinig voorzieningen te vinden. We lopen terug naar het pick up point, waar we een kwartier later worden opgehaald door waarschijnlijk de (schoon)vader van de eigenaars van Casa do Folgo. Dit kleinschalig hotel ligt zo’n 6 km buiten Negreira en Es en ik slapen hier op aanraden van Greet en Clemens. Zij hebben enkele jaren geleden hier verbleven tijdens hun Camino naar Finisterre en spijt gehad dat zij er niet meerdere overnachtingen hadden geboekt. Casa do Folgo biedt pick up service en wij worden morgenochtend weer afgezet in Negreira. We lopen dan met een minimum aan bagage naar Santa Mariña op zo’n 23 km afstand, waarna we daar weer worden opgehaald. Zondagochtend worden we keurig in Santa Mariña afgezet om daarna naar Cee te wandelen. Buiten deze service is het een mooie locatie met heel goede voorzieningen. We hebben zelfs een massagedouche in de badkamer. De eigenaars zijn super vriendelijk en spreken buiten hun moedertaal ook een beetje Engels. De Casa is volgeboekt en ik ben blij dat we deze plek ruim van te voren hebben gereserveerd. Er zijn gasten uit Duitsland, Amerika, Spanje en andere landen. Es heeft gesproken met een Duitse wandelaar terwijl ik de was deed (let even op het rollenpatroon in deze) en op het terras spraken we met een Amerikaanse stel. Zij hebben de Caminho Português gelopen en zijn gestart in Lissabon. Helaas hebben ze stukken over moeten slaan vanwege voetklachten. Zij hebben al meerder Camino’s gelopen en willen nu, net als wij, naar Finisterre. Ze hebben nog de tijd tot half november voordat ze terugvliegen naar Amerika, dus waarschijnlijk gaan ze nog een andere Camino lopen of de overgeslagen delen van de Portugese Weg nog doen. We hebben vanavond heerlijk gegeten in onze Casa en morgenochtend is er een ontbijt.

Uitzicht vanuit de tuin van Casa O Folgo bij zonsondergang

Buen Camino

Dag 36 – donderdag 7 okt. 2021

Rustdag in Santiago de Compostela.

We hadden geen wekker gezet, maar toch waren we bijtijds wakker. Tijdens het ontbijt bij een cafetaria met croissants en koffie en thee, viel het op hoeveel pelgrims er wel niet in SdC lopen. Zelfs om een uur of 8 is het druk met sportieve wandelaars. Sommigen met rugtassen op, anderen op weg naar een dagje met de bus naar Finisterre en Muxia. Deze stad straalt de Camino uit. Es en ik hadden praktische verplichtingen, de was moest worden gedaan. We hadden een Lavenderia (wasserette) gevonden op 250 mtr afstand van ons hotel en voor € 9,= waren (bijna) al onze kleren weer schoon en droog. Na de was op de kamer te hebben opgevouwen zijn we op zoek gegaan naar het Tourist Office. Een vriendelijke mevrouw vertelde ons waar wij de meest interessante plekken van Santiago konden vinden. Toen we buiten kwamen en met elkaar spraken reageerde een Nederlandse man die langsliep. Ook hij was gisteren als pelgrim aangekomen en was in Santander aan de Camino del Norte begonnen. We hebben met z’n drieën een tijdje staan praten en zijn daarna gestart met onze wandeling door de stad. Het weer is fantastisch. Vanochtend heerlijk fris en zodra de zon warmer werd een heel aangename temperatuur. Zelfs voor Es die niet zo van de warmte houdt.

Heerlijke zoete dingen bij een Panaderia (bakkerij)
Een half varken wordt afgeleverd bij de slagerij

SdC is een universiteitsstad en ook in de binnenstad zijn een aantal faculteiten in historische gebouwen ondergebracht. Zo zijn de faculteiten filosofie en geografie en geschiedenis vlak bij elkaar gebouwd, naast de ‘Arc de Mazarelos’ (stadspoort). We hebben ’s middag daar op een terrasje heerlijk gerelaxt met een colaatje en hapjes. Tot 14:30 uur is de overdekte stadsmarkt open, de ‘Mercado de Abastos’, dus toen wij er rond 13:30 uur langskwamen waren de meeste spullen al verhandeld. Ook kwamen we onderweg nog een opname tegen van een radioprogramma waarin aan tafel hevig met elkaar werd gediscussieerd. We eindigden onze tour op het plein voor de kathedraal en zijn in de hoofdstraat, de Rúa do Franco, wat wezen eten. Lekkere tapas met een salade en brood met tomatenspread. Een heerlijke maaltijd. Na afloop, inmiddels was het rond 15:00 uur, zijn we een ijsje wezen kopen en hebben die in het stadspark van Santiago opgegeten. Dat park is een rustplek in een bruisende stad met een mirador (dat klinkt heel wat mooier dan ‘uitzichtpunt’) op de oude binnenstad met het gemeentehuis en de kathedraal. We hebben nog heerlijk wat gewandeld en Es heeft kennisgemaakt met een nieuwe vriend die moederziel alleen op een bankje zat. Na afloop zijn we siësta gaan houden, want behalve dat het een sightseeing dag was, was het ook een dag om uit te rusten en de batterij weer op te laden voor de komende 4 dagen.

Stadspoort Arc de Mazarelos
Op het terras in de zon, voor de faculteit Filosofie, misschien raak ik door de plek nog meer geïnspireerd
Mercado de Abastos – de overdekte stadsmarkt
Één hal van de markt is een food court
Opname van een radioprogramma van Radio 3
Es met haar nieuwe vriend

Buen Camino

Dag 35 – woensdag 6 okt. 2021

Etappe 29 en 5 – van O Pedrouzo naar Santiago de Compostela. Gepland 19,4 km. en gelopen 19,9. Rob totaal 707,3 en Esther 121 km.

Wat een zeldzaam mooie dag hebben we gehad. Heerlijk weer, een geweldige aankomst voor de kathedraal in Santiago de Compostela, onze Compostela opgehaald en als kers op de taart een indrukwekkende mis voor de Peregrinos bijgewoond. Inclusief het zwaaien met de botafumeiro, het wierookvat. Maar eerst start ik bij het begin van de dag. Het was nog donker, kil en dampig toen wij als één van de weinigen in korte broek over straat naar de cafetaria liepen waar we konden ontbijten. We hadden een lekker ontbijt met Tortilla Francés (een omelet) en croissant. Uiteraard ook met koffie en thee. De rugtassen stonden al klaar, dus we konden na het ontbijt direct op pad.

Ons pension in O Pedrouzo

De eerste km.’s verliepen soepel en vlot. Er waren vele pelgrims op weg naar SdC, dus verdwalen konden we niet. Het waren ook goed bewandelbare paden door het bos en langs landerijen. Aanvankelijk hing de dauw nog boven de grond, maar naar mate de zon aan kracht won, verdween de damp langzaam. We liepen met een vest aan, maar dat werd snel te warm. Op ruim 5 km sloot de laatste alternatieve route van de Camino del Norte zich aan bij de rest van de pelgrimsroutes. Dit is bij de landingsbaan van de luchthaven van SdC., waar we om de uiterste punt heen wandelden. We zagen nog een blusvliegtuig vlak boven ons hoofd landen. Een paar km liepen we samen met een mevrouw uit België die gisteren met Chantal en Marjolein aan het praten was. Om het ietwat verwarrend te maken heet deze mevrouw ook Chantal en haar echtgenoot komt komt vandaag aan op de luchthaven van SdC. Chantal is in Pamplona op de Camino Francés gestart en samen met haar man loopt zij de komende dagen naar Finisterre. Bij San Paio haalden we nog een stempel voor in de Credencial bij de plaatselijke kerk. Er lopen weer diverse groepen veelal Spaanse pelgrims mee, waar je nauwelijks last van hebt. Het enige irritatie momentje is als twee jonge vrouwen bij ons in de buurt lopen met luide muziek uit hun mobiele telefoon. Naar onze mening past zoiets niet bij een pelgrimstocht. Her en der passeren we marktkramen waar souvenirs worden verkocht en stempels worden uitgedeeld. Een hoop mensen proberen een slaatje te slaan uit het pelgrimeren.

Onderweg zomaar een monumentje

Het 10 km punt bereikten wij bij Lavacolla, daar waar we een nacht bij de luchthaven hadden geslapen. Hier is ook een beek waar in vroeger tijden pelgrims zich wasten om gereinigd de laatste km.’s naar de kathedraal van SdC te lopen. Nu ging nog een enkele pelgrim zich symbolisch wassen. Natuurlijk wil iedereen op de foto bij de landmark ’(nog) 10,000 km (te gaan)’. Na 14 km nemen wij onze 1ste pauze van vandaag. Even rond 12:00 uur lekker een kop thee en koffie met wat er bij. Es wilde zo lang mogelijk doorlopen, zolang zij pijnvrij kon lopen, maar dat gold ook gelukkig voor mij.

Nog maar 10 km te gaan naar de kathedraal van Santiago de Compostela

We liepen door en kwamen vlak na San Marcos bij Monte do Gozo. Daar konden en kunnen de pelgrims voor het eerst (bij mooi weer) de torens van de kathedraal van SdC aanschouwen. Nu liggen er sculpturen op de grond ter herinnering aan het bezoek van Paus Johannes Paulus II in november 2010. Ook staan er op een andere heuvel sinds die tijd 2 grote metalen pelgrims. Omdat die beelden ietwat uit de route staan worden ze weinig bezocht en gefotografeerd. Dit terwijl het zicht op de stad inclusief de kathedraal beter is dan op Monte do Gozo. Als we doorlopen passeren we een heel groot complex met overnachtingsplekken voor pelgrims. Deze (mega) Albergue heeft 400 bedden in wel 30 gebouwen met restaurant, supermarkt en speeltuin voor kinderen. De herberg wordt echter op dit moment niet gebruikt ivm het risico op Corona besmettingen.

Monte do Gozo met zicht op de kathedraal van Santiago de Compostela
Kunstwerk ter herinnering aan het bezoek van Paus Johannes Paulus II, in november 2010
De beelden van pelgrims

Als we de brug over de snelweg passeren lopen we in de stad SdC. Is de route de gehele weg goed aangegeven, hier wordt dat minder doordat er wegwerkzaamheden plaatsvinden. We komen toch bij de poort voor de kerk waar een accordeoniste liedjes uit de streek speelt en Es en ik nemen de laatste afslag naar de kathedraal van SdC. Het is toch een moment om stil van te worden en honderden pelgrims beleven vandaag ditzelfde gevoel. We maken foto’s, genieten en delen onze ervaring met het thuisfront. Met Greet en Clemens hebben we even contact via beeldbellen, want zij weten als geen ander in onze omgeving hoe zo’n aankomst in SdC voelt. Clemens is al vijf keer gearriveerd in SdC en Greet twee maal. Ervaren Camino rotten.

Es en ik gaan gelijk achter onze Compostela aan, het certificaat waarop staat dat je een Camino hebt gelopen. Deze kan je nog uitbreiden met een verklaring over wanneer en waar je bent gestart en hoeveel km.’s je hebt gelopen. Hier moet wel voor worden bijbetaald. Je aanmelden voor een Compostela kan tegenwoordig digitaal en dan ontvang je een QR.-code. Toch moeten wij bij het ‘Pilgrims Office’ een aanmeldingsticket halen en wachten totdat je naar binnen mag. Dat duurde een klein uurtje, waarna onze certificaten worden ingevuld en overgedragen. Tevens krijgen wij beide een uitnodigingsticket om vanavond om 19:30 uur de pelgrimsmis bij te wonen in de kathedraal. Na ontvangst van onze certificaten gaan we naar het hotel waar we rond 15:30 uur aankomen. We pakken het hoognodige uit de rugtas en gaan lunchen in een (vis-)restaurant. We eten samen van Calamaris met zwarte rijst en een Spaghetti Bolognese. Het eten is goed, de bediening minder. Op de terugweg naar ons hotel, op een plein dicht bij het centrum, eten we een lekker ijsje in het park. Op ons slaapadres pakken we onze spullen uit en nemen we een fijne douche. Daarna is het alweer tijd om richting de kathedraal te gaan voor de avondmis van 19:30 uur.

Zicht vanaf het balkon van onze hotelkamer

We sluiten keurig rond 18:45 uur aan in de rij voor de pelgrimsmis, maar dat was fout. De deur gaat dicht omdat de kerk vol is zoals wordt beweert, dus is er commotie onder de wachtenden. Ik kom er rond 19:10 uur achter dat wij ons als pelgrim bij een andere deur hadden moeten melden, dus toch nog maar even proberen. Bij de apostelingang zijn ze coulant en Es en ik mogen door de shop de kathedraal in. Daar worden we opgevangen door een sympathieke mevrouw die ons naar een zijvleugel brengt, waar we op de voorste rij plaats mogen nemen. Een lekkere plek, dan kan iedereen goed zien of je wel meezingt. Gelukkig dragen we allemaal hier een mondkapje. De mis begint klokslag 19:30 uur en is uiteraard in het Spaans. Er zou ook een Engelse en Filipino mis zijn, maar geen idee wanneer. Als onderdeel van de preek hoor ik alle vertreksteden van de peregrinos opgenoemd worden en uit welk land de pelgrims kwamen. Bij ‘Lugo’ hoor ik alleen maar ‘Holanda’, dus dat was Es. Bilbao zal ook vast opgenoemd zijn, maar dat is aan me voorbijgegaan. We doen keurig mee met de dienst en gaan staan en zitten wanneer iedereen dat doet, maar het zingen laten we aan ons voorbijgaan. Het hoogtepunt is echter dat bijna op het einde van de dienst, geheel onverwacht, een aantal misdienaren bij het touw gaan staan waar de botafumeiro aan hangt. Zou het dan toch? Ja hoor, het grootste wierookvat ter wereld wordt voor ons aangestoken en zuist even later door de zijbeuken van de kathedraal. Dit is indrukwekkend en redelijk uniek dat we dit mogen bijwonen. Es en ik zijn er dankbaar voor. Na afloop van de mis bewonderen we de pracht en praal van de kerk en bezoeken wij ook nog de relikwieën waar de resten van de apostel Jacobus in worden bewaard. Op weg terug naar ons hotel maken we nog wat foto’s van de kathedraal bij kunstlicht en nemen we op een terras wat te drinken. Es en ik zijn toch wel een beetje gezegend dat wij dit allemaal op één dag hebben mogen meemaken.

Het altaar met daarboven de botafumeiro
Zicht vanaf onze zitplaatsen
De botafumeiro is ontstoken. De wierook gaat door de kathedraal
We hebben kaarsjes gebrand
De relikwieën met de resten van de apostel Jacobus
De kathedraal bij kunstlicht

Buen Camino

Dag 34 – dinsdag 5 okt. 2021

Etappe 28 en 4 – van Arzúa naar O Pedrouzo. Gepland 20,2 km. en gelopen 20,6. Rob totaal 687,4 km. en Esther 101,1, een magische grens doorbroken.

Welkom op de ‘Peregrino Highway’. We wisten natuurlijk dat het drukker zou worden als we eenmaal op de Camino Francés zouden lopen, maar dat voor en achter ons pelgrims zouden wandelen was nieuw. Laat ik echter starten bij het begin van de dag. We waren bijtijds vertrokken uit ons pension, maar we wilden nog wel ergens ontbijten. Dat kon bij een bakker even verderop in de straat. Na de thee en koffie, met wat er bij, gingen we op weg naar de laatste honderden meters op de Camino del Norte. Bij het samenvoegen met de Francés was het goed te merken dat er daar veel meer mensen op liepen. Letterlijk allerlei type wandelaars zijn we vandaag tegengekomen. Toch was het nergens vervelend druk, wellicht dat Corona nog steeds het aantal deelnemers drukt. De route was mooi. Es en ik waren wat vooringenomen sceptisch, omdat we vorige week tijdens onze bustocht naar Lugo, verscheidene malen pelgrims langs de weg waren tegengekomen. Toch liep de route van vandaag voornamelijk door bossen en langs landerijen. Zelfs langs de weg hadden we slechts hele korte delen dat we op asfalt liepen. Het weer was aanvankelijk vochtig en bewolkt, maar hoe meer de dag vorderde, hoe beter het werd. Behalve op het laatst toen er toch weer regen kwam.

Ons vertrek uit Arzúa

We zijn vandaag dus allerlei soorten pelgrims tegengekomen: fanatieke sporters, die ons rap passeerden. Meer gericht op hoe snel zij bij het eindpunt vandaag kunnen komen, dan willen genieten van de omgeving. Dagjespelgrims, de grijze golf met minirugtas, wandelstokken en relaxt tempo. Veelal in groepjes wandelend en luid kletsend met elkaar. Overigens loopt het gros van de wandelaars met dagrugzakjes. Een kleine minderheid hebben hun tijdelijke gehele hebben en houwen op hun rug. Scholieren, waarschijnlijk een klas met meiden, die gedwongen waren om de 100 km. te lopen. Zij maakten niet de indruk er veel plezier aan te beleven. De à sportieve pelgrim, vaak met overgewicht, (te) kleine rugtas en dito legging of joggingbroek. Langzaam lopend, maar wel met doorzettingsvermogen, respect. Fietsers, al dan niet ondersteund door elektrische voortdrijving en dan luid bellend willen passeren. Pelgrims met hond, viervoeters die zich keurig gedroegen en veelal aan een heupband vastzaten. Ruiters te paard, met 2 honden, die opzien baarden met hun manier van transport. Kortom een scala van verschillende pelgrims met één doel, Santiago de Compostela willen bereiken.

Op 10 km. namen we een koffiebreak in A Boavista. Lekker even een pauze op de helft van de etappe. Ik wil trouwens even stil staan bij onze fysieke gesteldheid. Esther haar 1ste km.’s gingen goed. Vandaar dat we 10 km onafgebroken konden lopen. Daarna begonnen haar heupen op te spelen en werd het lastig. Gelukkig heeft Es weinig last van haar voeten gehad, waarschijnlijk helpt de pelgrimswol tegen de druk op haar voeten. Voor morgen heeft zij het voornemen om sneller haar pijnstillers aan te vullen. Voor het vertrek heeft Es Excedrin en ik een Diclofenac ingenomen en dat heeft bij mij goed geholpen. Ben redelijk pijnvrij door de dag gekomen. Ik voel wel degelijk dat de spieren achter mijn knie nog stijf zijn, maar ik ben vrijwel pijnvrij gebleven. Overigens heb ik met klimmen mijn looptempo aangepast en laat ik mijn dieseltje naar boven racen. Ik haal haar wel weer in bij de afdaling. ‘What goes up, must come down’. Helaas kwamen we tijdens de etappe van vandaag ook twee plaquettes tegen ter nagedachtenis van overleden pelgrims. Helaas komen er elk jaar een aantal pelgrims tijdens hun Camino om het leven. Hetzij door verkeersongelukken, hetzij vanwege gezondheidsproblemen. Overigens las ik in een stukje op FB dat volgens de Spaanse verkeersdienst langs de 13 pelgrimsroutes meer dan duizend gevaarlijke punten zijn, bij kruisingen en langs wegen. Er valt dus qua veiligheid nog wel het nodige te verbeteren.

De ruiters met 2 paarden en 2 honden
Ons 1ste einddoel en Es haar vertrekpunt

Onderweg kwamen we ook twee Nederlandse vrouwen tegen. Zij liepen al een tijdje voor ons, met nagenoeg hetzelfde looptempo. Ik vermoedde al dat zij Nederlands waren, want één van de twee had een rugzak met een hoes van Ayacucho, het huismerk van Bever Sport. Bij de splitsing bij Santa Irene, was een keuze voor linksaf een langere variant of rechtdoor de geadviseerde optie. De vrouwen stonden te twijfelen en we raakten in het Nederlands aan de praat. De zusters Chantal en Marjolein, afkomstig uit Bilthoven en Hilversum, zijn gestart in Saint Jean Pied de Port en lopen de Camino Francés. Zij hebben er dus inmiddels al ruim 800 km opzitten en willen ook morgen in Santiago de Compostela aankomen. Chantal en Marjolein hebben de Francés als niet zo heel druk ervaren. Pas de laatste 100 km., vanaf Sarria was het een stuk bedrijviger geworden. Zij gaan niet door naar Finisterre, maar hebben wel nog wat vrije dagen te besteden. Waarschijnlijk gaan zij nog wat plaatsen in de buurt bezoeken. Chantal en Marjolein overnachten in A Rúa (O Pino) wat zo’n 1,5 km. voor onze bestemming ligt. Onze etappe eindigde vandaag in O Pedrouzo, maar voordat we bij ons pension aankwamen passeerden we een graffiti wand, waar we wat leuke foto’s konden schieten. Morgen is onze laatste etappe naar SdC. Nog zo’n 20 km scheiden ons van de 1ste eindbestemming van onze Camino. Es heeft het geweldig gedaan en ik ben supertrots op haar. De vereiste 100 km voor het ontvangen van een Compostela heeft zij vandaag al bereikt. Morgen de kers op de taart met het bezoek aan de kathedraal van Santiago.

Even geen pelgrims voor ons
Die kant op ligt Santiago de Compostela

Buen Camino

Dag 33 – maandag 4 okt. 2021

Etappe 27 en 3 – van Sobrado (dos Monxes) naar Arzúa. Gepland 22,2 km. en gelopen 22,0. Rob totaal 666,8 en Esther totaal 80,5 km.

We hadden de gehele eetzaal voor onszelf toen we vanochtend gingen ontbijten. Het self service buffet was al van 6:00 uur beschikbaar, maar rond 7:45 uur gingen we pas naar beneden. Behalve dat we alleen waren, waren we ook de eerste gasten die gebruik gingen maken van de uitgestalde artikelen. Normaal ben ik nogal sceptisch tegenover dit soort buffets, maar dit was echt goed geregeld. Na afloop van ons uitgebreid ontbijt zijn we de tassen gaan pakken en de schoenen, beneden in de hal, aan gaan trekken. We raakten aan de praat met een jongeman, aanvankelijk in het Engels, maar hij bleek uit Limburg te komen en Maarten te heten. In het Nederlands ging het communiceren dus een stuk makkelijker. Hij doet de Camino del Norte in drie weken tijd, maar omdat dit voor Maarten tekort tijd is heeft hij delen met de bus gedaan. Hij volgt hetzelfde traject voor de laatste dagen als wij en wil ook op woensdag aankomen in Santiago de Compostela. Op donderdag 4 okt. vliegt hij weer naar NL. Ik had Maarten gisteren heel goed Spaans horen praten met de mevrouw van de receptie (voorzover ik daarover kan oordelen) en dat kwam omdat hij een tijdje Spaanse les had gehad. Dit omdat Maarten meerdere malen naar Zuid Amerika op reis is geweest. Dit jaar had hij naar Peru en de Galapagos eilanden gewild, maar vanwege Corona had hij voor het wandelen van een Camino gekozen. We zegden elkaar gedag en waarschijnlijk komen we Maarten nog wel tegen voor of in SdC.

Zicht op het klooster bij het vertrek uit Sobrado

Om 9:05 uur gingen Es en ik op pad en het zou redelijk goed weer worden, volgens de voorspellingen. Al tijdens de eerste km.’s kwamen we meerdere pelgrims tegen, alleen of in duo’s. De route was prettig, veel verharde paden en soms asfalt. Ook hier liggen naast de Provinciale wegen voetpaden voor peregrinos. Slechts enkele stukken hebben we vandaag daadwerkelijk op de weg gelopen. Daardoor schoten we ook goed op. Ons gemiddeld loop tempo was bijna 5 km. per uur. De route liep stukken door het bos en langs landerijen. Niet een echt spannende route, maar wij genieten evengoed van de omgeving. We kwamen langs een weide met paarden en ik kon contact maken met twee caballo’s. Zij lieten zich heerlijk op hun kop krabben, o nee sorry een paard heeft een hoofd.

Een reiger steekt net zijn kopje uit boven het watervalletje
De diesel is warmgedraaid en Es gaat als een speer
Dat het herfst is, is ook in Noord Spanje goed te merken
De paarden fluisteraar

De regen kwam vandaag af en aan. Geen harde buien, maar toch was een regenjack noodzakelijk. Ik was daarin gestart, maar Es hield regelmatig een verkleedpartijtje, zij heeft het snel warm. In A Gándara, we hadden er inmiddels ruim 12 km opzitten, hielden we een koffie en thee stop met in dit geval Napolitana’s erbij, in een restaurant. Bij ons heten de broodjes Pain au chocolat, zeg maar chocolade croissants. We vervolgden de route en gelukkig was het vandaag grotendeels één lange afdaling, weliswaar onderbroken door enkele klimmetjes. Ergens tijdens een lange soepele daling kwamen we een bordje tegen over een kerkje in A Igrexa. Die was te bezichtigen en je kon er een stempel halen in de Credencial. Er liep een vrijwilliger bij de kerk die open was voor ons als pelgrim. De Iglesia was mooi, met fresco’s op de muur en de stempel was ook de moeite waard. We lieten een donitivo achter als dank.

De keuze van twee opties om Santiago de Compostela te bereiken. De korte route, voor pelgrims die minder stops willen maken en uitkomt bij de luchthaven. Of de langere route voor pelgrims die meer etappes lopen en dus meer kilometers moeten maken, zoals wij
Iglesia in A Igrexa
Het interieur met fresco’s op de achterwand

Wat trouwens vervelend was, was dat ik pijn aan spieren achter mijn rechter knie kreeg. Eigenlijk had ik daar gisteren aan het eind van de dag al last van gekregen, maar gedurende de ochtend was het erger gaan opspelen. Vooral bij het klimmen heb ik er last van en ik denk dat het daardoor ook gekomen is. Esther is een goede snelle klimmer en als haar dieselmotor warm is gaat die als een speer. Ik ben meer een gemakkelijke daler en daar heeft Es weer wat meer moeite mee. Ik denk dat ik mij gisteren en vanochtend geforceerd heb door Es d’r tempo naar boven bij te willen houden. Zij kreeg daarentegen last van haar heup. Nou is dat normaal al een plek die regelmatig opspeelt, maar dan aan de rechter kant. Nu is Es d’r linker heup de boosdoener. We liepen vandaag dus als twee kneuzen de etappe uit. In een bushokje, onze favoriete rusthalte, hielden we op zo’n 17 km rust om ook een pijnstiller in te nemen. Niet dat het echt veel hielp, maar wellicht verkrampen de spieren niet zo erg. Ik hoop dat een rustige namiddag en avond verlichting brengen. Morgen zullen we het wel meemaken. Es en ik hebben nog minder dan 40 km te gaan naar Santiago de Compostela en O Pedrouzo is morgen op ongeveer de helft van de route de volgende overnachtingsplek. Morgenochtend sluiten we aan op de Camino Francés en het is hier in Arzúa al goed te merken dat er meer pelgrims op pad zijn.

Het begint traditie te worden. Onze dagelijkse stop in een bushokje

Buen Camino

Dag 32 – zondag 3 okt. 2021

Etappe 26 en 2 – van Friol naar Sobrado (dos Monxes). Gepland 25,0 km. en gelopen 26,1. Rob totaal 644,8 en Esther totaal 58,5 km.

Na regen komt zonneschijn en soms een regenboog. Er was slecht weer voorspeld en de afgelopen nacht was het behoorlijk tekeer gegaan. Het water plensde tegen de ramen van de hotelkamer. Toen we echter ’s ochtends vroeg de luiken openden zagen we een grotendeels lichtblauwe lucht. 8:00 uur gingen we ontbijten en als enige gasten werden we op ons wenken bediend. We mochten de professionele keuken bekijken en achter het hotel was een expositieruimte met schilderwerken van Gallische kunstenaars. Es was overigens helemaal verrukt van het keramiek uit Galicië, wat als kunst in de keuken aan de wand hing en wij als servies hadden mogen gebruiken. Rond 8:50 uur gingen we op pad na afscheid te hebben genomen van de eigenaars van hotel Casa da Galbana, een echte aanrader.

We verlaten Friol

De 1ste km.’s liepen we langs de rivier de Río Narla. Er ligt in Friol een mooi aangelegd voetpad waarover wij konden wandelen. Een regenboog begeleidde ons op deze wandeldag. Aan het eind van het dorp sloegen we af en werd de omgeving landelijk. Es en ik liepen beide met de hoes om onze rugtas en Es in haar vest en ik in mijn regenjack. De grond was doorweekt van de regen van afgelopen nacht, dus onze schoenen werden nat. Mijn Hanwags zijn door goretex redelijk waterbestendig, maar Es d’r trailrunners werden flink vochtig. Het was een mooie route die goed aangegeven was. Hoe verder we van Friol afkwamen des te slechter de paden werden. Twee keer moesten we door een weiland om de plassen die er lagen te ontwijken. Vooral daar waar door zware machines voor de bosbouw de paden kapot waren gereden. Es kon mijn wandelstok, aangeschaft in een schattig winkeltje in Lugo tegen betaling van het waanzinnige bedrag van € 7,50, af en toe goed gebruiken. Totdat…. Het mis ging.

De Río Narla

De plas was dieper dan gedacht en teruggaan was net zo beroerde beslissing als om door te gaan. Es d’r schoenen en sokken waren doorweekt. Ik zal haar reactie niet aan dit blog toevertrouwen, maar laten we het er maar op houden dat zij lichtelijk ontstemd was. Direct een paar schone sokken en het 2e paar droge schoenen aantrekken was niet zo’n slimme optie, want het zag er naar uit dat we nog meer prut zouden krijgen. Na een km of 6, in het dorp Xiá, zijn we onder een kruis op een paal gestopt en heeft Es van schoenen en sokken gewisseld. We hebben toen ook de keus gemaakt om een alternatief van de alternatieve route te gaan volgen, die meer over asfalt loopt. Het tempo op de bospaden lag ook laag, dus anders zou het helemaal een lange dag zijn geworden.

Vlak voordat het mis ging

Dat was een goede keuze. We liepen weliswaar op asfalt, maar op dit soort B wegen rijdt amper verkeer. We schoten dus lekker op, maar af en toe moesten we even inhouden als er loslopende honden op ons afkwamen. De meeste viervoeters liggen hier aan de ketting, maar blaffen doen ze allemaal. Een enkele keer stormt zo’n keffende waker op ons af. Nu zijn we beide niet zo angstig aangelegd voor honden, dus meestal kunnen we soms zelfs met grote lobbesen nog kroelen. Op zo’n 14 km en net voor de klim naar een heuvelrug, van over de 730 mtr hoogte, namen we een lunchbreak, traditioneel in een bushokje. Het brood van gisteren kon er nog net mee door en de appel was lekker. Een hele tijd zagen we geen mens in deze omgeving, totdat Es moest plassen en er prompt twee auto’s voorbij reden. Ach, die mensen kennen ons gelukkig toch niet. De klim viel mee en de ongeplaveide weg net onder de top van de heuvelrug was goed te belopen en prachtig qua natuur. We besloten om deze weg te gaan blijven volgen totdat die uit zou komen op de Provinciale weg waar de Camino del Norte loopt.

We werden goed in de gaten gehouden

Vanaf Lugo hebben we in bijna twee dagen geen enkele pelgrim gezien en we lopen de LU-934 op, de Povinciale weg en er lopen een stukje voor ons pelgrims en ook achter ons. Naast de weg is er een perfect voetpad aangelegd die tot O Mesón doorloopt. De paaltjes staan er uiteraard en op sommige delen loopt er zelfs een houten hek langs. Je kunt wel zien dat er in Galicië flink in de infrastructuur van de traditionele Camino’s is geïnvesteerd. Welbestede Europese subsidie. Onderweg krijgen we nog wel een bui regen, maar dat mag de prest niet drukken. Het weer is gelukkig veel mooier geweest dan voorspeld. Er passeren ons twee tourincars die claxonneren. Aanvankelijk denken we, wat een leuk gebaar. Totdat we later er achter komen dat er een grote groep dagjespelgrims op de route lopen. Veelal grijze golvers, met een minuscuul rugzakje op, worden deze pelgrims van het eindpunt van de dag naar hun hotel gebracht en de volgende dag bij een startpunt weer afgezet. Dit is ook een manier om een pelgrimstocht te lopen en gelukkig doet iedereen het op zijn of haar eigen wijze.

Dit soort bouwsels staan veel bij boerderijen. Helaas is Emmanuel er niet om te vertellen waarvoor ze dienen

We lopen het laatste stuk voor Sobrado nog over holle paden, maar we krijgen zo langzamerhand ‘het end in de bek’. We passeren het Lagoa de Sobrado (het meer van Sobrado) en zien de torens van het klooster verschijnen. Es en ik hebben trek gekregen en als we rond 16:00 uur aankomen op het plein voor het Monestario besluiten we om eerst te gaan eten. Bij een café restaurant zitten een aantal dagjespelgrims en wij besluiten ook daar een tafeltje te zoeken. We kunnen nog eten bestellen en we nemen beide een pelgrimsmenu met als voorgerecht een tomatensalade met asperges en Es neemt een (mega) karbonade en ik een varkenselleboog, beide met patat (en we krijgen hier er mayonaise en ketchup bij). Als nagerecht heeft Es cheesecake en ik een Flan met av biertjes en cola, voor in totaal € 30,=. Kom daar maar eens om in NL. Ons hotel ligt vlak naast het restaurant en na het eten checken we in. De benen hebben het even zwaar, maar we besluiten toch het klooster te gaan bezoeken.

Holle weg
Het meer van Sobrado
We lopen het dorpje binnen

In het Monestario de Santa Maria de Sobrado, zoals het klooster voluit heet, leeft een Cisterciënsergemeenschap van monniken. Als we naar binnen willen lijkt het net alsof de monnik de boel wil sluiten, maar vriendelijk wijst hij ons de weg. Op mijn opmerking over zijn goede uitspraak van het Engels vertelt hij dat hij ook afkomstig is uit Engeland. De kerk van het klooster is, op een paar stenen grafkisten na, helemaal leeg. Het complex stamt uit 953 en biedt normaliter ook onderdak aan pelgrims die op weg zijn naar Santiago de Compostela. Vanwege COVID 19 mogen er op dit moment geen pelgrims overnachten. Dit tegen de wens van de kloostergemeenschap in. Nog een detail: het meer van Sobrado is in de 16e eeuw aangelegd door monniken van het klooster als waterreservoir. Na de bezichtiging van het boeiende complex gaan we naar ons hotel om te relaxen en daarna te slapen. Morgen volgt de etappe naar Arzúa en komen we op de Camino Francés. Wel grappig, Es en ik hebben na morgen op 4 routes gelopen, de Camino del Norte, de Camino Primitivo, de Camino Verde (niet officieel erkend) en de Camino Francés. Durf maar eens te zeggen dat wij straks geen ervaren pelgrims zijn. Hi, hi.

Het Monestario
Stenen grafkisten van oa een kruisvaarder
Muurschildering

Buen Camino

Dag 31 – zaterdag 2 okt. 2021

Etappe 25 en 1 – van Lugo naar Friol. Gepland 27,8 km. en gelopen 32,4. Rob, totaal 618,7 km. en Esther, totaal 32,4.

Esther heeft haar vuurdoop gehad en een geweldige prestatie geleverd. Es en ik waren rond 7:30 uur gaan ontbijten. De tassen stonden al ingepakt, dus daarna konden we direct vertrekken. We hadden ons voorgenomen om bij het ‘Lugo 100 km.’ punt te vertrekken, dus daar ging onze gezamenlijke Camino van start. Het eerste deel ging door de stad en tegenover de kathedraal verlieten we de ommuurde binnenstad door de Porte de Santiago. We dreigden even mis te lopen, maar een aardige bewoner wees ons op de slecht zichtbare pijl. Het was redelijk weer, bewolkt weliswaar, maar met een aangename temperatuur. Alleen begon het na zo’n 3 km te regenen. Geen plensbui, maar genoeg om onze regenjacks aan te trekken en de hoezen om de rugtassen te doen. Op dat punt verlieten wij ook de Camino Primitivo om de Camino Verde te gaan volgen.

De start van onze gezamenlijke Camino
Deze schildwacht bewaakt de Ponte Romana, de brug waarover wij Lugo verlieten
De Rio Miño
De groene pijl geeft de Camino Verde aan

Het 1ste stuk liep langs de oever van de Rio Miño, maar snel ging de route landinwaarts. We liepen langs een zijtak van die rivier, de Rio Mera. Een prachtige route door een bosrijk gebied langs het langzaam stromende water. Het pad wordt niet vaak belopen en helaas ook niet goed onderhouden. Soms was het klauteren over half vergane houten vlonders en trappen. Toch had het wel iets avontuurlijks. Op de route passeerden we een soort watermolen en leegstaande huizen. Het enige irritante aan de route hier is dat het er stikt van de muggen, gelukkig werden we niet gestoken. Het gezoem om je heen was wel vervelend. Op een gegeven moment werden we ingehaald door een grote hond. Het dier was overduidelijk zijn baas kwijt en bleef even piepend bij ons staan. Hij liep door, maar kwam even later terug rennen en ging waarschijnlijk zijn sporen in de omgekeerde richting volgen. Wel heel vervelend voor dier en baas. Na zo’n km of 7 kwamen we weer in de bewoonde wereld. De route vervolgde langs asfaltwegen, door dorpjes en langs landerijen.

De traag stromende Rio Mera
Es probeert het pad wat breder te maken
Een slecht onderhouden houten vlonder

Op een parkeerplaats met bankjes, naast een kerk gingen we even rusten, met wat fruit en drinken. Inmiddels hadden we er zo’n 11 km opzitten. De wandeling was nog steeds heel prettig alhoewel hij verwarrend aangegeven staat. Er worden groene pijlen gebruikt, maar ook gele. Soms wijzen die een verschillende kant op. Ook loopt de route niet altijd synchroon met de gps route op mijn navigatie app. Het is overduidelijk een niet professioneel uitgezet traject. Het meest vervelende was dat we ergens het bos in werden geleid, door zowel de groene als de gele pijl, terwijl de navigatie rechtdoor over de weg aangaf. Wij volgden de pijlen en kwamen op een slecht begaanbaar bospad, met bijna ondoordringbare struiken. Het leverde ons schrammen op aan onze armen en benen. We moesten van het pad af om door kreupelhout terug te komen op een goed begaanbare weg. De rest van de route bleven we op asfalt lopen. Er zaten trouwens ook flink wat klimmeters in de route. Vaak ook ongemerkt door een hoop valsplat. We passeerden een boer met hond die zijn schapen over de weg leidde naar een ander terrein. Hij wilde praten met ons, maar was volstrekt onverstaanbaar.

Een veld vol pompoenen

Bij Bóveda de Mera namen we een break voor de lunch in een bushaltehokje. We hadden belegd brood mee. Es heeft een mantra voor deze reis: ‘als het echt niet meer gaat, neem ik de bus’. Maar dan mag je op dit platteland wel geduld hebben. Zo vaak rijdt hier niet het OV. We wilden langs Bóveda de Mera, omdat daar resten van een Romaanse kerk te bezichtigen zijn (Santa Eulalia de Bóveda). Alleen stonden er mensen buiten te wachten om naar binnen te mogen en dat zou ons teveel tijd gaan kosten. Het weer was afwisselend droog en regenachtig, zonder dat je nou kon spreken van plensbuien. We hielden de hoezen om de rugtassen en ik liep in mijn regenjack en Es in haar shirt met lange mouwen, zij heeft het snel warm.

Es en haar mantra: “als het echt niet meer gaat, dan neem ik de bus”.

De tocht ging nog steeds over asfaltwegen en merkbaar bleven we klimmen. Helaas kwam het eind van de etappe van vandaag nog niet in zicht, maar het eind van Es d’r goede humeur wel en ook wel terecht. Het zouden er 28 km zijn vandaag, maar toen waren we nog lang niet op de plaats van bestemming. Sterker nog, er kwam nog een uurtje lopen bij en dat op haar 1ste wandeldag. Zij heeft zich kranig gehouden en rond 16:45 uur kwamen we aan in Friol. Een schrale troost, we hebben in een mooi, bijna nieuw hotel een kamer geboekt. Een jong stel heeft dit begin dit jaar geopend. Dan moet je wel lef hebben midden in Corona tijd. De eigenaren hebben het smaakvol aangekleed met oog voor luxe en detail. Es kon eindelijk haar moede lijf en haar voeten rust gunnen en ik ben hartstikke trots op d’r dat ze op haar 1ste dag gelijk zo’n 32 km heeft gelopen. Ik hoop dat zij morgen niet al teveel spierpijn zal hebben. Gelukkig zitten haar kleren, rugtas en schoenen goed, dus geen klachten van blessures of blaren. Vanavond hebben we lekker gegeten in een plaatselijk restaurant. Overigens is Friol best wel een behoorlijke plaats, en voelt Es zich nu na de maaltijd weer een beetje opgeknapt. Morgen de etappe naar Sobrado (dos Monxes), van zo’n 25 km en komen we op driekwart van de route (terug) op de Camino del Norte. Helaas is er wel slecht weer voorspeld.

Buen Camino

Dag 30 – vrijdag 1 okt. 2021

2e Rustdag in Lugo en voor Esther een dagje acclimatiseren

De vlucht van Esther was flink vertraagd en landde pas om 00:20 uur op de luchthaven van Santiago de Compostela. Het duurde daarna nog een half uur voor de Corona check was uitgevoerd en de rugtas kon worden opgehaald, In Spanje wordt er niet gewerkt met de Europese QR code, maar met een eigen app, de SpTH (de Spain Travel Health app). In NL hadden wij die max 48 uur voor vertrek digitaal moeten invullen. Overigens is één van de onderdelen die verwerkt moeten worden WEL de EU-QR code. Tja, je moet je als land toch een beetje belangrijker voordoen dan je bent. Aangekomen in Spanje wordt er echt uitsluitend gekeken naar de SpTH autorisatie en daar zijn ze heel strikt in. Eindelijk konden Es en ik elkaar na vier weken weer in de armen sluiten, heerlijk. We hebben elkaar erg gemist.

We namen vanaf de luchthaven een taxi naar hotel Garcas, wat op zo’n vijf minuten rijden ligt. Normaliter een ideale plek om te overnachten indien je een vroege vlucht hebt, tip van Clemens. Es en ik waren beide gaar en zijn gaan slapen, want om 8:00 uur wilden we de bus terug nemen naar de luchthaven. Dat deden we dus vanmorgen en op Santiago AirPort hadden we even tijd voor een kop koffie en thee, met wat erbij. 8:45 uur vertrok de Monbus (dat is de regionale busmaatschappij) richting Lugo. De rit volgt een deel van de route van de pelgrims, vanochtend uiteraard in omgekeerde richting en langs de weg liepen veel individuele peregrinos, maar ook groepen. Op dit deel van het traject zijn meerdere Camino’s bij elkaar gekomen en met name op de Francés lopen de meeste pelgrims. We reden dus terug naar Lugo via O Pedrouzo, Arzúa, Melide en Palas de Rei, plaatsen waar veelal door peregrinos wordt overnacht. Het is een mooie route die de bus aflegt, zeker rond deze tijd als de zon nog zijn warme kleur heeft en de damp nog in de dalen hangt. Rond 10:15 uur rijden we de buitenwijken van Lugo binnen en om 10:30 uur arriveerden wij op het centrale busstation.

Es en ik verlaten het busstation, lopen naar ons appartementencomplex en kunnen nog net lekker uitgebreid ontbijten. Na afloop gaan we naar de kamer en vervolgens naar de binnenstad van Lugo. Na een beetje rondgewandeld te hebben gaan we een audiotour doen door de kathedraal. De informatie is veel en uitgebreid en snel verslapt de aandacht. Toch is het de moeite waard om deze kerk te bezichtigen, al is het alleen maar vanwege de historische waarde en de museumschatten die het herbergt. Er is een mis aan de gang en die kunnen we vanaf de galerij volgen, heel indrukwekkend. We verlaten de kathedraal en besluiten over een deel van de muur te gaan wandelen, voor Es een nieuwe ervaring. Wij zijn beide onder de indruk van de stad Lugo met zijn rijke geschiedenis. We drinken wat op een terras en wandelen terug naar het appartementencomplex. Onderweg komen we een heerlijke winkel tegen met luxe chocoladeartiken. We verwennen onszelf met iets lekkers. Alles gaat zo’n beetje sluiten en wij zijn beide moe. We lopen nog wel even langs de supermercado voor de laatste spullen voor morgen. Er zijn dan geen voorzieningen onderweg, dus we gaan lekker picknicken. Es en ik lunchen op de kamer en besluiten ons aan te passen aan de lokale bevolking en een siësta te gaan houden. Rond 17:00 uur gaan we weer op pad en kuieren op ons gemakkie door de binnenstad. Na afloop nemen we op een terras wat te drinken en krijgen we tapas. Het is maagvullend, dus het avondeten kunnen we overslaan. We gaan terug naar ons appartementencomplex en leggen voor morgen de spullen klaar. We gaan bijtijds naar bed, want morgen begint voor Es haar Camino en voor mij het 3e deel van mijn pelgrimstocht. Het wordt ook wel spannend, want we gaan afwijken van de standaard route. De volgende overnachtingsplek is Friol en de geplande afstand is zo’n 28 km. We mogen (weer) aan de bak, fijn. Ben zou zeggen: “zin in, ja”.

De Crismón de Quiroga of Crismón de la Ermita (Quiroga) is een cirkelvormig stuk marmer bewerkt met een inscriptie in het Latijn en initialen in het Grieks. Één van de meest beroemde stukken uit het museum. Tot 1887 diende het als altaar in de 12e-eeuwse kerk van Santa María de la Ermita.
Het opvallende in deze kathedraal is dat het koor zich niet aan de voorkant van de kerk bevindt, maar centraal gesitueerd is
Schoolkinderen in uniformjasjes, schattig hè
Het Praza de Ferrol
Brievenbussen in de muur van het Correos kantoor
Fonte de San Vicente op het Praza do Campo
Es en Rob, voor de Porta do Bispo Aguirre, met de verplichte klederdracht voor onze mond en neus

Buen Camino

Dag 29 – donderdag 30 sept. 2021

1ste Rustdag in Lugo en Esther komt aan in Santiago de Compostela.

Ik had beloofd nog iets over gisteren te schrijven, dus daar ga ik mee beginnen. Allereerst mijn 2e bezoek aan de kathedraal van Lugo. Ik moest voor Es nog een Credencial aanschaffen en dat kon in de sacristie van de kathedraal. Tijdens mijn 1ste bezoek was die nog gesloten, maar nu mocht ik mee naar de kleedkamer van de geestelijken, een plek waar je normaliter niet zo snel komt, altans ik niet. De meneer die mij hielp haalde een kistje uit een kast en ik kreeg de stempelkaart (dit klinkt wel wat oneerbiedig, maar zo bedoel ik het niet) overhandigd. Kosten slechts € 2,=. Of ik er ook gelijk een stempel in wilde, ja natuurlijk ‘por favor’. Ik mocht zelfs wat foto’s maken en ook gelijk maar in de kathedraal op weg naar buiten. Van wat ik nu al heb gezien van de kerk ben ik er erg van onder de indruk. Vrijdag gaan Es en ik samen de kathedraal bezoeken en tevens het museum wat er bij hoort. Als het lukt willen we ook een mis bijwonen. Ik vertrek van de kathedraal en kom Cole tegen, hij heeft de bezichtiging van de kerk gedaan en is er goed over te spreken. Hij gaat nu buiten opnames maken voor zijn YouTube kanaal.

Er was nog een belangrijk ding te regelen, het ophalen van Es van de luchthaven van Santiago de Compostela. Tja, en dat werd een dingetje. Ik ben naar het Avis verhuurbedrijf gegaan, buiten de ommuurde binnenstad, een 20 min. durende wandeling, alleen moet je dat niet boven OP de muur doen. Voor de beeldvorming, de muur rond Lugo is een kleine straat breed. Één auto zou er makkelijk over kunnen rijden. Alleen er zijn maar een beperkt aantal mogelijkheden om de muur te beklimmen of af te dalen. Logisch natuurlijk anders konden de vijanden in oorlogstijd nog zo over de verdedigingswal heen komen. Afijn de 20 min. werden ruim een half uur, maar dat mocht de pret niet drukken. Op weg naar het Avis kantoor(tje) passeerde ik het centrale busstation van Lugo. De mevrouw van Avis hielp mij heel vriendelijk, maar eigenlijk niet. Helaas zijn er geen auto’s beschikbaar (huh, een internationaal verhuurbedrijf) en als er misschien één alsnog komt zijn de kosten € 160,=, alsof je een emmer leeg gooit. Misschien kunt u bij Europcar terecht. Hen proberen te bellen, maar er werd niet opgenomen. Dan op zoek naar een andere oplossing, met de bus. Alleen ’s avonds rijden er na 21:30 uur geen bussen meer in dit deel van Spanje. Toch maar even navragen bij het busstation, dat lag toch op de weg. In mijn beste Spaans, met handen en voeten: “nee er rijden echt geen bussen meer ’s avonds”. Dan een andere oplossing, Booking.com. Ja er is nog een kamer vrij in het hotel bij de luchthaven waar we ook voor de laatste dag van ons verblijf gereserveerd hebben. Geboekt voor € 50,=, met als opmerking ‘late arrivel’. Mijn bus gaat vanavond om 20:00 uur naar SdC-luchthaven en Es vertrekt op hetzelfde moment van Schiphol. Morgen gaan we met de bus van rond 9:00 uur naar Lugo. Dan hebben we toch nog wat aan de dag hier.

Dit monument staat bij het busstation van Lugo en is een eerbetoon aan de familie van de boer Pelúdez, een fictief personage dat de avonturen vertelde van de landelijke Galiciërs die in de maand oktober naar Lugo reisden om deel te nemen aan de festiviteiten van San Froilán, beschermheilige van de provincie Lugo

Nog een laatste opmerking over gisteren. Zoals ik al eerder schreef heb ik wat moeite met de etenstijden hier in noord Spanje. Als pelgrim kom je meestal te laat op je bestemming voor de lunch en het diner begint pas rond 20:00 uur. De tijd dat ik aan de koffie wil en daarna naar bed. Bovendien met een volle maag vind ik het ook niet lekker om te gaan slapen. En ik snap het wel, want hier is het leven zo ingedeeld dat er ’s middag siësta gehouden kan worden. Alles sluit ook een paar uur, muv de horeca. Maar goed, als je dan als peregrino rond een voor mij normale etenstijd van pakweg 19:00 uur een ‘menu de dia’ wilt hebben, dan word je verbannen naar het minst geliefde tafeltje van het restaurant. Dit is mij nu al meerdere malen overkomen, dus ook gisteravond zat ik naast de gang naar de toiletten aan mijn maaltijd. Ik heb overigens lekker gegeten hoor, koolsoep uit Galicië vooraf en kabeljauw met groenten als hoofdgerecht, met 3 Cervezas sin alcohol. Als toetje een coupe verse aardbeien met echte slagroom (zelfs gezoet) en een café solo, voor maar € 24,=.

Dit was niet mijn maaltijd van gisteren, maar een tussendoortje. ‘Churros con Chocolate’, gefrituurd deeg wat je doopt in chocoladesaus. Niet voor degene die op de weegschaal moeten letten 😄

Vanochtend even rustig aan begonnen. Na me (eindelijk) weer eens geschoren te hebben ben ik mij gaan verzorgen. Met de was in een vuilniszak wilde ik naar de wasserette, maar zag dat de cafetaria op de begane grond open was. Kon daar lekker ontbijten, geen idee hoe dat met betalen moet. Even nagevraagd, maar de cafetaria is al vanaf 7:00 uur open, dus ideaal voor het vertrek zaterdagochtend. Buiten de Spaanse mensen die er zaten kwam er ook een jonge vrouw ontbijten en ook zij wilde in het Engels communiceren, dat gaat proefondervindelijk niet lukken. Zij heeft een rugtas bij zich en we raken aan de praat. Zij heet Camille en komt uit Brussel. Zij is Waals, dus ‘no way in Dutch’. Zij stopt vandaag met haar Camino, Camille voelt zich oververmoeid. Ik moet ook zeggen, zij ziet er niet goed uit. Ze baalt wel verschrikkelijk, want ze had in Santiago afgesproken met Camino vrienden. Camille was op 2 sept. gestart in Irun en heeft net als ik de switch gemaakt van de del Norte naar de Primitivo. Zij heeft wel meer km.’s per dag afgelegd. Wauw, met het einddoel in zicht, dan toch moeten opgeven is waardeloos. Ik snap het wel als je lichamelijk of geestelijk niet meer kunt dan gaat je gezondheid voor. Camille is net als ik gisteren in Lugo aangekomen en gaat vandaag nog de kathedraal bezoeken om een kaarsje te branden. Ze vertrekt dan naar Lissabon (ik neem aan met de bus), want daar heeft ze afgesproken met een vriendin om te relaxen. Camille wil een volgende keer het laatste deel naar SdC gaan wandelen. Zo’n tocht kan raar lopen.

Ik heb vanochtend mijn kleren weer gewassen in een wasserette. Prima geregeld, wassen en drogen in een uurtje tijd, bijna alles is weer schoon. Daarna naar de Supermercado geweest (de Dia) en alvast wat spulletjes gekocht voor de eerste twee dagen van onze Camino. De route die ik wil volgen, via Friol en Sobrado (dos Monxes) is geen standaard route. Het is wel een groene route, hij wordt zelfs de Camino Verde genoemd en sluit pas laat aan op de Camino Francés, bij Arzua. Vanaf Sobrado lopen Es en ik straks weer op de Camino del Norte. Mij benieuwen of ik dan nog pelgrims tegenkom die de gehele del Norte lopen en die ik al eerder ben tegengekomen. Na afloop lekker gaan ‘spazieren’ in de binnenstad van Lugo en de halve muur bewandeld. Lugo oogt als een redelijk welvarende stad met veel musea en culturele plekken. Het is natuurlijk ook een heel oude stad. Er wordt al rond de start van de jaartelling geschreven over het Romeinse militaire kamp ‘Lucus Augusti’, wat zoveel betekent als ‘het heilige bos van Augustus’. Het werd gesticht door Paul Fabius Maximus in naam van keizer Augustus. Er zijn talloze overblijfselen uit die tijd. Beroemd is dus ook de Romeinse muur die nog bijna volledig intact is. Sinds 2000 is de muur rond de binnenstad van Lugo Unesco cultureel erfgoed. Overigens bestond er hier al een nederzetting in de tijd van de Kelten en dat was nog voordat de Romeinen Galicië veroverden. Lugo is naar men aanneemt de oudste stad van de provincie.

Het Praza de Santo Domingo, met het Monumento do Bimilenario
Stadsmuur met op de achtergrond de kathedraal

Na afloop ben ik gaan lunchen op het Plaza Mayor. Tijdens mijn maaltijd nam er een Nederlands stel plaats aan de tafel naast mij. Zij zijn afkomstig uit Amersfoort en met de (huur?) auto op rondreis door Noord Spanje. Ze hebben heel wat steden inmiddels gezien, zoals Leon, Burgos, Bilbao en verbleven op dit moment in La Coruña. Het sympathieke stel was het meest onder de indruk van de stad Santiago de Compostela. Gezellig even kunnen kletsen in mijn moerstaal en zij waren erg geïnteresseerd in mijn pelgrimstocht. De man en vrouw waren de afgelopen dagen veel pelgrims tegengekomen, ook langs de provinciale wegen. Na afloop ben ik naar het appartement gegaan en even een korte siësta gehouden. Ik pas mij makkelijk aan, aan de lokale riten en gebruiken.

Een enorme muurschildering net buiten de stadsmuur
De stadspoort voor de kathedraal waardoor wij zaterdag de binnenstad van Lugo zullen verlaten

Rond 18:00 uur kreeg Es, inmiddels op Schiphol, te lezen dat haar vlucht is vertraagd. Helaas gaat zij nu pas ruim na middernacht aankomen. Ik wilde foto’s plaatsen van haar aankomst, maar het wordt er één wachtend op vertrek. Het is wat het is, de Camino bepaalt.

Buen Camino

Dag 28 – woensdag 29 sept 2021

Etappe 24 – van Villa de Cas naar Lugo. Gepland 15,9 km. en gelopen 17,3. Totaal nu 586,3 km. gewandeld.

Weer onrustig geslapen vannacht. Voor de tweede maal tijdens mijn tocht schrok ik wakker en was ik de kluts kwijt. Mogelijk omdat er een gordijn voor mijn bed hing en aan de andere kant zich een ruw stenen wand bevond, was ik even in het donker van de rel. Het licht van mijn horloge bracht me terug naar de realiteit. Als 1ste ging ik mij verzorgen. Een aantal van de slapers hadden last van het teveel aan alcohol van de vorige avond. De drie jongeren gingen als eerste ontbijten en ik volgde snel. Na mij kwamen Ida en als laatste Cole. De drie Spanjaarden gingen als eerste op pad. Na afloop van het ontbijt heb ik de rekening moeten betalen voor het verblijf in deze prima Albergue en dat was € 40,=, voor overnachting, drinken, lunch, avondeten en ontbijt. Ik vind dat alleszins redelijk. Ik had aan Stanley en de twee Duitse jongeren gevraagd of zij ook naar de Iglesia de Soutemorille zouden gaan, maar zij waren niet op de hoogte van die keuzemogelijkheid in route. Zij hebben echter sterk hun focus op het bereiken van Santiago de Compostela en minder op het tot zich nemen van datgene wat er op je pad komt. Ik denk dat dit ook het verschil in leeftijd is. De Duitse jongeman, ik ben zijn naam kwijt, is 20 jaar, één van de jongste pelgrims die ik tijdens deze tocht heb ontmoet. Ik nam afscheid van de eigenaar en zijn vrouw en Cole bleef nog even hangen om opnames te maken voor zijn YouTube kanaal. Hij maakt reportages van de Camino’s die hij loopt en geeft ervaringen weer over Albergues en interessante plekken waar hij komt. De drie jongelui en Ida waren al op weg

Naar links de originele route en naar rechts de complementario

Het motterde toen ik uit de Albergue vertrok, maar ik had toch gekozen om in mijn vest te gaan wandelen. Het was meer zware ochtenddamp dan regen. Mijn ervaring is dat ’s ochtends de damp tot een uur of 10 blijft hangen en dan langzaamaan optrekt. Vlak na het dorp Villa de Cas is de splitsing waarbij de weg naar links de officiële route is en die naar rechts de complimentario. Ik ben blij dat ik die heb genomen en kan die extra 700 mtrs iedereen aanraden. Als ik een sprookjesbos zou moeten visualiseren dan zag die er zo uit. Holle paden, eeuwenoude stenen muren, ruïnes van huizen en een kerk en vooral stilte. Ik was sterk onder de indruk van de mystieke omgeving en de geschiedenis die hier eeuwenlang is geschreven. Er staan bomen die meer dan 350 jaar oud zijn. De Igrexa de San Salvador de Soutomerille moet van oorsprong preromaans zijn, dus ongeveer uit de 9e eeuw stammen. Het Monestario dat er nog staat, stamt uit 1619. Ik geniet in stilte, maak foto’s en schrik als ineens Cole om de hoek komt aanlopen. Hij is ook sterk onder de indruk en gaat opnames maken met zijn drone. Ik ga nog op zoek naar een gevallen kastanje, maar vind die niet. Ik zou graag een nazaat van deze eeuwenoude bomen mee willen nemen naar NL. Ik ga er geen van de boom aftrekken, want dan ben ik net zo slecht bezig als degenen die de oorzaak zijn geweest van de sterfte van één van deze oude kastanjebomen. Later ligt op het pad een afgevallen kastanje en neem ik die mee. Komt die iig wel uit de omgeving.

Aan het einde van de extra route loop ik langs een afgraving waar graniet is gedolven. Aan de andere zijde is een meer (ontstaan?). Als ik niet beter wist zou ik denken dat er één of ander resort wordt aangelegd. Heel apart. Dit gebied zou rijp kunnen zijn voor commerciële ontwikkeling, net 15 km. buiten de stad en aan de Camino Primitivo. Laten we hopen dat het massatoerisme hier wegblijft. Het pad gaat over in een onverharde weg, gaat over in een asfaltweg. De zachte ondergrond laat ik voorlopig achter mij.

Graniet uit de groeve
Een aangelegd meer?

Ik kom Ida achterop lopen en samen wandelen we zo’n 1,5 km langs een provinciale weg. Het verkeer raast langs ons heen. Zowel Ida als ik vinden dit de minst prettige stukken. Ook zij was onder de indruk van de Iglesia de Soutomorille en geniet van dit soort omleidingen. Nadat we het asfalt gelukkig weer verlaten groeten we elkaar en loop ik door. Ik heb een iets hoger looptempo en Ida vindt het, net als ik, wel lekker om alleen te lopen. Ik heb de afgelopen dagen genoten om in het gezelschap van (Spaanse) jonge mensen te lopen, maar vind het vandaag ook weer fijn om in m’n uppie te wandelen. Het weer is ook heerlijk. Was het aanvankelijk ietwat fris, nu is het prima wandelweer. Het is bewolkt met af en toe wat zon en amper wind.

Ik passeer een grote afgraving die nog volledig operationeel is en er rijdt een grote Caterpillar de weg over afgeladen met rotsblokken. Er draait een grote kraan en het geluid van zware machines hangt kilometers ver in de lucht. Ik heb sterk de indruk dat de rotsblokken vermalen worden tot gruis. Geen idee waarvoor dat moet dienen. Opnieuw over een bospad lopend zie ik links van mij een oude caravan op een omheind terrein staan met een onooglijk huisje in het midden. Het is niet bewoond, het hok heeft naar mijn idee ook geen woonfunctie en het terrein is te koop. Achter het hoge hek lopen een hond en een geit. Ik ben verbijsterd. Wie laat daar nou twee dieren onverzorgd aan z’n lot over, maar misschien is dat een voorbarige conclusie. Iig heeft de hond geen waakhond functie, want als ik naderbij kom komt zij kwispelend op mij af. Mijn hart gaat open, wat een scheet van een dier. Ik kan haar kop en nek kroelen en ze krijgt kleine oogjes van genot. Ik weet zeker dat deze hond liefde te kort krijgt. De geit scharrelt wat rond en komt ook bij ons staan. Ik heb nog een rol koek in mijn rugtas zitten en voer de dieren. Ze zijn niet broodmager, maar er zit ook geen vet op hun bast. Ik heb ook de indruk dat de hond melk drinkt uit de uiers van de geit. Ik voel me machteloos en besluit door de lopen. De hond kijkt me achter het hek met droevige ogen na. In mijn hart zou ik me graag druk willen maken om het dier een beter leven te kunnen geven, maar ten 1ste weet ik niet of de hond en de geit het echt slecht hebben en ten 2e gaan ze op het Spaanse platteland helaas anders met dieren om dan in NL. Een heel vervelend moment is het wel.

Dan smelt je toch

Ik loop verder en passeer een helicopter landingsplaats, vermoedelijk van het nabijgelegen Universitair ziekenhuis. Voor het eerst in weken ga ik met een viaduct een vierbaans snelweg over en bekruipt mij het nare gevoel dicht bij een grote stad te komen. De onverharde weg maakt plaats voor een asfaltweg met afgebakend looppad en Lugo komt in zicht. Rijen flatgebouwen aan de rand van de stad en een grote radiotoren als markant baken. Dichtbij ligt een oud stenen viaduct voor snelverkeer, maar ik wandel via een klein stenen bruggetje Lugo binnen. De afgelopen kilometers liepen de bordjes op de stenen routepaaltjrs terug richting 100 km (nog te gaan naar Santiago de Compostela). Het 100 km. punt mis ik volledig. Ik passeer het appartementencomplex waar Esther en ik straks verblijven en wandel richting ommuurde stad. Ik ben van plan om naar de kathedraal van Lugo te lopen, daar mijn horloge uit te zetten en een stempel te gaan halen in mijn Credencial. Ook wil ik vragen of ik daar een Credencial voor Es kan kopen.

Ik loop door één van de poorten in de muur en bevindt mij in het oude stadscentrum. Loop door een winkelstraat en langs de terrassen op het Plaza Mayor. Bij de kathedraal stop ik de tijd op mijn horloge en stap naar binnen. Ik krijg mijn stempel maar moet terugkomen voor de Credencial. De sacristie is gesloten en opent pas na 16:00 uur. Ik loop terug en voor de laatste maal: “ja daar is ie weer”, zie ik Emmanuel aan komen lopen. We praten wat en de Fransman zegt te mikken om op zondag Santiago te bereiken. Hij wil graag de zondagsmis bijwonen. Emmanuel weet me wel te vertellen waar de 100 km. aanduiding staat en het is geen paaltje, maar een sculptuur van staal. Even later voegt Yara zich bij ons. Zij heeft een appartement in een ander deel van Lugo gevonden. Wel grappig dat je in zo’n grote stad toch weer twee bekende pelgrims tegenkomt. Beide zijn nu een dagje de toerist aan het uithangen en vervolgen morgen hun Camino.

Ik haal wat informatie op bij het tourist office, ontmoet daar nog twee NL toeristen op een stedentrip en ga mijn appartement opzoeken. Deze ligt dus langs de route van de Camino Primitivo en is goed ingericht en uitgerust. Hier kunnen Es en ik ons tot zaterdag wel vermaken. Ik neem een lekkere douche en rust wat uit. Na 16:00 uur wil ik nog de Credencial regelen en ik wil een auto huren om Es morgenavond op te halen van de luchthaven van SdC. Om het verhaal van vandaag niet te lang te maken en om morgen tijdens de 1ste rustdag nog wat tekst te hebben, schrijf ik daar morgen verder over.

Buen Camino

Dag 27 – dinsdag 28 sept. 2021

Etappe 23 – van O Cádavo naar Vilar de Cas. Gepland 14,5 km. en gelopen 14,3. Totaal nu 569 km.

Afscheid en vakantiegevoel.

Ik had vandaag, geloof voor het eerst tijdens deze tocht, geen wekker gezet. Blijkbaar was dat ook niet nodig, want om 6:40 uur werd ik uit mezelf wakker. Met de rest van de kamer opgestaan en als laatste naar de centrale keuken gegaan. Een groep pelgrims was hun ontbijt aan het maken en ik kreeg van Anna een kop Nescafé koffie en ik bood haar een muffin aan. Lorena kwam even bij mij staan terwijl de kop met water in de magnetron ronddraaide en deed bij mij haar lievelings armbandje om, als aandenken. Wat geweldig hè. Ik was er heel dankbaar voor, maar ook confuus van. Ik neem afscheid van Albert, Anita en Yara. Zij, maar straks ook Lorena, Maria José, Juanma en Anna lopen vandaag door naar Lugo. Het voelt alsof ik een beetje afscheid moet nemen van vrienden. Ondanks dat we elkaar niet door en door kennen zorgt de Camino er voor dat er toch iets van een groep is ontstaan, zonder dat ik dat als ‘klef’ wil bestempelen. Meer iets van ‘wij van….’ Toch was het geen echt ontbijt wat Juanma, Lorena, Maria José en ik hadden gegeten, dus gingen we het een beetje overdoen in een restaurant in het dorp. Onze start van de etappe van vandaag was dus zeker niet vroeg

9:00 Uur gingen we op weg en het was kil in de damp. De 1ste km.’s waren niet zo interessant qua zicht, wel lekker om te wandelen. De heuvels zijn nu stukken lager dus het klimwerk is beter te doen. We zijn vandaag ruim onder de 300 klim mtrs gebleven. De paden gingen over bosgrond en landerijen en langzaam werd onze kleine wereld groter. Zelfs zo dat rond 10:00 uur de zon doorbrak. De paden blijven goed en een enkele keer lopen we over asfalt. Onderweg komen we nog een hond in een kooi tegen, zonder huizen in de nabijheid. Het dier is totaal gefrustreerd, want hij rent rondjes rond zijn hok. De grond is uitgesleten van zijn rennen. Heel zielig, Lorena is er evenals ik door aangeslagen.

Na zo’n anderhalf uur splits de route zich in tweeën. Rechts gaat de verlengde route, de complementario – deze gaat langs een kerkje, maar wij slaan linksaf. Deze route is 500 mtr korter en het drietal Spanjaarden moet vandaag al ruim 30 km afleggen. Vlak voor Castroverde op zo’n 8 km na de start, komen we langs een dode oude kastanjeboom. Dichtbij staat op een bordje wat er met de boom aan de hand was. Hij stond bij Iglesia de San Salvador de Soutermerille. De boom is door het toedoen van mensen gestorven. Er wordt pelgrims gevraagd om langs de resten van de kerk te gaan, die op een alternatief van de etappe van morgen ligt. Ik ben van plan om dit te gaan doen, ik heb opnieuw de tijd. In Castroverde nemen we even een moment voor een café con leche en in mijn geval een chocolade croissant. Anna zit al aan een kop koffie als we aankomen en Yara komt even later aanlopen, die heeft boodschappen gedaan in de supermarkt. We praten wat met z’n allen en na een klein half uur vertrekken wij voor het volgende deel van de etappe.

De dode kastanjeboom

We komen door Soute de Torres een lieflijk oud plaatsje met nog oudere kerk, begraafplaats en vrijstaand kruis. Dat laatste zie je niet veel in dit soort dorpen. Er ligt een dode witte kat langs de weg, ik hoop dat iemand de moeite neemt het dier te begraven. Even verderop spelen drie jongen katten met elkaar. Leven en dood in een notendop. We komen na ruim 14 km aan in Villa de Cas en de Albergue waar ik slaap ligt langs de route. Ik neem afscheid van Maria José, Juanma en Lorena en de laatste is in tranen, hoe vertederend. Onderweg had Lorena ons alle drie uitgenodigd voor de fiësta in haar dorp bij Alicante. Dit is vijf dagen feestvieren met kostuums en dergelijke, elk jaar in februari. Ik stel mij voor dat het een soort carnaval is, alhoewel op de foto’s die Lorena laat zien de kledij er heel anders uit ziet. De vader van Lorena is een capitan, dat zal een soort belangrijke functie zijn in de fiëstavereniging. Ik zie de uitnodiging met plezier tegemoet.

Castroverde met de fontein
Kerkje met aan weerszijden grafmuren
Kruis met in het midden een pelgrim
3 jonge katjes
Afscheidsselfie

De eigenaar van de herberg waar ik slaap oogt in eerste instantie wat chagrijnig, maar hoe meer ik hem leer kennen blijkt het een geweldige vent te zijn. Ik mag gaan zitten in de open bar en krijg gelijk wat te drinken, een Cerveza sin alcohol. Hij praat nog even wat met andere gasten voor hij mij de Albergue laat zien en die is de moeite waard. Ik durf gerust te stellen dat dit mooiste herberg is waar ik tot nu toe heb geslapen. Het is een modern, ik denk onder architectuur gebouwd, pand en heeft een herberg gedeelte en privé kamers. In het herberg gedeelte op de begane grond staan 5 stapelbedden, waarvan er vanavond 6 bedden worden gebruikt. In het souterrain staan nog 3 stapelbedden, waar er 3 van worden gebruikt. Er is een apart douche/ toiletgedeelte voor de jongens en de meisjes en er is een ruimte met wasmachine en droger. Alles ziet er luxe uit en het lijkt als of er niet op de kwaliteit is bezuinigd. Er is een aparte keuken met marmeren keukenblad en tafelblad. Het heeft zowel een inductie kookplaat als Atag (lookalike) kooktoestel en oven. Buiten is er een tuin met twee vrijstaande hangmatten en ligstoelen. Ik ben vroeg en nog de enige en op m’n gemak bekijk ik alles. Ik word uitgenodigd voor de lunch en vanavond om 20:00 uur ‘for the menu’. De man spreekt nauwelijks Engels en geneert zich er ook niet voor. Net als alle niet Engels sprekende Spanjaarden doen ze er alles aan om wat zij willen vertellen over de bühne te krijgen. Zo heb ik begrepen dat hij een slagerij heeft in Lugo en dat de herberg een nevenbedrijf is. Ook is er een stal met koeien voor melk en de slacht. Het gaat door Corona met de Albergue niet zo goed, omdat de buitenlandse pelgrims wegblijven en de Spaanse is hij niet blij mee. Hij heeft op de zolder van de bar een wereldkaart hangen met pinnen en vlaggentjes er in geprikt bij de landen waarvan er gasten in de herberg zijn geweest. Er zijn weinig landen te ontdekken die zonder pinnetje zijn.

Buiten aanzicht
De tuin
Het bovenste slaapgedeelte
De keuken

Ik ga rond 14:00 uur lunchen en krijg oma Maria’s (van 89 jaar) aardappel/ koolsoep met brood, gezonde kost. Als bijgerecht een soort gevulde – tja, hoe zal ik dat nou omschrijven – knapperige korsten. Heel lekker. Er komen drie Spaanse peregrinos die ik al eerder heb gezien en die aanvankelijk door wilden lopen, maar bij de aanblik van de herberg toch maar besluiten hier te overnachten. De eigenaar krijgt een telefoontje terwijl ik zit te eten en schijnbaar is de beller Engelstalig, of ik de telefoon even aan wil nemen. Krijg het mobieltje in mijn handen gedrukt en neem de reservering voor 3 personen aan van Stanley. Ik lach me dood. Ook Ida komt aangewandeld en blijkt hier ook te overnachten, evenals Cole, een Engelsman die ik vanochtend had ontmoet tijdens het ontbijt. Het is mooi weer en ik heb eindelijk ook een beetje vakantiegevoel liggend in een hangmat in de zon, heerlijk. Stanley arriveert tegen de avond met twee jonge Duitsers, een jonge man en jonge vrouw. Stanley is ook nog jong en blijkt Stanislav te heten, uit Tsjechië. Vanavond hebben we met z’n allen gegeten. Weer die aardappel/ koolsoep en brood en als hoofdgerecht een stuk rundvlees in een saus, met patat, salade en pittige pimentos. Als nagerecht een plakje kaas met gelei er op. Om te drinken een karaf witte en rode wijn en water (voor mij). Na afloop kwamen er allerlei flessen sterke drank op tafel en daar werd gretig gebruik van gemaakt. Ik bleef echter keurig aan het water. Voor morgenochtend is er vanaf 6:30 uur ontbijt, dat is voor een slager een mooie tijd, Tot op heden heb ik nog geen cent hoeven te betalen en weet ik alleen dat ik € 14,= moet betalen voor het verblijf. Geen idee wat de totale rekening wordt. Ik vind dit echt om te lachen,

De onderdanen krijgen rust

Buen Camino

Dag 26 – maandag 27 sept. 2021

Etappe 22 – van A Fonsagrada naar O Cádavo (Baleira). Gepland 24,3 km. en gelopen 24,8. Totaal nu 554,7 km. gewandeld.

Laat ik vandaag beginnen met dat het ontbijt vanochtend het lekkerste was tot nu toe. Lorena, Juanma en ik hadden afgesproken om 7:45 uur te gaan ontbijten. Wat ik niet wist dat er op de 1ste etage van de Albergue Cantabrico, een speciale ruimte voor was. Ik stapte daar binnen en het Amerikaanse viertal, een jonger stel en een ouder stel, attendeerde mij erop dat het eten zo goed was. Ik wachtte even dat het Spaanse tweetal zou komen en die stapte even later ook binnen. Ik bestelde toast met scrambled eggs en gebakken ham op een tomaten relish. Een glas verse sinaasappelsap en café con leche. Ik had nog veel meer kunnen bestellen en dat voor € 5,= p.p.

Albergue Cantabrico

Het regende toen we op pad gingen. Lorena, Juanma en ik hadden gisteren afgesproken om samen te gaan lopen. Vandaag zou de 1ste dag worden dat we af gingen dalen naar de lagere heuvels. Helaas was dat een ietwat verkeerde inschatting. De eerste km.’s gingen over mooie bospaden of langs de provinciale weg. Het regende niet hard en de temperatuur was oké. We passeerden op zo’n 4 km een Albergue waar ook een aantal peregrinos sliepen die ik regelmatig tegen ben gekomen. Na een tijdje kwamen twee pelgrims ons achterop. Het waren Claudia en Giuseppe. Haar heb ik vaker gezien en gesproken. Claudia is half Italiaans en half Spaans en woont in Rome. Haar vader woont aan de oostkust van Noord Spanje. Dit wees zij mij gisteren aan op de landkaart. Helaas spreekt zij heel gebrekkig Engels, dus communiceren gaat mbv handen en voeten en Google translate. Giuseppe is vandaag begonnen aan het 2e deel van zijn Camino. 8 Jaar geleden heeft hij van Oviedo naar A Fonsagrada gelopen en vanaf nu wil hij het deel naar Santiago de Compostela afmaken. Hij komt uit Barcelona en spreekt goed Engels. Giuseppe is ongetraind aan deze wandeltocht begonnen en heeft wat overgewicht. Hij zal het niet gemakkelijk krijgen. Toch loopt hij heel vlot dus wie weet. Ook komen we Maria José tegen, met haar heb ik al meerdere keren in een herberg geslapen. Zij is een 63 jarige vrouw die aan de stadsgrens van Oviedo is begonnen aan haar Camino. Zij spreekt maar een paar woordjes Engels, dus ook met haar gaat het converseren moeizaam. Juanma wist me te vertellen dat Maria José het vandaag zwaar heeft, zowel fysiek als mentaal. We proberen haar een beetje bij ons te houden, maar op een gegeven moment blijft zij te ver achter en lopen we door. Ook dat is de Camino, ieder doet het op zijn of haar eigen manier.

Giuseppe, Juanma, Lorena en ik

Het weer klaarde op en de regenjacks konden weer uit. De zon ging schijnen en het was heerlijk in polo shirt en korte broek. We kwamen Albert tegen en daar kon ik even wat Nederlands mee praten. Hij vertelde mij dat hij een dag flink last van zijn scheenbeen had gehad en dat kan een heel vervelende blessure zijn. Gelukkig was hij vandaag weer topfit. Albert’s zuster Anita liep een stuk voor hem uit. Die heb ik tijdens de etappe niet gezien, maar later wel in de herberg.

Links op de voorgrond Maria José

Op zo’n 12 km. hielden we een stop. Een aantal peregrinos liepen door, maar Lorena, Juanma en ik hadden behoefte aan wat te eten en te drinken. We waren na A Fonsagrada geen voorzieningen meer tegengekomen. De omgeving is mooi, groene heuvels, landerijen, oude dorpjes. Het was relaxed lopen. Bij het passeren van een kerkje zag ik twee benen vanaf een plat dakje over de straat hangen. Yara lag heerlijk van het zonnetje te genieten.

Maar toen kwam die klim, ik denk niet dat veel pelgrims die zo zwaar hadden ingeschat, want wat was die pittig. Ik had het ook niet uit het routeplan begrepen. Lorena en Juanma liepen steeds verder op mij uit, maar evengoed haalde ik andere pelgrims in. Het was een tijdje afzien. Maar uiteindelijk kom ik dan toch flink zwetend boven, net voordat ik ingehaald zou worden door Hector en Mercedes. Die hebben rap geklommen Napuffend stonden we even bij te komen van de inspanning.

Gelukkig was er op een korte afstand van de klim een bar, waar Emmanuel en 2 Spanjaarden zaten te lunchen. Albert zat er ook, aan de doppinda’s en iets te drinken. Lorena, Juanma en ik bestelden een punt tortilla en die was echt heel lekker, samen met een colaatje. Voor de rest hebben wij de etappe met elkaar, maar toch soms ook alleen uitgelopen. Het is nl niet zo dat je als groep of duo bij elkaar moet blijven wandelen. Omdat iedereen z’n eigen tempo heeft loop je veelal individueel. Dat wordt ook door alle pelgrims geaccepteerd. Vandaag heb ik voor het eerste sinds dagen mijn oortjes weer in gehad. Lekker naar muziek kunnen luisteren.

De laatste kilometers naar O Cádavo

Aangekomen in O Cádavo stonden we in dubio om of naar de herberg te gaan of eerst wat te gaan eten. Inmiddels hadden twee andere Spanjaarden zich bij ons gevoegd. Uiteindelijk werd er gekozen om eerst wat te gaan eten en de keuze van restaurants is nou niet echt groot in dit soort dorpjes. We konden terecht bij een bar, met een grote eetzaal er achter. Er was plaats en met z’n vijven kregen we een tafel. Het restaurant was goed bezet, voornamelijk met etende mannen. Er was een 3 gangen dagmenu met drinken voor € 11,=. Ik had een mixed salad als voorgerecht en kip met patat als hoofdgerecht. Het smaakte erg goed. Samen uiteraard met een Cerveza sin alcohol. Flan (crème caramel) nam ik als toetje, dus mijn buik was goed gevuld. De twee extra Spanjaarden aan tafel zijn Juan en Pedro, vader en zoon. Dit is al hun 4e Camino die zij samen lopen. Ook zij komen net als Lorena uit de buurt van Alicante. Ik was hen ook al tegengekomen in de herberg in Borres. Na afloop van de maaltijd zijn we naar de herberg gelopen, Albergue San Mateo en ons op gaan knappen. Nog lekker in het zonnetje, heel persoonlijk kunnen praten met Anita en Yara die hier ook slapen. Eigenlijk zijn we een inmiddels een echte groep internationale pelgrims die in wisselende samenstelling elkaar steeds weer tegengekomen. Een apart fenomeen en heel erg leuk. De meeste peregrinos gaan morgen zo’n 30 km. lopen naar Lugo. Ik daarentegen niet. Ik deel de etappe in tweeën omdat ik toch nog een extra dag heb voordat Es komt. Ik ga nu 2 etappes lopen van zo’n 15 km. Ook even lekker wat rustiger aan doen. Het wordt dus afscheid nemen van een aantal pelgrims, maar wellicht komen we elkaar weer ergens tegen.

Opname van Juanma, gave foto

Buen Camino

Dag 25 – zondag 26 sept. 2021

Etappe 21 – van Castro naar A Fonsagrada. Gepland 20,7 km. en gelopen 21,6. Totaal nu 529,9 km.

Ik was weer bijtijds op. Om 6:20 uur ging mijn wekker en ben ik mij gaan verzorgen en de rugtas gaan inpakken. Klokslag 7:30 uur werd er op de deur van het appartement getikt en toen ik open deed stond de eigenaar daar met een blad met ontbijtspullen. Brioche broodjes, twee soorten jam – wo marmelade, boter en een glas yoghurt met granola. Tevreden kon ik aan mijn ontbijt, helaas zonder koffie. Ik waagde me niet aan de percolator. Het werd alleen een glas jus d’orange. Na betaald te hebben en afscheid genomen te hebben ging ik op pad. En na zo’n dorpje weet je het al, het wordt weer klimmen. Het was goed weer, weliswaar bewolkt, maar de temperatuur was oké. Voorbij Castro ging de weg over in een hol bospad met daarnaast landerijen. Nadat ik het pad had verlaten liep de route een tijd lang achter de vangrail van de provinciale weg. In Peñafiente verliet ik de weg en ging het gehucht in.

Het ochtendgloren voorbij Castro
Mooi strijklicht

Bij de authentieke plaatselijke kerk stonden de twee Amerikanen die net als ik in het B&B hadden geslapen in Berducedo. Hij heet Chris en zij Cathy, het zijn broer en zus, zij is wel een stuk ouder als hij. Hij had in Berducedo al verteld dat hij uit Los Angeles kwam en hij had mij gevraagd waar ik vandaan kwam. De conversatie die volgde vond ik wel vermakelijk, een beetje stereotiep Amerikaans. “Holland – o ja, en welke landen grenzen daar ook alweer aan. In het oosten Duitsland en in het zuiden België. O ja en is jullie hoofdstad niet Kopenhagen? Nee dat is Denemarken. Amsterdam is onze hoofdstad. O yeah.” Uiteindelijk wist Chris het wel weer, want hij had op Cruiseschepen gewerkt en dus ook Amsterdam aangedaan. Het is een leuke vent, maar een beetje stereotiep. Gisteren kwam ik met Albert en Anita, Chris en Cathy tegen in Hotel Grandas bij het stuwmeer. Chris draagt een Buff (sjaal die je voor meerdere doeleinden kunt gebruiken) om zijn hoofd en ziet er uit als een verdwaalde biker. Aan zijn rugtas heeft hij een ouderwets scheidsrechter fluitje hangen. Ik vraag hem dus of hij soms een wedstrijd moet fluiten (geintje meneer Sonneberg). Zegt Chris bloedserieus “nee dat is om beren weg te jagen”. Waarop Albert zegt “zijn hier beren dan?”. Humor! Blijkt dat het fluitje bij de standaard uitrusting hoort van Chris die hij overal mee naar toe neemt.

Naarmate ik steeg werd het wel een stuk frisser, zelfs zo kil dat ik stopte om mijn regenjack over mijn vest aan te trekken. Het waait hard, maar gelukkig regent het niet. Ik nader de heuvelrug en daar zijn allemaal windmolens geplaatst. Op kilometers afstand hoor je het geluid van de draaiende wieken. Hier woont niemand in de buurt, maar ik kan me zo voorstellen dat als je dichtbij zo’n molen woont je niet blij bent met de geluidsoverlast. Ik word ingehaald door vier Spaanse peregrinos en als we over de top zijn, toch ook weer dik 1.000 mtr. komen nog drie (niet meer zo jonge) Fransen voorbij. Hen passeer ik even later weer als zij warmere kleding aantrekken.

De afdaling gaat vlot en bijna beneden aangekomen zie ik het eerste Camino paaltje staan van Galicië. Ik ben mijn Camino begonnen in de autonome gemeenschap Baskenland en daarna de autonome regio Cantabrië binnengetrokken. Vervolgens mijn reis voortgezet in het prinsdom Asturië en nu dus de autonome regio Galicië. Heel gek, maar je merkt als pelgrim direct verschil. De signing staat consequent op betonnen palen met een richting en de nog af te leggen afstand naar Santiago de Compostela. Ik heb vandaag minder op asfalt hoeven lopen, want naast de provinciale wegen zijn paden aangelegd. Ik heb sterk de indruk dat het pelgrimeren hier professioneler wordt aangepakt. Wellicht heeft dat te maken dat Santiago de Compostela de hoofdstad van Galicië is.

Op de grens van Asturië met Galicië is het nog 166 km. te gaan naar Santiago de Compostela

Beneden aangekomen staat er een wit gebouw wat deels dienst doet als lokaal café. Ik zie de rugtassen staan van de vier Spanjaarden en wanneer ik een kop koffie wil bestellen vertrekken zij. De Entourage is geweldig, of je in een filmset stapt. Foto’s aan de wand, krantenknipsels, schilderijen, van alles wat. De (neem ik aan) eigenaar komt heel vaak op de foto’s voor. Hij is een chagrijnig ogend type die contactueel gestoord is. Op vragen reageert hij amper en geeft je alleen wat je bestelt, zonder boe of bah. Ik bestel een café con leche en een punt koek. Er stappen vier andere Spanjaarden binnen, die ik nog niet eerder heb gezien. Bij het bestellen is het net een klucht. Één Spanjaard en ik schieten in de lach als we de handelingen van de barbaas aanschouwen. Er komt nog een zesde man binnen, waarvan ik aanneem dat hij een Duitser is. Ik maak gebruik van het (mannen)toilet en moet me tegen de pot aandrukken om de deur dicht te kunnen doen. Ik was na de kleine boodschap mijn handen en gelukkig zijn er nog net vier velletjes papier. Het alternatief was een handdoek waarvan ik denk dat die laatste drie maanden niet is gewassen. Ik lach me een deuk. Iedereen gedag zeggend verlaat ik het pand en ga richting A Fonsagrada.

De geweldig commerciële uitstraling van een horeca gelegenheid waar pelgrims na dik 10 km. te hebben gezwoegd, een consumptie kunnen nuttigen
Michael en de kroeg eigenaar. Wat een opmerkelijke entourage

Ik ben vroeg dus besluit ik zelfs een tweede stop in te lassen. In Barbeitos, zo’n 6 km voor A Fonsagrada ga ik een restaurant binnen. Daar ontmoet ik de drie Fransen van eerder die dag en de twee Amerikanen Chris and Cathy. Zij zijn mij tijdens de break op de grens van Galicië gepasseerd. Ik bestel een sandwich bacon kaas en een café con leche en vraag of ze het goed vinden of ik bij hen kom zitten. Cathy komt uit Sausalito, dat ligt aan de andere kant van de Golden Gate Bridge, bij San Francisco. We raken een tijdje in gesprek en Chris vertelt over hun plannen. Hij en Cathy willen na de Camino Primitivo gedaan te hebben nog wat door Spanje reizen. Hij houdt van autorijden en is gewend aan het maken van lange afstanden. Cathy heeft drie weken vakantie en op haar werk werd er verbaasd gereageerd dat zij zo lang weg zou gaan. Ze bewonderen dat ik al zoveel km.’s er op heb zitten en hebben zelfs de km.’s omgerekend naar Miles. Ik krijg de lunch getrakteerd en Chris gaat nog even buiten een sigaretje roken. Ik groet en vertrek voor het laatste stuk naar A Fonsagrada.

Een stokoude boer en zijn vrouw aan het werk in hun groentetuin
Hun hond lag op de weg te slapen

Het aangelegde pad loopt fijn, maar het laatste stuk is nog wel een kuitenbijtertje. Rond 14:30 uur kom ik aan bij de herberg. Ik heb een kamer gereserveerd en kan eindelijk mijn kleren wassen en drogen. Ik heb wat moeite met de voorgeprogrammeerde apparatuur, maar het lukt me om alle kleren, op één na, ongeschonden schoon te krijgen. Ik kan weer even voort. Met Juanma en Lorena zou ik samen gaan eten, maar zij wilden graag met een groep jonge Spaanse pelgrims eten maken. Dat is voor mij geen probleem, maar we spreken wel af om morgen samen de etappe af te leggen. Juanma pleegt nog wel een telefoontje voor mij voor de overnachting van maandag en dat lukt. Na morgen nemen we afscheid, want Juanma en Lorena gaan na morgen in één dag door naar Lugo, een etappe van zo’n 30 km., maar ik knip die etappe in tweeën. Ik heb een dag extra, dus kan rustig aan doen. Ik wil in het enige restaurant van dit dorp gaan eten en loop op met de Duitse man van eerder deze dag. Als we het restaurant binnen stappen zitten Hector en Mercedes, het Mexicaanse echtpaar, aan een tafeltje. We groeten elkaar en besluiten om met z’n vieren een hapje te gaan eten. Wij bestellen het pelgrimsmenu, met onder meer octopus en hebben heerlijk zitten kletsen. De Duitse man heet Michael en is getrouwd met een Mexicaanse, maar spreekt geen woord Spaans. Zijn twee jonge dochters inmiddels wel dus hij is het buitenbeentje, Hij woont met zijn gezin in München en is accountant van beroep. Het is zijn 2e Camino en heeft de Portugese in 2019 gedaan. Hij loopt het liefst alleen om z’n gedachten de vrije loop te laten. Hector is nog advocaat en Mercedes is manager op de zaak. Zij denken hard na over een carrièreswitch en emigratie naar Europa. Het was een boeiende dag.

Selfie
A Fonsagrada in de verte en het pad langs de provinciale weg op de voorgrond
A Fonsagrada

Buen Camino

Dag 24 – zaterdag 25 sept. 2021

Etappe 20 – van Berducedo naar Castro. Gepland 25,0 km. en gelopen 26,0. Totaal nu 508,3 km. gewandeld.

Het was vandaag een bijzondere dag. Een lekkere etappe gelopen, bijzondere dingen gezien en bijzondere mensen ontmoet. Ook door de magische grens van 500 gewandelde km.’s heen. Zo’n bijzondere prestatie heb ik nog nooit geleverd. Nog zo’n 150 km. te gaan naar Santiago de Compostela en dan nog 100 naar de kust, samen met m’n meissie. Maar laat ik weer beginnen bij het begin. Lekker geslapen en ik hoefde niet vroeg op. Om 8:00 uur gaan ontbijten, maar omdat in deze prima B&B alles relaxed gaat, ging ik pas rond 9:00 uur op pad. De Camino Primitivo loopt vlak langs mijn slaapadres, dus ga ik direct aan een klim beginnen. Het had vannacht flink geregend en ook vanochtend was er regen voorspeld. Ik liep in mijn vest, maar na een half uurtje ging het spetteren. Aanvankelijk niet zo hard, maar ik trok toch maar mijn regenjack aan.

Ochtend in Berducedo

Na de klim liep ik op de doorgaande weg naar Mela, toen mij 2 hardlopers met wedstrijdnummers op hun kleding voorbij holden. Even later volgden er nog meer en busjes en auto’s met wedstrijd signing er op. Toen ik in Mesa aankwam was er een sponsor verversingsplek en vroeg ik aan atleten wat er gaande was. Het bleek om de ‘Red Bull Buen Camino’ te gaan. Een estafette trailrun wedstrijd van Oviedo naar Santiago de Compostela, waarbij de route van de Camino Primitivo van 314 km. in 3 (DRIE) dagen wordt afgelegd. De wedstrijd van estafette hardloopteams is op vrijdag 24 sept. gestart voor de kathedraal in Oviedo en eindigt morgen, zondag 26 sept. voor de kathedraal in Santiago. Uiteraard vroeg ik of zij ook de zware etappe over de Hospitales gedaan hadden, maar dat was niet het geval. Toch is het een topprestatie dat dit soort ultrarunners dit kunnen presteren. Aan de andere kant wordt met zo’n gesponsord evenement het pelgrimeren niet een beetje onderuit gehaald? Het wordt getransformeerd naar een sportevenement en naar mijn mening is het dat niet. Wat opviel was dat de stafwagens met nummers rondreden waar de hardlopers Peregrino en Peregrina genoemd werden. Dus wel degelijk hardlopende pelgrims. Ieder moet er maar het zijne of hare van denken. Dat sporters dit kunnen vind ik wel heel bijzonder.

Een pauzeplek voor de Camino runners
De sponsor
Een zwoegende atleet op eenzame hoogte

Ook na Mela werd ik dus nog ingehaald door meer atleten, maar na de afdaling naar het stuwmeer heb ik hen niet meer gezien. Voor mij was de afdaling bijzonder, want op het moment dat ik genoot van het uitzicht over het bewolkte dal kon ik even beeldbellen met Ben, Esther en Debora. De vrouwen waren na het sporten bij Ben langs geweest en dankzij de moderne techniek hadden we live contact. Normaal gaan we ongeveer tweewekelijks bij Ben langs of komt hij bij ons, maar nu kan ik hem zes weken niet ontmoeten. Gelukkig gaat het heel goed met mijn zwager en is hij een (snel) tevreden mens. Behalve dat er hardlopers op het pad van de afdaling renden, waren er ook mountainbikers aan het sporten. Een actief ochtendje dus.

Een mooi oud kapelletje
Mountainbikers fietsten via het rotspaden naar beneden

Uiteraard liepen er ook de nodige pelgrims, waaronder Hector en Mercedes uit Mexico, het stel waarvan hun kinderen in NL en België studeren, maar ook ontmoette ik Albert. Met hem en zijn zuster Anita heb ik de rest van de dag opgetrokken. Albert komt uit Groningen en is gestart op de Camino del Norte in Irun. Ook hij heeft er, in zijn geval, spontaan voor gekozen om de del Norte te verlaten en de Primitivo te gaan lopen. Hij heeft wat langere etappes gemaakt, waardoor hij op mij is ingelopen. Een fijne nuchtere vent die een scheiding achter de rug heeft en keuzes wil maken wat hij verder met zijn leven wil doen. Ik hoop dat de Camino hem helpt de juiste beslissingen te nemen. Zijn zuster Anita is eergisteren aangekomen in Spanje en heeft een taxi genomen vanuit Oviedo om samen met haar broer direct de zware etappe langs de Hospitales te doen. Petje af dat zij dat gepresteerd heeft op haar 1ste wandeldag. We hebben onderweg en zittend op het terras van hotel Las Grandas bijzondere gesprekken gehad. Heel persoonlijk en relaxed.

Eerste zicht op het ‘Embalse de Salime’
Albert uitkijkend over het stuwmeer

De wandeling naar het stuwmeer, over de dam en ook weer langs het stuwmeer omhoog was ook bijzonder. We hadden lekker weer en het zicht was prima. Het is wel verwonderlijk dat een dorpje waar waarschijnlijk werklieden die aan de bouw van de dam hebben meegeholpen en daar ook geleefd hebben tot een spookdorp is verworden. Alleen bij het hotel is er nog wat te doen, maar voor de rest is het bijna macaber. ‘Embalse de Salime’, het Salime stuwmeer wordt gevoed door de Rió Navia. Het is het derde reservoir van de rivier na Arbón en Doiras. De bouw van de zwaartekrachtdam begon in 1948 en was klaar in 1954. Hij is 128 mtr hoog en het stuwmeer is circa 685 ha groot. De dam dient voornamelijk voor het opwekken van waterkracht, maar wordt ook gebruikt voor recreatief gebruik.

Bedrijfsonderdelen die gebruikt zijn tijdens de bouw van de dam en nu langzaam vergaan
Albert en Anita op weg naar de dam

De wandeling gaat na het stuwmeer richting Grandas de Salime. We ontmoeten nog twee Amerikaanse pelgrims, ook een broer en zuster die net als ik in Castro slapen. Zij echter in een hotel. Albert en Anita gaan naar een herberg in Grandas de Salime en we nemen hartelijk afscheid. De 4 extra km.’s loop ik alleen. Ik passeer wel Anna nog, van gisteren op de Hospitales, maar zij slaapt in Castro in de jeugdherberg. Mijn eindbestemming vandaag is een appartement in ‘Rurales Casa San Julian’. Een gaaf optrekje van een Ierse man en zijn Zuid Afrikaanse vrouw die deze panden drie jaar geleden hebben gekocht en verbouwd. Zij hebben ook Camino’s gelopen en toen is het idee ontstaan om dit appartementen complexje te (ver)bouwen. Het oudste gebouw stamt uit de 15e eeuw en er is zelfs een kapelletje bij het complexje. Naast het appartement waar ik slaap wordt gewerkt aan nog 5 appartementen en recentelijk heeft de eigenaar de vergunning rond gekregen om ook een klein restaurant te openen. De Spaanse bureaucratie schijnt erg te zijn, maar waar is dat niet. Ik slaap vannacht dus op een bijzondere plek. Morgen wandel ik naar Fonsagrada en heb ik met Lorena en Juanma, mijn jonge Camino vrienden afgesproken om samen ’s avonds wat te gaan eten. Hoe bijzonder.

‘Rurales Casa San Julian’, een bijzonder optrekje in Castro

Buen Camino

Dag 23 – vrijdag 24 sept. 2021

Etappe 19 – van Borres naar Berducedo, via de route de los Hospitales. Gepland 24,1 km. en gelopen 25,4. Totaal 482,3 km. gewandeld.

Ik heb nog nooit zoveel meters geklommen tijdens één wandeling

Vandaag was een avontuur. Het begon al ‘s ochtends vroeg. Ik lag al om 5:30 uur wakker, toch behoorlijk gespannen voor deze bijzondere wandeldag. En dan moeten er 7 mannen en één vrouw gebruik maken van één toilet en één badkamer. Dit was dus volstrekt buiten mijn comfort zone. Niet naar het toilet kunnen, niet kunnen douchen en alleen me even kunnen wassen en tandenpoetsen. Dit is zo niet Rob in de ochtend. Het ontbijtje bestond uit een plakje cake met een kop thee van Emmanuel, één of ander cholesterolverlagend mengsel. En ik kon op pad. Al degenen die in de Albergue hadden geslapen besloten om over de heuvels te gaan. De weersverwachting was niet slecht, maar ook niet goed. Het regende zelfs eventjes toen we op pad wilde gaan. Ik was de 1ste die de stoute (wandel-)schoenen aantrok en begon aan de beklimming.

Zicht op het nog slapende Borres

Er hing een deken van mist over het dal en tegen de berg. Aanvankelijk niet heel dik, maar dik genoeg om druppels in de bomen te veroorzaken. Het regende dan gelukkig niet meer, maar ik werd toch nat van het vocht. Na zo’n 2 km. kwam de keuze linksaf naar Pola Allende, of rechtsaf naar de Hospitales. Deze route heet zo, omdat die voert langs de ruïnes van 3 pelgrim pleisterplaatsen, waarbij peregrinos uit vorige eeuwen hun heil konden zoeken bij slecht weer. En het kan hier nogal eens spoken. Ik kies dus voor de zwaardere route en dat heb ik geweten ook. Het pad bleef klimmen, aanvankelijk over modderige bospaden, maar later langs heidevelden en hoe hoger je komt, hoe schraler de begroeiing wordt.

Ik werd al snel door een jonge Duitse peregrina gepasseerd, maar vlak voor de heuvel waar de 1ste Hospitales zou staan, hoorde ik getik van stokken en kwam er wederom een jonge vrouw nu met regenjack mij achterop lopen. Ze heet Anna en komt uit Berlijn. We lopen gezamenlijk door en daar komt Emmanuel aanzetten. Hij is later dan ik gestart, maar heeft er flink de pas in. Ook volgt Yara even later, de jonge vrouw uit Enkhuizen. We besluiten een selfie te maken, maar Emmanuel wil snel door, want hij wil niet stilstaan in zijn overhemd, korte broek en chokertje. Ik loop ook weliswaar weer in shorts, maar heb over mijn vest mijn regenjack aangetrokken. Yara, in ultra korte pants, gaat als een klimgeit vooruit en Anna, Emmanuel in ik blijven in elkaars buurt lopen. Het is meer klauteren en klimmen dan dat het wandelen is. De rotspaden met kiezels en stenen zijn slecht begaanbaar.

De resten van de 1ste van de 3 Hospitales

We raken wat uit elkaar, totdat ergens boven op een heuvel de zon voorzichtig doorbreekt. Anna en ik schieten foto’s en Emmanuel stiefelt door. Ik heb hem de rest van de dag niet meer gezien, totdat ik in de Albergue in Berducedo kwam waar hij slaapt, ik een av biertje ging drinken en hij mij enthousiast begroette. Hij was 5 min. voor mij daar aangekomen. Buiten dat we even onder de indruk waren van het weidse uitzicht toen we door de wolken kwamen, het hoogste punt waar we vandaag overheen gekomen zijn was 1.206 mtr., liepen er op de heuvelrug boven ons wilde paarden. Er kwam nog een wandelaar de heuvel op, om zich bij ons aan te sluiten. Ook een Duitse vrouw, ditmaal een iets oudere die Ida heet en Anna al kende. We liepen gezamenlijk de volgende km.’s en maakten toen we de 12 km. gepasseerd waren een stop om uit de wind even iets te kunnen eten. Ida ging aan de cakejes, Anna aan een soort studentenhaver en ik aan het broodje Serranoham van gisteren.

Creatie van een Camino monumentje
Ruïne van de Hospital de Fonfaraón
De zon komt even voorzichtig door de wolken heen
Vergezicht met de toppen van de bergen boven de wolken uit
Wilde paarden

Inmiddels werden we ingehaald door andere pelgrims, maar kwamen hen weer tegen bij hun pauze. Ik merkte dat de beide vrouwen het prettig vonden dat ik navigatie bij mij had en voorop liep. Ida vertelde dat zij vooral angstig was voor het afdalen op de rotspaden. In de mist en kou liepen we richting Alto de Palo, het punt waar de alternatieve route en de onze bij elkaar komen en even later af gaat dalen richting Berducedo. Het weer verbeterde en ik kan mijn regenjack uitdoen. Ik krijg telefoon uit NL en Esther, Greet en Clemens beeldbellen even met mij. Zij hadden er net een wandeling samen met Koda in Heemskerk opzitten. De twee Duitse vrouwen zijn doorgelopen en Anna heb ik niet meer gezien. Zij slaapt in Mesa, een dorp verder dan dat Ida en ik zullen slapen (4,4 km.).

De mist klimt tegen de heuvel omhoog

Het laatste deel loop ik samen op met Ida, uit een dorpje ergens tussen Bremen en Osnabrück. We praten in het (door mij gebrekkig) Duits en ze vindt het fijn om samen te lopen. Ze heeft meerdere langeafstandswandelingen gedaan in Duitsland, maar dit is haar 1ste Camino. Op mijn vraag hoe jong zij is antwoord Ida 70 jaar en 5 jaar terug heeft zij twee nieuwe heupen gekregen binnen drie maanden. Dit is ook de reden dat zij op de route langs de Hospitales wat angstig was. Dat kan ik goed begrijpen. Bij binnenkomst in Berducedo komen we langs een Albergue en gaan daar wat drinken. Emmanuel is daar ook, evenals Yara, fris en fruitig net onder de douche vandaan. Ida heeft nog geen slaapplaats, maar door een mazzeltje kan zij hier ook slapen. We ontmoeten ook Albert, uit NL die samen met zijn zuster deze Camino loopt. Hij is al eerder gestart en zijn zuster is net overgekomen om gelijk maar deze zware etappe te doen. Ik vond dit de zwaarste etappe die ik tot nu toe heb gelopen. Met meer dan 1.050 gestegen meters en dat niet over simpele paden, maar over kiezels, stenen en rotsen, was hij pittig. Ook mentaal, ik heb momenten vandaag gehad dat ik dacht, “waarvoor doe ik dit?”, “waarom vind ik dit ook weer leuk?”, “komt er nou nooit een end aan die klim?” en dit soort bedenksels. De uitspraak van Anna heeft mij vandaag op de been gehouden. Ik vroeg haar of zij het ook zo’n zware dag vond en het niet jammer was dat we zo weinig van de omgeving hadden kunnen zien? Waarop zij antwoordde: “ik vind het vandaag een groot avontuur. Als je realiseert dat over deze paden eeuwenlang pelgrims hebben gelopen richting Santiago de Compostela, dan krijg je toch een echt pelgrimsgevoel.” Tja, dat zette mij wel aan het denken. Eigenlijk is dit ook de eerste dag dat we nauwelijks over asfalt hebben gelopen en idd. hoeveel pelgrims zouden ons voor zijn gegaan om dit te mogen beleven.

De dag eindigde voor mij in een B&B even verderop in het dorp, Casa de Aldea Araceli. Ik had mij even (toevallig) wat luxe veroorloofd. Heeft Juanma telefonisch voor me kunnen regelen. Een geweldig aardige eigenaresse wees me gelijk naar mijn kamer, met lekkere bedden en een mooie badkamer. Ik kon er gelijk blijven eten en voor morgenochtend een ontbijt (totaal € 64,=). Tijdens de avondmaaltijd zaten er nog twee stellen aan tafeltjes, een Spaans stel op middelbare leeftijd en een iets jonger stel, allemaal pelgrims, maar dan van het iets luxere soort. We raakten aan de praat en snel komt de vraag over “waar kom(en) je/ jullie vandaan. Het jongste stel komt uit Mexico, waarvan hij Mexicaans is en zij gemigreerd uit Spanje. Hun zoon studeert in Utrecht en hun dochter in Gent. Ze gebruiken hun Camino ook om te beslissen of zij naar Europa gaan verhuizen om hier een nieuw leven te starten, dichtbij hun kinderen. Misschien wel een B&B beginnen, want er moet geld worden verdiend. Leuk hè. De mevrouw van de B&B heeft een overnachting voor morgen voor mij kunnen regelen. Het was haast onmogelijk om in Grandas da Salime een slaapplaats te vinden. Van een Spaanse gast hier hoorde ik dat er een motortreffen is en Red Bull races. Vandaar dat alle bedden in de omgeving gereserveerd zijn. Ik kan nu in een appartement in Castor slapen, een geruststelling. Het is alleen 4 km. meer wandelen. Ik heb druk WhatsApp verkeer met Lorena en Juanma. Zij laten weten hoe hun tocht vandaag is geweest en ik hoe de mijne was. Ze slapen vandaag en morgen in een ander dorp, maar in Fonsagrada, de bestemming van zondag, gaan we met z’n drieën uit eten. Camino vrienden.

Uitzicht vanaf het terras van de B&B

Buen Camino

Dag 22 – donderdag 23 sep. 2021

Etappe 18 – van Tineo naar Borres. Gepland 15,9 km. en gelopen 15,7. Totaal 456,9 km.

Ik had wat moeite met opstaan. Het liefst had ik nog een uurtje willen blijven liggen, maar de Camino roept. Het ontbijt doe ik in m’n eentje met automaat koffie en geroosterd casino brood. Niet slecht, maar ook geen hoogstaand ontbijt. Ik vertrek rond 8:10 uur en het klimmen start. Het is wel een mooie ochtend, want de lucht is deels wolkenloos, de maan staat nog aan de hemel en er hangen wolken in de dalen. Ondanks het klimmen geniet ik van de vergezichten.

Uitzicht tijdens de eerste kilometers

Pas na zo’n 6 km. stijgen kom ik het bos uit en kom ik langs landerijen. Er zit vandaag niet eerder een stop in dan na ongeveer 12 km. Voor die tijd zal er amper leven te bekennen zijn. Ik kom ook geen enkele pelgrim tegen. De zon schijnt, maar toch heb ik het fris. Ik heb de wind gelukkig van achter en zichtbaar aan de windmolens waait het redelijk. Er worden niet voor niets windmolenparken op de heuvels geplaatst. Het uitzicht is geweldig en na een klim tot op 900 mtr. hoogte (ik ben inmiddels zo’n 280 mtr. gestegen) begin ik aan een geleidelijke afdaling.

Het is fris op 900 mtr. hoogte

In Campiello kan ik na bijna 3 uur een café con leche drinken en een broodje eten, bij Hotel/ Albergue Casa Herminia. Ik kan daar de koffer service van Correos live aanschouwen tijdens de break. Er staan vier rolkoffers klaar, terwijl er een bestelauto van Correos arriveert. De vrouwelijke bestuurder pikt de koffers op om naar het volgende hotel te gaan brengen. Mensen die van deze service gebruik maken zullen vast niet in herbergen slapen. Ik heb geen oordeel, ieder doet de Camino op zijn of haar manier. Het is al geweldig dat zij hem lopen. Ik bestel twee broodjes en eet er één, want als het morgen lukt om over de heuvels te kunnen lopen kan ik dan dat broodje eten. Er zijn nl geen voorzieningen onderweg. Ik heb gisteren al fruit gekocht in Tineo.

Windmolens op de heuvels
Damp in het dal

Na wat dalen en klimmen langs een asfaltweg, bereik ik opnieuw een pad langs landerijen. De laatste km.’s worden weer klimmen. Ik passeer Camino werkzaamheden, er is grond gestort om binnenkort te worden vlak gereden. Ik zie een crossmotor staan met een helm aan het stuur. Een boer legt net een pasgeboren kalf neer en bedekt het met een zak. Hij spreekt mij in het Spaans aan en ik begrijp mbv Google translate dat hij vraagt of ik op weg ben naar Albergue La Montera in Borres, nog zo’n km. te gaan. Ik bevestig dit en hij zegt dat hij de eigenaar van de herberg is en zijn vrouw die de tent runt is niet thuis. Of ik even kan wachten. Ik ben vroeg, het is rond 12:15 uur, dus ik heb de tijd. Er moet één van de koeien naar een ander weiland worden gedirigeerd dus ik kijk geamuseerd toe. De koe wordt losgemaakt van de rest van de groep en het hek uit gejaagd. Ik help nog een handje om het dier tegen te houden als hij het pad af wil lopen. Ik vraag nog of het kalf daar kan blijven liggen en de boer zegt dat de rest van de kudde voor het diertje zal zorgen. Hij krijgt de koe de goede richting op en op zijn motor rijdt hij achter het rund aan. Met stokslagen wordt de richting duidelijk gemaakt. Ik volg het duo naar boven richting Borres en ga in de plaatselijke bar(retje) een Cola Zero drinken.

Camino werkzaamheden
Het pasgeboren kalf
De boer/ eigenaar van de Albergue La Montera
Kalf en kudde
Moderne cowboy

Terwijl ik wacht tot de boer terugkomt komen Lorena en Juanma langslopen. Zij hebben toch besloten om de route onderlangs de heuvels te nemen en in Pola de Allende te blijven slapen. Zij komen dan voor op mijn schema te lopen, dus waarschijnlijk zullen we elkaar niet meer treffen. Juanma helpt mij bij het voor morgen reserveren van een kamer in Borducedo. Dit kon alleen telefonisch en over het algemeen wordt er bij recepties geen Engels gesproken. De kamer is niet goedkoop, maar schijnt wel heel goed te zijn. Lorena, Juanma en ik praten nog wat, wisselen telefoonnummers uit en als vrienden nemen we afscheid. Volgens mij ben ik in Alicante uitgenodigd. De boer komt langs en in de Albergue doen we de paperassen. Ook hij is onder de indruk als hij het aantal stempels in mijn Credencial ziet. Waarschijnlijk beginnen de meeste pelgrims op de Primitivo in Oviedo. Het is een leuke herberg en inmiddels zijn er meerdere pelgrims gearriveerd. Aan de geur (lees stank) en de vliegen kan je wel goed merken dat we op het Spaanse boerenland zijn. Er worden ook hier houten klompen gedragen, alleen hebben die twee verhogingen onder de klomp. Een apart gezicht. Buiten de Spaanse mevrouw en ik komt later (‘ja en daar is ie weer’) Emmanuel aanzetten. Hij heeft z’n spullen uitgepakt en idd staat het abneu apparaat al naast zijn bed. Verder is er nog een man uit Duitsland gearriveerd, hij heeft eerst een deel van de Camino Francés gedaan, daarna het deel van de del Norte, van Irun naar Gijón en volgt nu vanaf Oviedo de Primitivo, een aparte route. Ook zijn er twee mannen uit Spanje samen aangekomen en nog twee Spanjaarden die alleen lopen. Waarschijnlijk krijgen we straks wel wat meer contact, want ik neem aan dat iedereen om 19:00 uur in de bar gaat eten. Dat is de enige plek daarvoor in de wijde omgeving.

Camino vrienden
Albergue La Montera

Morgen staan de meeste pelgrims voor de keus, ‘gaan we via de route van de Hospitales of via Pola de Allande’. Het pad via de Hospitales gaat over redelijke hoogte, tot zo’n 1.200 mtr. en er is geen enkele voorziening. Je moet voldoende water en proviand meenemen. Het is wel zo dat het weer het moet toelaten, want met mist of onweer is de route ronduit gevaarlijk. De vergezichten schijnen fantastisch te zijn en men zegt dat dit (ook letterlijk) het hoogtepunt van de Camino Primitivo is. Het alternatief via Pola is 4 km. langer, heeft een stijlere klim, heeft ook mooie uitzichten, maar is minder risicovol. Degenen die nu hier slapen willen over de heuvels, maar we wachten het weer van morgenochtend af.

Een plattegrond van de route van morgen. Links op de kaart is de splitsing te zien. Onderop het verschil in hoogte. Met de stippellijn is de route de Hospitales, zonder voorzieningen

Buen Camino

Dag 21 – woensdag 22 sept. 2021

Etappe 17 – van Salas naar Tineo. Gepland 19,8 km. En gelopen 19,9. Totaal nu 441,2 km. Op de teller.

De wekker op mijn horloge ging om 6:20 uur af. Ik had redelijk geslapen en had in het restaurant van de herberg afgesproken om 7:00 uur te zullen gaan ontbijten. In het donker scharrelde ik naar de badkamer om mijn twee slaapkamergenoten niet wakker te maken en dat gebeurde gelukkig ook niet. Evenmin toen ik om 7:00 uur ging ontbijten. Ook niet nadat ik om 7:25 uur terugkwam. Stiekem had ik gehoopt dat de twee al op zouden zijn. Zachtjes haalde ik in het donker de spullen naar een keukentafel om daar mijn rugtas in het licht in te gaan pakken. Eindelijk kwam er rond 7:45 uur wat leven in het duo en kon ik het licht op de slaapzaal aan doen, de rest inpakken en vertrekken. De twee zouden nog eerst gaan ontbijten.

Rond 8:15 uur ging ik op weg richting Tineo. Ik had de plaatsnaam consequent uitgesproken met de klemtoon op de I, maar werd gisteren gecorrigeerd. Het is TinÉo, met de klemtoon op de E. Weer wat wijzer. Het was somber weer en het had vannacht goed geregend. Het pad liep direct omhoog en zou dat voorlopig blijven doen. Ik wist dat ik tijdens de eerste km.’s veel klimmeters zou moeten maken. Na ruim een km. kwam ik een bordje bij een afslag tegen met ‘cascade’. Dit zei me niet zo veel en ik vervolgde op het wandelpad. Even later zag ik voor mij de onmiskenbare achterkant van de gestalte van Emmanuel verschijnen. Zich mbv zijn stokken in evenwicht houdend wandelde hij naar boven. We liepen een tijdje samen op en kletsten wat. Hij vroeg mij of ik naar de cascade was wezen kijken, de waterval? Ik moest hem, maar ook mijzelf teleurstellen want die had ik dus gemist. Goede les voor een volgend bordje met cascade. Emmanuel zei me bij de volgende klim maar door te lopen, want hij loopt wat langzamer.

De route ging door kleine dorpjes en voor Bodenaya ging het regenen. Gelukkig geen plensbui maar teveel om in mijn vest door te blijven lopen. Ik schuilde onder een ‘horreos’ en wisselde het vest in voor mijn regenjack en deed de hoes om de rugtas. Bij elke boerderij, in elk dorpje of stadje in Asturië kom je deze schuurtjes tegen. Ze zijn dus ook typisch voor dit gebied. Emmanuel had me al eerder verteld hoe ze heten en waarom ze zijn gebouwd. Horreos zijn schuurtjes op taps toelopende palen met tussen de palen en het schuurtje een brede, platte steen. Ongedierte als ratten en muizen kunnen zo het schuurtje niet bereiken. Zo heeft de boer een voorraadschuur gecreëerd waar hij zijn mais, groente, enz. kan opslaan. Een hoop van die schuurtjes zijn niet meer in gebruik, maar op sommige plekken zijn ze omgebouwd als (vakantie-)woning.

Ik vervolg mijn weg en het duurt gelukkig niet lang voordat de regen minder wordt en zelfs stopt. De route is nu redelijk vlak en in La Espina, wanneer ik er al ruim 8 km. op heb zitten, besluit ik een café con leche te gaan drinken met een broodje erbij. Ik had al gelezen dat na dit dorp er tot Tineo geen voorzieningen meer zouden zijn. In het café, bar, lunchroom annex supermarkt, staat de tv op met live nieuws uit La Palma. Het is hier in Spanje groot nieuws dat de vulkaan op het eiland op het punt staat de exploderen. De beelden zijn best wel heftig met allesverwoestende lavastromen en de vuurspuwende vulkaan. Na een minuut of 30 te hebben gezeten stap ik de straat op en ‘ja daar is ie weer’, de Fransman met zijn stokken. We lopen weer een tijdje samen op en zodra het pad weer gaat klimmen, moet Emmanuel opnieuw afhaken.

In El Pedragal maak ik wat foto’s in de intieme plaatselijke kerk en vlak daarna begint de volgende lange periode met klimmeters. Het vervelende van deze route door het bos is dat het pad met rotsen veranderd is in een modderpoel. Ik klauter over muurtjes, glibber en glij vaak en de wandeling is vermoeiend. Dat komt niet alleen doordat ik een hoogteverschil moet overbruggen, maar het lopen door de modder gaat lastig en je moet geconcentreerd blijven. Dit om alle poeltjes en rotsen te ontwijken, maar ook om niet te vallen.

Lopend over een muurtje om het modderpad te ontwijken kwam er een kat achter mij aan

De laatste 3 km kom ik ook weer wat mensen tegen. Ik passeer een Amerikaans stel op leeftijd uit Californië met super professionele outfit en ik haal het ANWB stel van 2 dagen geleden in, waarvan zij toen viel. Zij herkenden mij ook nog. Ik word ingehaald door een jonge blonde vrouw. Ik had haar al in de herberg in Grado gezien en Lorena had gezegd dat zij met een NL vrouw had opgelopen (sorry, ik weet nu dat je haar naam zo moet schrijven, sinds wij vanaf vandaag vrienden zijn op Strava). We groeten elkaar in het Engels, maar ik schakel snel over naar het NL. Ze heet Jara en komt uit Enkhuizen. Ze is 29 jr., maar ziet er jonger uit. Van beroep is zij psychologe en werkt als praktijkondersteuner bij een huisartsenpraktijk. Jara is in Oviedo gestart en wil eind volgende week in Santiago de Compostela aankomen. Op 4 okt. vliegt zij weer terug naar NL. Dit is haar 1ste Camino, die stond op haar bucketlist en zij probeert te ontdekken of ze langeafstandwandelen leuk vindt. Haar droomwens is om in Amerika de Pacific Crest Trail te gaan lopen, de langeafstandswandeling die loopt vanaf het zuiden in Californië met de grens van Mexico naar in het noorden over de grens met Canada in British Columbia. De route van 1.700 km gaat onder meer door bergachtig gebied en er is een prachtig boek over geschreven door Cheryl Strayed en verfilmd als ‘Wild’ met in de hoofdrol Reese Witherspoon. Ik denk niet dat die bij mij op mijn bucketlist komt (not anymore).

Monument voor de pelgrim bij de binnenkomst in Tineo
Uitzicht uit het raam in mijn pension

In het centrum van Tineo zeggen we elkaar gedag. Jara slaapt in de Albergue en ik heb vandaag een overnachting gereserveerd in een pension. Even weer wat privacy. Als ik mijn rugtas heb uitgepakt, heb gedoucht en wil gaan eten, kom ik op straat Lorena tegen samen met Juanma. Zo heet de sportieve vent die afgelopen nacht ook in de herberg had geslapen. We besluiten met z’n drieën op zoek te gaan naar een restaurant en vinden een plek bij Sidreria el Refugio. We bestellen de menú del día en voor € 14,= (incl. 2 av biertjes en kopje espresso) krijgen we linzensoep met chorizo en spek als voorgerecht en kipfilets met patat als hoofdgerecht. Doordat Juanma goed Engels spreekt voeren we met z’n drieën leuke gesprekken. Juanma speelt geregeld voor tolk. Zo weet ik dat hij in het familiebedrijf van zijn ouders werkt, een logistieke organisatie. Hij wil zijn Camino gebruiken om een keus te maken om of afscheid te nemen van zijn baan, of om door te gaan. Dat ligt natuurlijk heel gevoelig bij de familie, dus heeft Juanma moeite met zijn beslissing. Het liefst wil hij psychologie gaan studeren. Het klopte bijna wat ik dacht over het doel waarom Lorena de Camino loopt. Ze loopt hem niet alleen voor haar opa, maar ook voor haar oma, die 5 maanden geleden is overleden. Ook van haar zit er een pasfoto op het mobieltje van Lorena, dat was mij eerder niet opgevallen. Zij zijn op hun beurt positief verrast dat ik mijn Camino in Bilbao ben begonnen en er al ruim 400 km op heb zitten. Ik voel me een beetje trots en we hebben een lekkere middag in het restaurant in Tineo, met uitzicht over het dal.

Lorena en Juanma in een traditionele pose voor jonge mensen
Uitzicht vanaf het terras van het restaurant en de zon schijnt. De dag kan niet meer stuk

Buen Camino

Dag 20 – dinsdag 21 sept. 2021

Etappe 16 – van Grado naar Salas. Gepland 22,1 km. en gelopen 22,7. In totaal nu 421,3 km. afgelegd.

Het was weer een fijne dag. Mijn wekker ging om 6:20 uur, maar alle dames lagen nog op één oor. Ik ben stilletjes opgestaan en me gaan verzorgen. Volgens mij ben ik één van de weinigen die zich hier twee keer per dag gaat douchen. Zodra ik aangekomen ben op een slaapadres en ’s ochtends. Ieder moet het natuurlijk zelf weten, maar ik voel me fris na de aankomst en bij het vertrek. De slaapzaal is nog donker als ik terugkom uit de badkamer, dus wacht ik met het inpakken van de rugtas. Ik kan om 7:00 uur ontbijten en als ik aan de café con leche met stukken stokbrood zit schuiven Emmanuel aan en even later ook Silke. De Fransman vertelt me dat hij goed heeft geslapen alleen op zijn kamer. Ook vertelt hij dat hij in zijn backpack een abneuapparaat meesjouwt van zo’n 3 kg. Ik vraag hem waarom hij die niet met de Correos dagelijks laat vervoeren, maar hij denkt dat ze teveel smijten met de spullen. Correos, de Spaanse Post.nl, vervoert tegen een vergoeding bagage van pelgrims van slaapplek naar slaapplek. Een service waar maar beperkt gebruik van wordt gemaakt. Silke slaapt aankomende nacht niet zoals Emmanuel en ik in Salas, maar in La Espina. Zij is van plan vandaag ruim 30 km. af te leggen. Zij wil Santiago de Compostela in minder etappes bereiken dan wij.

Albergue La Quintana in Grado
De route van vandaag op een bord. Let op de te komen meters, het waren er vandaag totaal 731

Nadat op één na alle vrouwen op waren en (bijna) iedereen aan het pakken was, begaf ik mij rond 8:15 uur in mijn eentje op pad. Het was mistig en kil. Ik had bij voorbaat al mijn ondershirt aangetrokken en mijn vest. De damp had zich afgezet op de spinnenwebben langs de weg, maar ook op de haren op mijn benen. Ik loop sinds het vertrek in Bilbao in een korte broek

Na zo’n 4 km. te hebben gelopen en ongeveer 250 mtr. te zijn gestegen begint de zon door te breken. Of eigenlijk kom ik onder de laaghangende bewolking uit. Het is grappig, maar ook heel mooi hoe de dauw/ mist in de dalen hangt en de toppen van de heuvels in de zon baden. De uitzichten zijn om van te genieten.

Ik kom Emmanuel achterop lopen en samen wandelen we al kletsend door. Alhoewel, hij vertelt veel over zijn aandoeningen. Hij heeft een operatie moeten ondergaan vanwege zijn hoofdpijn, waardoor hij bijna geen geur meer heeft. Hij kan niet goed in 3D kijken, waardoor hij moeite heeft met afdalen op rotsige paden. En nog meer wat ik niet heb willen onthouden. Het is een sympathieke vent, maar wil graag zijn verhaal kwijt. We komen langs een Albergue in San Marcelo (Samarciellu) en we worden actief benaderd om een kop koffie te komen drinken. De jonge vrouw, die goed Engels spreekt, woont hier samen met haar man uit Kosovo en hun twee kinderen en hond en runnen de Albergue Casita Mandala. Een herberg gebaseerd op het ‘donitivo’ principe, dat je net zoveel voor de service mag betalen als je wilt, of kunt. Dus ook voor het bakkie leut. Terwijl we aan de kop koffie zitten komt er een jonge vrouw binnenlopen. Sportief gekleed, felgekleurde Adidas sportschoenen, wandelstokken, haarband in. Het is één van de vrouwen die bij mij op de slaapzaal lagen. Één van de twee Spaans sprekende vrouwen. We gaan met z’n drieën verder en een groot deel van de etappe leggen we samen af. De hond van het gezin volgt Emmanuel een tijdje, want die is al lopend een broodje gaan eten. Hij moet vaak eten, vanwege ook weer één van zijn makkes. De jonge vrouw stelt zich voor als Loraine (ik moet gelijk aan ‘Sweet Loraine’ denken. Het nummer van Uriah Heep, de band uit de jaren 70, die nog steeds optreed. Het nummer blijft de rest van de dag in mijn gedachten).

Albergue Casita Mandala
Deze boer houdt zijn paarden op de binnenplaats voor zijn huis
Emmanuel en Loraine

Het is klimmen en dalen, maar voornamelijk het eerste. Loraine spreekt alleen maar Spaans, maar gelukkig kan Emmanuel zich goed uiten in die taal. Zij praten nu geregeld in het Spaans. We passeren de brug over de Río Narcea en komen na een km. of wat bij het Monestario San Salvador de Corellana. Het oprichtingsdocument van het klooster is nog steeds bewaard gebleven en is van 1024. Deze Monestario staat sinds 1931 op de nationale monumentenlijst. Het ligt op een strategische plek tussen de Río Narcea en de Río Nonaya.

Loraine
Emmanuel
Selfie
De Río Narcea
Monestario San Salvador de Correllana

Het blijft nu klimmen en dalen en Emmanuel kan het tempo van Loraine en mij niet meer bijhouden. Hij zegt dat wij maar door moeten lopen. Het heeft geen zin om te wachten dus leggen Loraine en ik de laatste km.’s samen af. Zij is conditioneel sterk en maakt me duidelijk getraind te hebben in de ‘montagna’s’. We komen een kraam tegen van de plaatselijke kerk, waar je dakpannen kunt beschrijven met een tekst. Deze worden straks gebruikt voor de renovatie van de kerk. Een donitivo wordt op prijs gesteld en daarmee wordt een deel van de kosten betaald. Op de achtergrond tegen de bergen wordt gewerkt aan de uitbreiding van de A63. De snelweg die begint in Oviedo en nu nog stopt bij Cornellana. De werkzaamheden zijn ingrijpend. Delen van de heuvels worden afgegraven en bekleed en overal worden viaducten gebouwd. De werkzaamheden worden al jaren uitgevoerd en deels bekostigd met Europese subsidie.

Loraine en ik bereiken Salas en checken in bij de Albergue, annex hotel en restaurant. Het is een modern bedrijf en van de 14 bedden op de slaapzaal worden er vandaag slechts 3 gebruikt. Naast ons gaat er nog een jonge Spanjaard slapen. Het pand heeft een geheel glazen pui en daardoor hebben we prachtig uitzicht over het dal en de heuvel. Loraine en ik gaan ’s middags een hapje eten in het restaurant en de communicatie verloopt moeizaam. Zij praat Spaans tegen mij en ik gewoon Nederlands tegen haar. Met handen en voeten en Google translate hebben we gesprekjes. Zo weet ik dat zij uit Alicante komt en in de zorg werkt. Loraine is in Oviedo gestart en heeft alle overnachtingen al geboekt. De komende nachten slapen we op andere plekken. Ik heb gisteren en vandaag overnachtingen gereserveerd in de komende twee plaatsen. Morgen in een pension, met gelukkig weer wat privacy. Wat ik ontroerend vond dat was dat Loraine een pasfoto op de achterzijde van haar mobiele telefoon heeft geplakt. Op mijn vraag of dat haar ‘padre’ is, schudt ze nee, het is haar opa en die is overleden. Voor hem loopt zij deze Camino.

Buen Camino

Dag 19 – maandag 20 sept. 2021

Etappe 15 – van Oviedo naar Grado (In het Asturisch: Grau). Gepland 25,2 km. Gelopen 26,3. Totaal 398,6 km.

Als ik de dag samen mag vatten, dan was die ‘grauw’, passend bij de Asturische naam voor Grado. Het begon al met het weer toen ik rond 7:05 uur buiten stapte. Ik had mijn vest aan, maar had beter mijn regenjack aan kunnen trekken. Het miezerde toen ik op weg ging naar confiteria La Mallor. Gisteren hadden ze verteld dat de zaak om 7:00 uur open zou gaan, maar het leek nog donker binnen. Gelukkig was de barman aan de slag en toen ik vroeg of ze open waren bevestigde hij dat. Er lagen nog geen etenswaren, maar de verse croissants kwamen net uit de keuken. Een café con leche met een croissant en koffiekoek (Danish pastry) werd het, wel veel bladerdeeg dus. Er kwam ook een jong stel binnen, ontegenzeglijk pelgrims. We groeten elkaar en ik zou hen die dag vaker tegenkomen.

De start van de Camino Primitivo voor de kathedraal van Oviedo

In het hotel heb ik de rugzak opgehaald, die ingepakt klaarstond en ben op weg gegaan naar de kathedraal. Ik had wel mijn vest ingeruild voor mijn regenjack en de hoes om mijn rugtas gedaan. Symbolisch wil ik op het plein voor de kathedraal starten met de Camino Primitivo dus de extra km.’s neem ik voor lief. De route loopt nl voor het hotel langs waar ik heb geslapen. Om 7:50 uur ging ik, onder het luiden van de klokken (en dat is niet gelogen), beginnen aan het tweede deel van mijn reis. De eerste km.’s liep ik nog door de stad Oviedo en onderweg kwam ik snel andere pelgrims tegen, waaronder het stel dat ik bij mijn ontbijt tegenkwam. Met 6 mensen liepen we uiteindelijk de stad uit en de buitenwijken in. Het stel uit de confiteria, Piil (van Pila) en Bernard, waarvan zij Spaanse is en hij Fransman, een jonge Spaanse vrouw, een Franse man van mijn leeftijd in korte broek, overhemd met bretels en echte pet en ik. Het weer klaarde wat op, maar was aanvankelijk grauw. Ik besloot mijn jas uit te trekken en de hoes van mijn rugzak af te halen. De andere vijf liepen door, maar dat vond ik niet zo erg.

De routebeschrijving
Monumentje ter herinnering aan de eerste pelgrimstocht naar Santiago de Compostela
Foto gemaakt door Bernard

Het weer was wat opgeklaard, maar niet voor lang. Even later betrok het weer en ik vreesde vandaag om de haverklap te moeten stoppen om kleding aan of uit te trekken. De route ging door groen gebied, maar was niet echt spectaculair. Ik vond de vergezichten langs de kust mooier. Er zaten wel wat klimmeters in de etappe, maar die gingen wel heel geleidelijk en waren goed te doen. Uiteindelijk heb ik zo’n 525 mtr. moeten klimmen.

Wolken hangen in het dal
De zon breekt even door. Op de achtergrond de wolken om de bergen

De route ging door een landelijk gebied met bossen, landerijen en dorpjes. In Paladin, met nog zo’n 6 km. te gaan ben ik bij een Albergue koffie met een broodjes gaan eten, het dreigde weer te gaan regenen. Daar kwam ik de Fransman weer tegen en wij raakten in gesprek. Hij heet Emmanuel “just like the president”, is 66 jr. en ook sinds 2018 gepensioneerd. Hij heeft meerdere Camino’s gelopen, ook in delen samen met zijn vrouw. Hij heeft gezondheidsklachten en weet niet of hij Santiago wel gaat halen. De vorige keer heeft hij problemen gehad met een voet, waardoor hij voortijdig heeft moeten stoppen. Ook Emmanuel is gestart in Bilbao en heeft min of meer dezelfde route afgelegd. We hebben zelfs dezelfde nacht bij vader Ernesto geslapen in Güemes. Hij heeft 2 jr in NL gewerkt voor oliebedrijf ELF, wat nu onderdeel van Total is. Ook werkte hij voor de Franse overheid mbt tot maritieme milieuaangelegenheden in Den Helder en Den Haag. Hij woonde 2 jaar in Bergen, maar is de Nederlandse taal niet meer machtig. Emmanuel woont in Pau, 125 km. ten oosten van Biarritz. Hij heeft drie zoons en een dochter die een nakomertje is. Zijn vrouw is kinderarts en stopt ook binnenkort met werken. Tjee, wat weet je eigenlijk snel veel van iemand hè. Wat wel opvalt is dat ik hem meer vraag dan hij mij. Heeft dat met interesse in de ander te maken? Ik vind het eigenlijk wel boeiend om een ander mens beter te leren kennen, zeker als je met elkaar optrekt, maar daar zal vast niet iedereen hetzelfde over denken. De rest van de etappe naar Grado leggen we al kletsend af.

Het kerkje van Fatima

Ik ben vandaag veel andere pelgrims tegengekomen waaronder ook een ANWB-stel met dezelfde slappe hoedjes, wandelstokken, poncho’s en rugtas. Zij maakte een lelijke val op de gladde keien. Haar sportschoenen hadden te weinig grip op de stenen en bij het opstaan viel ze opnieuw. Ik ben blij dat ik mijn Hanwags weer aan heb en mijn Salomons mee, een goede keus.

Over deze gladde stenen zijn heel wat pelgrimvoeten gegaan

De stad Grado is een grauwe stad, veel leegstaande panden en weinig leven in de brouwerij. Ze schijnen hier wel heel leuke markten te hebben, iedere 1ste zondag van de maand. De inwoners van Grado noemen zichzelf ‘Moscones’, wat in het Nederlands zoiets als ‘bromvliegen’ of ‘zeurpieten’ betekent. Ik lig in de Albergue op een slaapzaal met 4 stapelbedden en met drie vrouwen. De bovenste bedden zijn niet bezet. Es hoeft niet jaloers te worden, ze zijn niet mijn type. 2 Spaans sprekende vrouwen en een Duitse, Sielke uit de buurt van Dortmund. Zij heeft inkopen gedaan bij een plaatselijke supermarkt en nodigt me uit samen te eten. Ze heeft veel te veel gekocht. Voor de Albergue eten we de salade (uit een zak) en punten tortilla (opgewarmd in de magnetron). Geen hoogstaande maaltijd, maar het gaat er mee door. Sielke weet niet hoeveel Camino’s zij gelopen heeft, ze is de tel kwijtgeraakt. Haar man en twee zoons zijn thuis en zij gaat 2 tot 3 keer per jaar (een deel van) een Camino lopen. Ditmaal loopt zij opnieuw de Primitivo, omdat ze daar gewoon zin in heeft. Zij heeft vandaag de trein van Ribadesella naar Oviedo genomen en daarna de bus naar Grado. Ieder doet een Camino op zijn of haar eigen manier.

Buen Camino

Dag 18 – zondag 19 sept. 2021

Rustdag in Oviedo – de was gedaan, de toerist uitgehangen en relaxed.

Wat een bijzondere dag heb ik vandaag gehad, maar laat ik beginnen bij het begin. Ik had geen alarm gezet en mijn interne wekker liet mij ook met rust. Rond 8:00 uur werd ik wakker en voelde met fit. Mezelf lekker opgeknapt en op zoek gegaan naar een plek om te ontbijten. Dat vond ik bij cafetaria La Mallor, op advies van de vriendelijke receptioniste van het hotel. Behalve dat ze heerlijke belegde pistoletjes en croissantjes hadden zag het gebak en de chocolade artikelen er ook heerlijk uit. Maar goed, na het ontbijt de praktische zaken. Ik moet mijn kleren wassen. Naast het hotel waar ik verblijf, City express Covadonga, is een wasserette – goed geregeld dus. Voor een paar Euro’s eerst een was gedraaid en daarna in de droger. Het duurt iets meer dan een uurtje en ik vermaak mij op met mijn mobiele telefoon. Wat opvalt is dat op de ene mevrouw die d’r was klaar had toen ik binnenkwam, er alleen mannen de was hebben gedaan, altans in de machine gedaan en eruit gehaald. Zijn die Spaanse kerels echt zo geëmancipeerd?

Na afloop alle droge kleren uitgelegd op het bed om op temperatuur te laten komen. Ik ben de stad gaan verkennen. En wat voor een stad, ik heb nog nooit een plek gezien met zo’n dichtheid van standbeelden, sculpturen en beeldhouwwerken op zo’n kleine oppervlakte. Ik was onder de indruk.

Ik weet niet wiens billen model hebben gestaan voor ‘Culis Monumentalibus’
‘Esperanza Caminando’ voor het Opera Campoamor theater

Bovendien viel ik met mijn neus in de boter, want het is ‘Fiestas de San Mateo’, wat duurt van 14 t/m 21 sept. 2021. Sint Mattëus was één van de 12 apostelen van Jezus en zijn feestdag is 21 sept. Mattëus wordt traditioneel gezien als de schrijver van het Evangelie volgens Mattëus’. De feestdagen in Oviedo, ter ere van hem, zitten boordevol concerten, bedevaarten, kinderspelen, folklore, stierenvechten, vuurwerk en sportwedstrijden. Vandaag zondag 19 sept. Is ‘El día de América en Asturias’, de Asturische emigranten geven symbolisch een show ter ere van San Mateo. De ochtend staat in het teken van muziek en dans met folkloristische groepen en fanfare uit de hele regio. ’s Middags loopt een parade vol praalwagens en folklore uit Cuba, Colombia, Mexico, Brazilië en Argentinië door de hoofdstraten van de stad. Wederom op advies van de aardige receptioniste moet ik naar het park gaan, want daar is om 12:00 uur de start van de fiesta. Onderweg kom ik de 1ste groep dansers en muzikanten tegen in traditionele Asturische klederdracht en de doedelzak als het dominante instrument.

Folklore uit Asturië

Voor de rest van de middag begeef ik mij in de drukte van het festival en schiet plaatjes van zowel genietende locals als feestelijk uitgedoste muzikanten en dansers. Ook de oude gebouwen en kerken vergeet ik niet. Evenmin de alom aanwezig beelden en sculpturen. Voor ik teveel als een brochure van het plaatselijke toeristenbureau ga klinken. Ik heb een heerlijke middag gehad, al was ik alleen. Dit soort evenementen beleef je wel veel intenser als je ze kunt delen. Gelukkig bellen of appen Es en ik elkaar geregeld, dus delen we elkaars ervaringen op deze manier. De zon heeft de ochtend en middag geschenen, maar het is goed te merken dat ik meer landinwaarts ben. De lucht is minder vochtig en de ochtend en avond killer. Ik vind dit wel aangenamer.

Woody Allen. Dit beeld stond ter discussie ivm aantijgingen wegens seksuele intimidatie
Mafalda is de naam van een heel populair Argentijns stripfiguurtje. Zij is een meisje dat zich zorgen maakt over de mensheid en de wereldvrede.
Franciscus van Assisi
Standbeeld voor de zwerfhond Rufo. Het is een eerbetoon aan de mensen die verlaten dieren helpen
‘Maternidad’, moederschap, van Fernando Botero
***** Hotel ‘de la Reçonquista’
Het feest is in volle gang….
Plein voor de kathedraal, ‘Plaza Alfonso II’
Folkloristische klederdracht en dans uit Asturië
Speciaal voor Ben: “mooie meisjes”…..
…..en een selfie

Wat viel nog meer op vandaag? Ik kwam bij de festiviteiten een demonstratie tegen van fietsers, kinderen en volwassenen. Ik weet niet wat de essentie was van hun actie, maar had de indruk dat de fietsers betere voorzieningen wilden. Ze kunnen misschien een voorbeeld nemen aan Bilbao en omstreken. Behoudens een enkele souvenierszaak of bakker is er geen enkele winkel of warenhuis op zondag open. Zelfs geen supermarkt. Dat is voor mij als Nederlander wel wennen. Wij zijn daarmee toch wel verwend. Ik heb cash geld uit de pinautomaat van de plaatselijke ING gehaald. Je kunt in Spanje, zeker in kleinere plaatsen, beter met contant geld betalen dan met credit card of bankpas. Ook daar zijn wij in NL mee verwend. Ik heb thuis amper nog cash in mijn portemonnee zitten. Dat ligt hier dus anders. Bij de ING hoefde ik vandaag geen opslag te betalen, maar toen ik in Santander geld opnam bij die grote Banco Santander, kostte me dat € 2,90 voor de transactie. Gauw verdiend dus. Tja, dat museum aan de baai moet ergens van betaald worden.

Een demonstratie van fietsers, kinderen en volwassenen

Morgen gaat het tweede deel van mijn reis beginnen. Voor de kathedraal ga ik de 1ste stappen zetten op de Camino Primitivo. Ik heb er veel zin. Voor de komende dagen heb ik overnachtingen gereserveerd in Albergues in Grado en Salas, want ik neem geen risico om zonder slaapplek te komen. Het dagje rust heeft me goed gedaan en van mijn kramp heb ik geen last meer. Voor alle zekerheid heb ik Magnesiumpillen geslikt en mijn kuiten ingesmeerd met Kampong Manis, het wondermiddeltje. Morgen sta ik bijtijds op, om vroeg op pad te kunnen gaan.

Uw schrijver als hij ‘s middags het blogbericht schrijft

Buen Camino

Dag 17 – zaterdag 18 sept. 2021

Etappe 14 – van Pola de Siero naar Oviedo. Gepland 17,5 km. en gelopen 20,4. Totaal 372,3 km. afgelegd.

Klokslag 8:00 uur was ik beneden in het restaurant. Ik hoefde niet vroeg op, want om die tijd kon ik pas ontbijt krijgen. Ik had mij uiteraard verzorgd en de rugtas stond ingepakt. Ditmaal had ik mijn Hanwags aan de buitenkant van de tas opgehangen, want ze waren nog steeds niet droog. De afgelopen dagen had ik ze met kranten gevuld IN m’n backpack gedaan en zodra ik bij mijn nieuwe slaapadres aankwam de schoenen in de buitenlucht gezet. Maar nog steeds waren ze niet droog. Wellicht dat de nieuwe aanpak werkt. In het restaurant was behalve de mevrouw achter de bar nog een man aan de koffie en een koek. Ik zag op tegen de saaie 3 km. langs de provinciale weg terug naar Pola de Siero te lopen. In m’n beste Spengels (combi taal) vroeg ik hem of de Volvo buiten van hem was en of hij naar PdS ging. Nee helaas ging hij de andere kant op. De mevrouw achter de bar vroeg me in dezelfde taal of ik het hele stuk moest lopen, altans dat maakte ik er uit op. “Si, si” – “nou dan breng ik je wel even met de auto”. Geweldig wat zijn er toch aardige mensen op de aarde. Na de koffie en koek, de rugtas opgehaald en in de Qashqai naar PdS. Ik begreep tijdens de korte rit dat zij de eigenaresse is van het motel/ pension/ restaurant en dat het hard werken is en weinig verdienen. En de overheid plukt je kaal en dat begreep ik allemaal met mijn gebrekkige kennis van het Spaans. Ach, het is ook overal hetzelfde.

Dit bord staat bij binnenkomst in Pola de Siero. De pijlen wijzen twee kanten op, verwarrend

Aangezien ik gisteren afgeweken was van de originele route ging ik een paar honderd meter terug, voordat ik mijn Garmin weer aanzette. Er wordt niet gesjoemeld. Het zouden niet veel km.’s worden vandaag, maar als ik dat weet speelt mijn onderbewuste onderschatting op. Het weer was lekker, bewolkt begonnen, maar snel brak de zon door. Het lijkt er op of de regen veelal laat in de middag en avond valt, maar dat het overdag droog is. Ik kwam in PdS langs de Albergue waar Annemarie zou slapen en passeerde een bordje met de nog af te leggen km.’s.

Met Es heb ik elke dag meerdere malen telefonisch contact en ik had nu zin om de stem van Debora even te horen. Zij, Bo, de kindjes en de ouders van Bo zijn een weekend naar de Efteling. Ik trof ze rond 9:30 uur aan, aan een gezamenlijk ontbijt en mbv FaceTime ben je ineens dichtbij elkaar, heerlijk. Even lekker kunnen kletsen en Owen moest kwijt dat hij een 10 had gehaald voor wiskunde. Hij zit sinds kort in de brugklas van het Michaelscollege in Zaandam. Ik ben supertrots op hem, maar uiteraard ook op Noa en Jessy.

De route gaat vandaag voornamelijk door stedelijk gebied en in el Berrón, zo’n 5 km. na de start zie ik de enige pelgrims van vandaag. Op een terras zitten twee jonge peregrina’s lekker aan de koffie. We groeten elkaar, maar het is voor mij nog te vroeg om te stoppen. Ik wandel door en af en toe kom ik ook door landelijk gebied en soms door urbanizacións waar mensen met poen wonen. Dure villa wijken met Mercedessen en Jaguars voor de deur.

In Meres passeer ik een picknickplaats bij de weilanden en paarden van Hipica de Meres, de grote plaatselijke stoeterij. Na een afslag op een grindpad kom ik bij het Palacio de Meres. Een complex dat al 14 generaties bewoond wordt door één en dezelfde familie. Het oorspronkelijke gebouw stamt uit de 15e eeuw. Delen van het Palacio worden tegenwoordig verhuurd als plek om speciale feesten te organiseren. Ook worden er huwelijken afgesloten. Tot mijn verbazing staan alle deuren open. Zowel van het paleis, als van de kapel/ kerk. Tja, ik moet toch uit mijn comfort zone, dus laat ik maar brutaal zijn. ‘Het is makkelijker om vergiffenis te vragen dan om toestemming’. Ik stap de kapel binnen en er is geen mens. Op m’n gemakkie schiet ik wat foto’s en kan zelfs de balustrade beklimmen. Daarna ga ik het terrein van het paleis op, ben er nu toch. Ik zie wat mensen lopen en er wordt me verteld dat er vandaag een huwelijk plaatsvind en alles in gereedheid wordt gebracht voor de gasten, grappig. Bo en Debora als jullie in de toekomst nog een leuke plek zoeken, ik weet er één. Moet je wel een dikke portemonnee mee nemen en ik kom niet lopend.

De picknickplaats in Meres
De kapel/ kerk van het Palacio de Meres
Hier vindt een huwelijk in stijl plaats
De buitenplaats van het Palacio

Voor het eerst tijdens mijn tocht krijg ik kramp en wel in mijn rechterkuit. Het is vervelend, maar ik kan wel doorlopen. Stretchen helpt niet, dus ik pas mijn pas iets aan. Maak de stappen wat korter en verlaag mijn looptempo. In Colotte, ik heb er inmiddels zo’n 13 km. opzitten. ga ik in het plaatselijke café lunchen. Ik neem twee Pintxos (ook hier heten de rijk belegde pistoletjes nog steeds zo) en café con leche. Een punt cake krijg ik er gratis bij. Geïnteresseerd vragen de locals waar ik vandaan kom, “Holanda – Los Países Bajos” kan ik inmiddels al uitbrengen. De mensen zijn in deze omgeving echt heel aardig en toegankelijk. In steden zal dat natuurlijk wel wat minder zijn.

Heel wat voeten zijn mij voorgegaan over deze oude Romeinse brug in Colotte

De laatste km.’s gaan door de buitenwijken van Oviedo. Ik passeer een autoboulevard en de ‘Supercash’, de Spaanse Makro. Bij de provinciale weg is er nog een incident met een hond. Een donker hondje met halsband loopt los, waarschijnlijk zijn baas of huis te zoeken. Het diertje is de kluts kwijt en gelukkig stopt het verkeer. Enkele mensen stappen uit auto’s om te proberen de hond te vangen, maar deze laat zich niet gemakkelijk pakken. De Spanjaarden hebben de naam om niet goed voor hun huisdieren te zorgen, maar ik maak tijdens deze reis toch gelukkig andere dingen mee. Ik weet niet hoe het is afgelopen, met een rugtas op kan je niet makkelijk helpen en er waren al meerdere mensen druk bezig. Ik denk dat ook de politie is ingeschakeld, want kort na het incident zag ik twee motoragenten die richting op gaan. Op de Calle Holanda, met het oranje wegnaambord, ga ik onder de snelwegen door naar de stad Oviedo.

Ik besluit om op weg naar mijn hotel langs de kathedraal van Oviedo te gaan. Ik ben nog te vroeg om in te checken en ik wil een stempel in de Credencial. Op mijn vraag hoe laat morgen de kerk open gaat krijg ik te horen “niet”. Huh, een kathedraal die op zondag gesloten is, of mogelijk alleen voor publiek. Er zal toch wel een mis zijn? Iig besluit ik om dan nu het godshuis te bezichtigen. Met een audioapparaat met Engelse tekst neem ik de rondleiding door de kathedraal. Ik moet zeggen ik ben onder de indruk. De eerste bouw, van een basiliek, is uit de 8ste eeuw op een door de Moren verwoeste kerk. In de 14e tot de 16e eeuw is deze verbouwd tot de gothische Catedral de Oviedo. De kerkschatten liggen bewaard in de kapel, de Cámara Santa, die nog in zijn oorspronkelijke staat is. Ook herbergt de kathedraal een rijk voorzien museum, met uitzonderlijke schatten. Voor € 4,=, speciale prijs voor Peregrinos, was ik niet bekocht.

De kathedraal van Oviedo
De relikwieën in de kapel, achter slot en grendel

Ik neem nog wat foto’s van de buitenkant en loop over het plein voor de kerk. Het is gezellig druk, want er is een fiësta. Ik weet nog niet waarvan, maar er hangt een groot spandoek over de Camino. Het gaat spetteren en ik snel naar mijn hotel. Morgen heb ik een rustdag, maar ga ook op m’n gemakkie de stad een beetje verkennen.

Buen Camino

Dag 16 – vrijdag 17 sept. 2021

Etappe 13 – van Villaviciosa naar Pola de Siero (Cangas de Onis). Gepland 27,4 km. en gelopen 31,7. Totaal nu 351,9 km.

Links onderaan ging het verkeerd

Om 6:20 uur ging de wekker, want eerder opstaan zou toch geen zin hebben. Het ontbijt in de albergue zou pas om 7:30 uur geserveerd worden. Ach, en eigenlijk weet ik het ook wel, in Spanje moet je dan niet om 7:20 uur gaan kijken of de deur naar de ontbijtzaal open staat. Even een frisse neus gaan halen en een back up plan bedacht. ‘What if, the door’s still closed’. Ik zag een café open en mijn plan B was bedacht. Om 7:30 uur was de deur idd nog steeds dicht en zat er een pelgrim op de trap te wachten. Ik denk, plan B. Haal mijn rugtas op, die stond al ingepakt klaar en ik wil vertrekken. Wat schetst mijn verbazing, de ontbijtzaal is open en er zijn 3 pelgrims bezig koffie te pakken uit de automaat. Dan toch maar plan A, rugtas neergezet en braaf gaan zitten bij het briefje met mijn kamer nummer er op. De Franse pelgrim tegenover mij was ontevreden, er was geen confiture. De mevrouw van de herberg had wel voor iedereen lekker 2 eitjes gebakken met bacon. Een stevig begin van de dag. Ben na afloop maar wel even mijn mond en handen wezen spoelen op de kamer, want zo’n eiersmaak… O ja, Andrea kwam ook ontbijten. Nu inmiddels met 4 jonge vrouwelijke pelgrims, tja die Italiaanse charmes hè.

Het plein voor het theater. Vrouw met een mand appels, hoe kan het ook anders

Ik liep lekker in mijn polo en korte broek, terwijl de meeste andere peregrinos in vest en lange broek lopen. ’T Is wel wat fris, maar over een uurtje komt de zon al door en wordt het vast een prachtige dag. Ik verlaat Villaviciosa en op 4 km., na een klein uurtje ben ik in Casquite. Daar, bij de Capilla de San Blas splitsen de hoofdroutes zich. Rechtdoor richting Gijón op de Camino del Norte en linksaf naar Oviedo richting de Camino Primitivo. Het is wel grappig, want de plaatselijke bevolking heeft de plek ook een beetje aangekleed. Zo zit er een pop in een rolstoel, staan er wandelschoenen in de kapel en kan je zelf een stempel in de Credencial zetten.

Pelgrims worden welkom geheten
Achtergelaten wandelschoenen op de grond
Splitsing van de hoofdroutes

Ik neem de afslag naar links en de omgeving wordt anders. Wat vooral opvalt is dat het stiller wordt. Ook nemen de heuvels toe en het aantal pelgrims af. Kwam ik op de laatste etappes veel pelgrims tegen, nu uren geen enkele. Sterker nog ik kom bijna niemand tegen. Honden wel. Om de haverklap laten de mannetjesputters horen dat ik bij hun erf weg moet blijven. Ik kan goed met honden omgaan, maar af en toe ben ik blij dat de meeste aan een ketting liggen.

De dauw hangt nog in het dal
Zomaar een mooi uitzicht

Voor Castiellu moet ik een keuze maken in de te volgen route. Er zijn twee manieren om de pas van de La Campa over te komen. De hoofdroute gaat rechtdoor, is 500 mtr. korter, maar komt niet langs het klooster van Valdediós. De aftakking wel en die kies ik. Aanvankelijk daalt de weg en blijft daarna redelijk vlak tot de Monestario. Helaas zijn het klooster en de albergue gesloten. Normaal worden er ook rondleidingen gegeven, maar ik heb mij niet verdiept in wanneer. 10:00 Uur is blijkbaar te vroeg. De Monestario de Santa Maria de Valdediós is een 1.100 jaar oud klooster waar sinds 2016 een tiental jonge Karmelietessen zusters wonen (gemiddelde leeftijd in de 30). Moeder overste, Olga Maria, heeft haar eigen internet blog en zet gedachten op Twitter, Facebook en Instagram. Ik schiet wat foto’s en begin na Valdediós aan de klim richting de top pvan de La Campa. Het worden dik 400 mtr. klimmen en ik kom bijna niemand tegen. Het is lekker warm en ik zweet goed. Vlak voor de top neem ik even een drinkpauze en geniet van het uitzicht.

De afdaling is soepel en het wordt wat eentonig, door bosjes, langs huizen, honden en landerijen. Ik doe lekker m’n oortjes in en zet het album van Metallica op, S&M 2 (voor de niet liefhebbers Metallica – metal hardrock band – speelt samen met het Symfonieorkest van San Fransisco een mix van hardrock, ondersteund door klassiek. De 2e uitvoering is van 2019, de 1ste was van 1999). Ik zing, op mijn gebrekkige manier mee en ik zie een hoofd om een bushaltehokje verschijnen. Het is Annemarie die me glimlachend aankijkt, niet onder de indruk van mijn zangkwaliteiten. Ik doe mijn oortjes uit en we kletsen wat. Ze is de tweede persoon waar ik na Villaviciosa contact mee heb. Ze rust uit in de schaduw, want ze stopt nu om het uur. Het gaat gelukkig goed met haar voeten, maar Annemarie vond de klim naar de pas wel een pittige. Ik besluit afscheid te nemen en we zeggen gedag. Waarschijnlijk gaan we elkaar nog wel meer zien. Ik doe mijn oortjes weer in en geniet van de omgeving en de muziek.

De route loopt deels door bossen, over heuvels, langs landerijen, maar ook langs de provinciale weg. Dit zijn mijn minst favoriete stukken. Het schiet wel op, maar af en toe rijden de auto’s de vouwen uit mijn korte broek. Het laatste deel naar Pola de Siero wijkt de bewegwijzerde route af van die op de apps. Het lijkt ook of ik anders het stadje binnen kom. Bovendien splitst de route zich na binnenkomst, de pijlen gaan twee richtingen uit. Ik raak de kluts een beetje kwijt en maak een verkeerde keuze. Ik loop langs de moderne nieuwbouw van een groot indoor en buitenzwembad, langs een grote sporthal en woontorens. De stad oogt hier heel bijdetijds. Ik loop terug naar de oorspronkelijke route en ben in de tussentijd op mijn Booking app op zoek naar de plek van mijn pension. Ik word alle kanten opgestuurd en nadat ik een 500 mtr. naar de Camino route ben teruggelopen, geeft de app een plek aan waar ik net vandaan kom. Geïrriteerd draai ik me om en begin aan de 500 mtr. terug. Het adres van het pension klopt echter totaal niet en Google geeft als bestemming een mega overdekte veemarkt. Dan op de app van Booking zelf en wat schetst mijn verbazing, ik moet zo’n 3 km. uit de route naar een plaatsje langs de provinciale weg. Gefrustreerd loop ik naar het pension en bedenk onderweg hoe ik ga optreden, boos, zwaar geïrriteerd, dreigen met negatieve recensies, allerlei scenario schieten er door mijn hoofd. En dan de praktijk, een alleraardigste mevrouw helpt me aan de sleutel en ja hoor, natuurlijk kan ik nog wat eten om 15:45 uur (16:00 uur sluit alles hier – siësta). Een Cerveza zero, zero (av. Biertje), no hay problema.

Ach en dan zit ik aan de soep met zeevruchten, geen bord maar een hele schaal (3 borden) en daarna schnitzels in de vorm van jakobsschelpen en ben ik weer blij en o ja café solo (negro) toe. Als dan de kamer niet klaar is, maar ik gelukkig wel een andere krijg doe ik het af met een mucias gracias. Ook de regen die nu valt en de onweer die tekeer gaat kunnen mijn pret niet drukken. Het prachtige weer is het afgelopen uur wel sterk veranderd. Morgen moet ik natuurlijk wel de 3 km. terug naar Pola de Siero. Misschien ga ik dat stuk wel liften, dit is toch een soort motel langs de weg. En nee, nee, dan gaat de Garmin (sportwatch) nog niet aan. Aan cheaten doe ik niet.

Buen Camino

Dag 15 – donderdag 16 sept. 2021

Etappe 12 – van Colunga naar Villaviciosa. Gepland 17,2 km. en gelopen 18,2. Totaal 320,2 km. Ik ben nu twee weken op reis en ben bijna op de helft richting Santiago de Compostela.

Het was droog vandaag en het werd zelfs een heel mooie dag. Ik had het wel gehoopt, maar het is dan toch fijn na gisteren, zo’n dag vol regen. Mijn rugtas is een stuk zwaarder, want behalve de spulletjes uit de supermarkt moeten ook mijn natte Hanwags in de tas. Ik was niet vroeg opgestaan, schijnbaar heeft mijn onderbewuste ik zoiets van, “ohh, (maar) 17 km., da’s goed te doen.” Rond 8:10 uur ging ik op pad en na 200 mtr. was Café la Esquina al open, met lekkere broodjes en café con leche. De 2 jonge Poolse vrouwen, die ik al eerder was tegengekomen en in La Franca in dezelfde albergue hadden overnacht waren er ook, maar vertrokken al snel (had niets met mij te maken hoor). Tevens zaten er behoorlijk wat andere pelgrims te ontbijten, waaronder 4 Spaanse peregrinos met (rode) T-shirts waarop Tenerife staat.

Ik verlaat Colunga met de eerste zonnestralen van de dag

Na het ontbijt ging ik op pad en zag al snel een wandelaarster met wandelstokken uit een pension komen. We liepen solo en al snel haalde ik haar in. Ze was blijven staan bij een bord met de Camino aanduiding met een rolstoel er op. Even later haalde ik de Poolse jonge vrouwen in en ik genoot in m’n uppie van de omgeving. Regelmatig maakte ik daar foto’s van. Achterop kwam de vrouw met met de stokken en zei sprak mij aan met: “kom jij toevallig uit Nederland?”. Ik kon dit moeilijk ontkennen, dus we waren snel in gesprek. De Poolse vrouwen hadden het haar verteld, vandaar. De mevrouw heet Annemarie, is 64 jaar en komt uit Leiden. Zij had dezelfde route gepland als ik en was op 2 sept. gestart in Bilbao, twee dagen eerder dan ik. Helaas gooide haar schoenen en voeten roet in het eten. Annemarie had ergens een lange etappe afgelegd en problemen gekregen, waardoor zij niet meer op haar bergschoenen kon lopen. Normaal had zij nergens last van, want het is een fanatieke wandelaarster. Zij en haar man hebben al heel wat tochten afgelegd, waaronder meerdere Camino’s. Haar schoenen heeft zij nu echter naar huis moeten opsturen en vanuit nood geboren sportschoenen aan moeten schaffen. Hier loopt Annemarie nu op, maar daardoor kan ze niet meer zulke lange afstanden maken. 20 km. Is een beetje haar max. Ze twijfelt nu hoe ze haar Camino gaat indelen, want zij heeft afgesproken met haar dochter in Lugo, waarna die twee samen naar Santiago lopen. Een beetje vergelijkbaar met wat Es en ik afgesproken hebben. Waarschijnlijk zal Annemarie één of meerdere etappes met de bus moeten afleggen, om op tijd in Lugo te kunnen zijn, 30 sept. gaat de terugvlucht. Annemarie was bij het bord met de Camino en rolstoel blijven staan om een foto te maken. Dit deel van de tocht is blijkbaar ook goed te doen voor mindervaliden. Wij vonden dat beide een geweldig initiatief, waarbij Annemarie vertelde dat haar man enkele jaren terug een hersenbloeding heeft gehad en daardoor niet meer zo goed kan wandelen. Vandaar dat zij nu ook alleen loopt. Wellicht is dit deel van de route een goed alternatief om samen te doen met haar man.

Geweldig initiatief voor minder validen die toch (een deel) van de Camino willen doen

We wandelen lekker door, alleen is er nergens iets open waar we een kop koffie kunnen drinken. De gehuchten waar we doorheen komen zijn klein en hebben nauwelijks voorzieningen. In Priesca, op ruim 8 km. en waar de Albergue gesloten is, stopt Annemarie bij de kerk. Zij heeft behoefte aan een pauze, want ze had ook geen ontbijt kunnen krijgen. We nemen afscheid, want ik heb nog geen behoefte aan een break en ik wil bijtijds in Villaviciosa aankomen om m’n natte en bezwete kleren te kunnen wassen en de rest van de natte spullen te kunnen drogen. Speciaal mijn schoenen, want ik schat in dat ik ook morgen op mijn trailrunners zal moeten lopen. Gelukkig wordt dat ook een etappe met veel asfalt, maar wel één van zo’n 28 km. Het nadeel van mijn Salomons is dat die minder stabiliteit bieden. Prima op asfalt, minder op bospaden en die kom ik vandaag ook tegen. Door de regen en de gevallen bladeren loop ik voorzichtig, want het is glad. Ik heb geen zin in een valpartij. Heb sowieso al af en toe de gewoonte om te stuiteren, maar om door een blessure op te moeten geven zou ik verschrikkelijk vinden.

Glibberig bospad

Pas na een km. of 11 kom ik een huis tegen waar ze een vending machine hebben staan, speciaal voor pelgrims die langskomen. Er zitten twee Spanjaarden en ik neem een flesje met vruchtensap uit de automaat, met suiker voor energie. In de tuin staat een metalen sculptuur van een wandelaar met hond, roboppad met Koda. De vier in het rood geklede Spaanse wandelaars, van het begin van de wandeling, nemen hier ook een pauze. Waarschijnlijk hebben we hetzelfde loop tempo. De rest van de route blijven we zichtbaar voor elkaar. Het is mooi weer en de bewolking maakt zelfs plaats voor de zon. De route trekt door heuvelachtig gebied, maar is goed te doen. In een weiland staan Asturcones, een paardenras origineel afkomstig uit deze streek. Het behoort tot een familie van Europese pony’s die allen in berggebieden aan de kust wisten te overleven. Met hun lange haar voor hun ogen denk je, stuur de kapper even langs.

Dit soort schuurtjes kom je veel tegen in deze streek, soms ook modern en bewoond
roboppad met Koda
Asterconus paarden

Even dreig ik verkeerd te lopen, want ik mis een pijl van een afslag. Gelukkig hoor ik gebrul van vier rode t-shirts die me voor veel extra meters behoeden. Ook zij slapen vannacht in Albergue El Congreso, in het centrum van Villaviciosa. Ik heb een kamer voor mij alleen kunnen boeken en kan bijtijds de was doen, alsof ik thuis ben. Wie kom ik ’s middags op de gang tegen, Andrea (zonder zijn buggy). We groeten elkaar, maar hij heeft geen tijd voor me. Hij heeft het hartstikke druk met twee jonge Spaanse peregrina’s, geef hem eens ongelijk. Het stadje Villaviciosa ligt in het hart van de streek van de appelcider (de Sidra). Er is zelfs een monument voor de appels, met hoed. Bij het ‘Fiesta de la Sidra’ op de eerste zondag van september organiseren de producenten (de lagareros) een gratis proeverij. Helaas ben ik anderhalve week te laat, alhoewel ik betwijfel of zij een alcoholvrije versie produceren.

Appelboomgaard met productiebedrijf van Sidra
Monument voor de Sidra
Het raadhuis van Villaviciosa met het plein waar het Fiesta de la Sidra wordt gevierd

Morgen verlaat ik de Camino del Norte en begin met de koppel etappes naar Pola de Sierro en Oviedo. Daar start de Camino Primitivo, de eerste en oudste pelgrimstocht naar Santiago De Compostela. Ik laat morgen ook de kuststreek achter mij en trek meer het binnenland in. Dat betekent ook dat het gebied veel heuvelachtiger gaat worden. Morgen ben ik ook over de helft van het aantal km.’s naar SdC. heen (325 van de 650 km.). Ik had nooit gedacht dat ik dit zou kunnen.

Buen Camino

Dag 14 – woensdag 15 sept. 2021

Etappe 11 – van Ribadesella naar Colunga. Gepland 20,1 km. en gelopen 20,9 – in de regen. Totaal nu 302 km. afgelegd.

Om de dag in één woord samen te vatten zou ik zeggen: “NAT”. Wat een regen is er gevallen, je kunt gerust zeggen het heeft gehoosd. Het is niet voor niets dat dit deel van Asturië de ‘Costa Verde’ wordt genoemd, de groene kust. Maar laat ik beginnen bij mijn nacht. Rond 3:45 uur schrok ik wakker en was totaal de kluts kwijt. Voor het eerst tijdens deze reis wist ik niet waar ik was. Wist geen lichtknopje te vinden en herkende de kamer niet, ik voelde mij angstig. Gelukkig duurde dit niet lang en realiseerde ik mij dat ik in een bed op een hotelkamer in Ribadesella lag. Inmiddels het 11e bed waar ik in lig deze reis. Wellicht niet zo vreemd, maar het kostte moeite om de slaap te hervatten. Ik had de wekker om 6:20 uur gezet en met een niet zo lange tocht voor de boeg (ja, ja, ik krijg praatjes) bleef ik tot 6:50 uur liggen. Na me verzorgd te hebben en de rugtas ingepakt, heb ik hem op mijn rug gehesen en ben op zoek gegaan naar een plek om te ontbijten. Die was gelukkig gauw gevonden en dat is wel een voordeel als je wat later vertrekt, er is meer open. Na lekker ontbeten te hebben met twee belegde stukken stokbrood en twee café con leches, ging ik op pad. Er waren veel pelgrims op pad. Ook dat zal wel gekomen zijn, doordat ik pas om 8:45 uur startte. Normaal loop ik voor de meute uit. Ik liep even op met een gepensioneerde Duitse man en bij de boulevard waren het Anastasia en Paul die achterop kwamen. Overigens hing daar al een dreigende bewolking in de lucht.

Zicht op Ribadesella vanaf de brug
Karkassen van bootjes en laaghangende bewolking
Hotel Villa Rosario, wat een mooi gebouw
Het verlaten strand van Playa de Santa Marina, met een dreigende lucht op de achtergrond
Heel even liet de zon zich zien

Gezellig kletsend liepen we richting San Pedro de Leces. We hadden het over het weer en stoer zei ik met de app van Buienalarm op mijn telefoon in mijn hand dat de regen wel voorbij zou waaien. Had ik dat maar niet gezegd, want het ging dus wel regenen. Mijn vertrouwen in het functioneren van een Hollandse app in het buitenland is helaas geheel verdwenen. Slechts één bui, maar wel tot 16:00 uur ’s middags en wat voor een bui. Tijdens mijn lunch/ diner rond 14:30 uur in een plaatselijk eetcafé, Casa Laureano in Colunga, kon ik het nieuws volgen en het heeft gehoosd in dit gebied. Straten stonden blank en putdeksels kwamen omhoog doordat het riool overstroomde. Ik heb tot nu toe 13 prachtige dagen gehad met weliswaar ’s avonds of ’s nachts een bui en overdag wat spetters, wat voor hier veel beter is dan normaal. Maar de regen van vandaag was ook niet wat er normaal valt, extreem veel.

De pelgrims kleden zich tegen de naderende regen
Vertaling: “alle wegen wijzen de weg”
Het regent inmiddels
Selfie met Anastasia en Paul in de regen

De tocht krijgt door het weer een extra dimensie. Tot nu toe lastte ik één of twee stops in, maar ditmaal heb ik de bijna 21 km. in één keer afgelegd. Anastasia wilde ook absoluut niet stoppen, terwijl Paul vertelde dat ze niet te genieten is wanneer zij niet op tijd wordt gevoed 😄. Ik ken dat een beetje van thuis, maar dan met slaap. Anastasia had wel gelijk, want als je doorweekt ergens gaat zitten en je koelt af voelt dat helemaal niet goed. De kans om een kou op te lopen of problemen te krijgen met je spieren is dan sterk aanwezig. Tja, en als je dan doorlopend praat met elkaar gaat de tijd snel. Ik weet dus van hen dat Paul 51 is en Anastasia 39. Hij komt uit Engeland en zij uit Kazachstan. Zij hebben elkaar in haar geboorteland ontmoet, toen Paul daar voor zijn werk was. Zij heeft ondermeer Engels gestudeerd op de Universiteit en spreekt dit, voorzover ik dat kan beoordelen, accentloos. Haar ouders zijn afkomstig uit Rusland en ten tijde van de Sovjet Unie is het gezin in Kazachstan gaan wonen. Anastasia schakelde even over op een Russisch accent en dat was heel grappig. Paul werkt in de retail, voor een internationaal bedrijf met zijn standplaats in Dubai. Dat is officieel nog hun huidige woonplaats. Inmiddels is Paul op zoek naar nieuw werk en zitten hun bezittingen verpakt in zes kisten. Zelfs vanuit Spanje is hij aan het solliciteren. Het is de tweede Camino die Paul loopt en de vierde voor Anastasia. Zij was het meest onder de indruk van de ‘Via de la Plata’ die vanuit Sevilla naar Santiago de Compostela loopt. Deze 1.000 km. lange route vindt zij de rustigste en meest authentieke tocht. Anastasia vertelde dat als zij een tocht heeft gelopen dat na uiterlijk zo’n drie jaar ‘de Camino weer gaat roepen’. Dit schijnt bij meer pelgrims zo te werken. Dus er staat Es en mij nog wat te wachten.

Inmiddels regent het niet meer, maar hoost het. Modder stroomt over de weg
Creatieve muurschildering

Ja, en hoe was de tocht van vandaag dan, behalve nat. We hebben weer over groene heuvels en langs mooie kuststroken gewandeld, maar als je doorweekt bent heb je daar helaas wat minder oog voor. Doordat er gevallen bladeren op de natte keien liggen was het af en toe glibberen en glijden. Dat de tocht dus niet zonder gevaar was bleek toen Paul uitgleed en een flinke klapper maakte. Hij bezeerde zijn hand en arm en scheurde zijn jack. Rond 13:45 uur kwamen we aan in Colunga. Paul en Anastasia waren oorspronkelijk van plan om maar tot La Isla te lopen, ruim 16,5 km. vanaf Ribadesella, maar onderweg hadden zij de plannen bijgesteld en liepen mee naar Colunga.

Het is soms glibberen en glijden
Ditmaal ook een foto van mij (met o benen)

Daar namen wij afscheid van elkaar, niet nadat we op Facebook vrienden zijn geworden en elkaar kunnen volgen. Anastasia en Paul zochten hun Albergue op en ik liep naar mij 1 ster hotel. Daar aangekomen wilde de eigenaar mij aanvankelijk later laten terugkomen, want de kamer was nog niet klaar, maar hij zwichtte voor mijn doorweekte kleding en bepakking. Hij haalde nog een mop over de vloer en ik kon gelukkig de kamer in. De mop zou hij laten staan, want die kon ik nog wel gebruiken. Ik heb geleerd dat ik een juiste keus heb gemaakt om (bijna) alles in mijn rugtas apart te verpakken in plastic zakken. Want zoals Clemens al had gezegd, als het eenmaal goed regent houdt geen hoes of poncho het tegen. Het enige wat iets vochtig is geworden zijn mijn trailrunners. Daar moet ik morgen wel op lopen want mijn Hanwags zullen nog niet droog zijn. Het is wel oké dat Goretex maar bij hevige regenval loop je evengoed te soppen in je schoenen. Ik ben gelukkig bespaard gebleven van blaren. Morgen stop ik al het natte goed in één zak en in de Albergue in Villavisioca, de bestemming van morgen, kan ik de was doen. Na me gedoucht te hebben voelde ik mij weer een beetje mens en op aanraden van de hoteleigenaar ben ik gaan eten in Casa Laureano waar ik voor € 15,= een Menú de la Casa nam. Stukjes gekookte aardappelen in soep met zeevruchten als voorgerecht en een flinke moot zalm met patat als hoofdgerecht. Water en 2 Cerveza sin alcohol en een Café Negro toe. Zullen ze die benaming hier in Spanje ook moeten aanpassen, want het kan wel eens gevoelig liggen bij bepaalde delen van de bevolking. Morgen op weg naar Villavisioca, een tocht van ruim 17 km. En daarna richting Oviedo en de Camino Primitivo.

De regen heeft de pret niet kunnen drukken

Buen Camino

Dag 13 – dinsdag 14 sept. 2021

Etappe 10 – van Llanes naar Ribadesella. Gepland 30,9 km en gelopen 31,6. Totaal staan er nu 281,1 km. op de teller.

Jeetje, wat kunnen mensen snurken. Ben blij dat ik dat niet doe, hè Es 😄. De twee Spanjaarden die tegenover mij lagen in een stapelbed, hielden een competitie wie de meeste bomen omver kon zagen. De man in het bovenbed heeft ruimschoots gewonnen. Daardoor ben ik wel veel wakker geweest, maar gelukkig telkens ook weer in slaap gevallen. De twee vertrekken vandaag naar huis. Ze waren gestart in Santander en doen steeds een paar dagen van de Camino. Ieder maakt zijn eigen reis. Ze vertrekken vanochtend met de bus naar Oviedo en daarna met de trein naar Madrid. De man in het onderbed sprak goed Engels. Hij werkt als radioloog in het ziekenhuis en moet morgen weer werken. Het had geregend vannacht en de straten waren nat toen ik vertrok. Ik had in de Albergue wel een behoorlijk ontbijt gegeten, dus ik hoef niet snel te gaan stoppen. Heb weer een 30+ etappe voor de boeg, dus om 7:45 uur stond ik buiten. De twee Italiaanse vrienden, waren al vertrokken. Dat geldt niet voor een heleboel anderen, die pas de douche indoken toen ik wegging.

Het spoor over en het bos in

Het weer was nog steeds bewolkt en ik hoopte het droog te kunnen houden. Ik verliet Llanes over het spoor en ging richting Poo. Daar is een alternatieve route binnendoor, maar daar kies ik niet voor (dit rijmt). De route langs de kust was de moeite waard, alleen al vanwege de geur. Soms zou ik willen dat er geur via foto’s verspreid kan worden. Hier hing een heel aangename zilte lucht. Dat kwam doordat er over het land een soort zeewier wordt uitgereden. Het is hetzelfde wier dat gisteren op de boten in de haven aan land werd gebracht in netten. Aan boord zaten duikers, dus ik denk dat het met de hand onder water wordt gesnoeid. Vers heeft het een roodpaarse kleur, maar droog wordt het bruin. Ik ben benieuwd wat voor functie het wier heeft (mest?). Ook hier zijn de vergezichten weer indrukwekkend.

Uitgereden vers zeewier

Na ruim 12 km. kan ik een 1ste stop inlassen in Naves in de plaatselijke bar, Sidreria Casa Raúl (het Cider huis van Raúl). We zijn hier in Asturië en in de streek van de ciders. Daar ga ik in Villavisioca nog meer van merken. Ik ben niet de enige pelgrim die het idee heeft opgevat om een kop koffie daar te gaan drinken. Buiten mijn Italiaanse vrienden zijn er een wat oudere en jongere vrouw (moeder en dochter?), twee Franse luxe pelgrims (neem ik aan), want als je met zo’n kleine rugzak op pad bent laat je minimaal je bagage vervoeren (ja, dat kan ook). Ik schuif aan bij Anastasia en Paul. Het is een stel en zij komt uit Kazachstan en hij uit Engeland. Ik vraag of zij en de Italianen ook naar Ribadesella gaan, maar beide stellen zijn van plan om in Cuerres te overnachten, ruim 6 km. voor Ribadesella. Behalve de Fransen vertrekt iedereen en de twee vrouwen haal ik snel in. Op mijn beurt word ik gepasseerd (en dat gebeurt niet veel) door twee jonge mannen. Zij maken echter in het bos een stop en vragen mij bij het passeren of ik soms uit Amerika kom (?), niet dat ik weet. Zij vertellen mij dat zij uit Slowakije komen.

Zomaar mooie bloemen

In Nueva komt er weer een keuze in de routes, maar ditmaal is de originele route de kortste, niet die langs de kust. Wellicht heb ik prachtige vergezichten gemist, maar ik kom sowieso aan meer dan 30 km. en dat vind ik voor vandaag genoeg. Er is iets speciaals aan de hand in Nueva. De Spaanse vlag en die van Asturië hangen uit en de kerk is afgeladen vol. Er staan zelfs mensen buiten de dienst bij te wonen. Als ik een tijdje het dorp uit ben hoor ik harde knallen. Het lijkt op een soort carbid schieten. Waarschijnlijk hoort dat bij de festiviteit. Het tweede moment van een geurfoto vandaag krijg ik als ik door een bos loop. Ik vermoed dat het Eucalyptusbomen zijn, met hei en gele bloemen. Een pracht compositie voor het oog en de neus. Ik passeer een schijnbaar verlaten kerk van San Antolín de Bedón. Een Romaanse benedictijnse klooster gebouwd in de 13e eeuw. Aan de monding van de rivier de Bedón die het strand verdeelt in twee delen.

Een heerlijke geur hing hier in het bos
De schimmel had zo’n schik. Hij lag maar op zijn rug te rollen. Heerlijk gezicht
Monasterio románico San Antolín de Bedón
Het gesplitste strand van Bedón

Ik loop een stuk langs de vierbaans snelweg en steek een weiland met koeien over. Dat niet alleen, er loopt ook een flinke stier. Ik denk dat er een bord heeft gestaan waar voor de flinkerd wordt gewaarschuwd, maar die heb ik gemist. Ook wandel ik langs een opgeworpen stenen wal, waarvan alle stenen beschilderd zijn en betrekking hebben op de Camino, een kleurrijk tafereel. Op weg naar Cuerres passeer ik een oude brug en twee Albergues, waar vast de vier pelgrims die ik niet meer heb ingehaald zullen slapen.

Zomaar een leuk plaatje
De kudde…..
…..en de stier
Romeinse brug voor Cuerres
De magie van de Camino

Na ruim 6 km. nader ik Ribadesella en als ik de eerste straatjes inloop hoor ik mijn naam achter mij roepen. Het zijn Anastasia en Paul. Ik wacht even op ze en vraag waarom zij niet in Cuerres zijn gebleven. De Albergue was wel open, maar alle restaurants en bars waren gesloten. Tja, wat doe je dan als Engelsman (en Kazachstaanse), je loopt door. Het stel vertelt nog wel dat ze in hetzelfde hotel als ik slapen, toevallig. En gaat daarna de eerste de beste bar binnen in Ribadesella. Ik slaap eindelijk weer een nacht alleen op de kamer en met een beetje comfort. Ik kijk er naar uit.

Het hotel ligt aan de eind van de Calle del Sol rechts (straat van de zon).

Buen Camino

Dag 12 – maandag 13 sept. 2021

Etappe 9 – van La Franca naar Llanes. Gepland 22,1 km. en gelopen 23,9. Totaal 249,5 km.

Om 1:15 uur werd ik in mijn slaap gestoord. De twee Italianen kwamen terug uit het ziekenhuis. De vorige avond bleek dat degene die zich ziek voelde naar het ziekenhuis moest. Hij gaf doorlopend over, had hevige hoofdpijn en voelde zich beroerd. Ik denk dat hij door de warmte was bevangen, of iets had opgelopen. Hij had twee injecties gekregen en toen ik hem vanochtend sprak voelde hij zich gelukkig een stuk beter. Helaas had de andere Italiaan – Matheo – vergeten zijn alarm uit te zetten, want om 6:00 uur werd ik wreed gewekt. Ik had de mijne op 6:30 uur gezet, omdat er vandaag niet zo’n lange etappe gepland stond. Het eerste waar ik van doordrongen werd was de stank in de slaapzaal. Er hing een mix van geuren van braaksel en ontlasting in de kamer. Dat ik daar doorheen was geslapen. Ik ben maar opgestaan, mij gaan verzorgen en buiten een hap frisse lucht gaan halen. Na een gezamenlijk ontbijt met de andere vroege vogels, heb ik mijn spullen gepakt en ben vertrokken richting Llanes. De Italianen lagen nog op bed, dus voor hen helaas moest de verlichting wel aan.

Een zachte gloed schijnt over het platteland

De route ging aanvankelijk door wat lage begroeiing en leidde weer naar de kust. Het was een bewolkte dag en langs de kliffen wisselde frisse en warme wind zich af. Het waaide echter niet hard en de golfslag op zee was licht. Ik koos voor de alternatieve kustroute, omdat ik ruimschoots de tijd had. Een paar km.’s meer of minder maakt vandaag niet zoveel uit (schrijft hij stoer). Liever door de natuur wandelen dan langs de autoweg op asfalt.

Af en toe moest ik over hekjes klimmen, omdat er ook koeien graasden. Ik kreeg prachtige vergezichten voorgeschoteld en zelfs doorkijkjes naar zee. Het meest spectaculaire was het moment dat ik een pad volgde wat over rotsen ging. Dit kan niet goed zijn dacht ik, maar het bleek dat de route over een rotsenboog leidde. De zee stroomde onder mij door en beukte landinwaarts op de rotsen. Ik moet schrijven dat ik mij niet helemaal senang voelde. Per slot van rekening ben ik geen klimgeit. Ik vond het zo speciaal dat ik er filmpjes van heb gemaakt om dit vast te leggen voor het nageslacht.

Doorkijkjes naar zee
Staand op de boog kijkje in de diepte

In Pendueles liep het pad weer de bewoonde wereld in en ben ik in de plaatselijke cafetaria een café con leche gaan drinken, met geroosterde plakjes stokbrood met een soort tomatensalsa, heel lekker. Het eerdere ontbijt in de herberg was mij niet zo goed bevallen. Op het terrasje zag ik andere pelgrims voorbij komen en toen ik wilde vertrekken kwam daar één van de twee Duitse vrouwen aan die vannacht ook in de Albergue in La Franca hadden geslapen. We groeten elkaar en ik ging weer op pad. Het was ideaal wandelweer, maar af en toe dreigde het te gaan regenen.

Ontbijtje voor het kalf

Voorbij het strand van Vidiago zag ik dat de Duitse vrouw mij achterop kwam en ik vroeg haar of zij het vervelend zou vinden als wij een stuk samen zouden gaan lopen. Daar had zij geen bezwaar tegen en de gehele dag hebben we samen gewandeld en gepraat. We stelden ons aan elkaar voor en Anja (als ik dit goed schrijf) en ik spraken af in het Engels te communiceren, met Duitse ondersteuning. Ik beheers het Duits onvoldoende en Anja (45 jr.) wil haar Engels graag üben. Zij komt uit een dorpje bij Wuppertal en het motief waarom zij een Camino loopt is omdat zij in februari van dit jaar weduwe is geworden. Haar man is op 48 jarige leeftijd aan uitgezaaide darmkanker overleden en de laatste maanden voor zijn dood heeft zij hem thuis verzorgd. Zo hebben we dan (helaas) overeenkomsten in onze levens. Het zijn geen super diepgaande gesprekken die we hebben gevoerd, maar ook niet oppervlakkig. Anja is gestart in San Sebastián en heeft voor de Camino del Norte gekozen omdat haar man, een politieman, heel erg van de kust hield. Net als ik begint zij de Albergues een beetje zat te worden en daarom verblijft zij vanavond in een B&B zo’n 4 km. voorbij Llanes. Het back tot basic is leuk voor jongelui of voor een enkele keer, maar met een klein beetje luxe is niets mis.

Met de minivan op vakantie, slapen aan het strand en surfen

We hebben over van alles gekletst en de km.’s vlogen voorbij. We kwamen langs verticale gaten in de rotsen, waar zeewater bij hevige golfslag het water door naar boven perst. Het lijken dan net geisers. De golfslag is vandaag niet zo heftig, dus je hoort wel het beuken van het water op de rotsen, maar we zien geen geisers. We komen langs een schitterend uitzichtpunt over zee, langs pittoreske kerkjes en mooie oude huizen. Dit was een bijzondere tocht, in meerdere opzichten.

In Llanes nemen Anja en ik afscheid van elkaar. Ik zoek de Albergue op en zij gaat door naar haar B&B. Wellicht komen we elkaar weer tegen onderweg, of niet. You never know. Rond 14:20 uur check ik in bij Albergue La Estación (het station). Het nog steeds in gebruik zijn spoorwegstation is deels omgebouwd tot herberg. Ik ben één van de eerste gasten die vandaag aankomen, dus kan elk bed kiezen dat ik wil. Het is een slaapzaal met 6 bedden, waarvan 2 stapelbedden en ik kies een vrijstaand bed. Het matras en het kussen zijn met plastic omhuld, dus dat zal wel zweten worden vannacht. Het beddengoed is inbegrepen bij de prijs, maar ik vertrouw de deken niet en gebruik vannacht mijn travelblanket. Ik kan ongestoord m’n bed opmaken en douchen, dus als de volgende gast arriveert ben ik bijna klaar. Ik ga Llanes in, wat ik als een lieflijk havenplaatsje ervaar. Ik kan nog een tweegangen dagmaaltijd voor € 14,= bestellen (als – verlate – lunch) bij één van de restaurants. Dus ik zit lekker Paella te eten als voorgerecht en Schnitzel met patat als hoofdgerecht. Een vreemde combi, maar ik kan de Spaanse kaart niet goed lezen, dus ik gok ook maar een beetje. Begeleid door twee av biertjes en een flesje water, hoef ik vanavond niet meer te eten.

Paella als voorgerecht, heel lekker en de nodige koolhydraten
De jachthaven van Llanes

Na afloop struin ik op m’n gemakkie door Llanes en ontdek hoe leuk dit stadjes is. Enigszins toeristisch, maar ook met historie. Zo heeft het een oude muur om een deel van de stad en historische gebouwen. Ook is de pier het bezichtigen waard, want de grote wand in zee, die de haven tegen de stormen uit de Golf van Biskaje moet beschermen, is bezaaid met enorme betonnen blokken, die met allerlei kleuren en motieven zijn beschilderd.

Beschilderde betonblokken als zeewering

Op de weg terug bel ik met Greet en Clemens en ik kan mijn ervaringen delen. Als ervaren Camino gangers kunnen zij zich heel goed inleven in wat ik meemaak. Ik weet zeker dat Clemens mijn tocht ook echt mee beleefd, het zijn fijne vrienden. De laatste goede daad doe ik voordat ik de Albergue bereik. Voor mij loopt een wat oudere pelgrim bepakt en bezakt en zoekt de Albergue. Ik wijs hem de weg en een andere man in vrijetijdskleding vraagt mij in een gebroken soort Engels of ik weet waar de Camino loopt. Ik ben een beetje verbaasd over de vraag, maar het blijkt een pelgrim uit Oost Europa te zijn die voor morgen wil weten waar hij moet starten. Ik laat hem de route op mijn app zien en hij is tevreden. De oudere pelgrim staat beteuterd voor de deur van Albergue el Estación. In het Duits verteld hij mij dat er geen slaapplek meer is. Ik probeer hem te helpen, maar de drie overige herbergen in Llanes zijn gesloten. De vermoeide man lijkt ten einde raad. Ik stap naar binnen en vraag aan de vriendelijke mevrouw van de receptie in een combi van Engels en gebrekkig Spaans of zij geen oplossing weet. Kan zij niet voor de Peregrino iets gaan regelen? Zij bedenkt dat er in Poo, het volgende dorp, mogelijk plek is. Zij belt en de pelgrim kan er gelukkig terecht. Een happy end van deze waardevolle dag. Overigens slapen de twee Italianen (btw. een setje) hier ook, gelukkig niet bij mij op de kamer.

Buen Camino

Dag 11 – zondag 12 sept. 2021

Etappe 8 – van Comillas naar La Franca, gepland 31,1 en gelopen 33,4. Totaal heb ik er nu 225,6 km. opzitten.

6:00 uur ging de wekker, bij mij en bij de Franse pelgrim. Ik denk dat direct de hele slaapkamer wakker was. In het donker ging ik mij verzorgen en toen ik terug op de kamer kwam, waren de 2 Italianen en de Fransman ook op. Dat is een nadeel van gemeenschappelijk slapen, je bent afhankelijk van hoe laat anderen op willen staan. Het ontbijt was keurig geregeld en aan tafel had ik een gesprekje met de Franse pelgrim. Ik weet inmiddels van hem dat het zijn derde Camino is en hij afstanden loopt van meer dan 40 km. per dag. Op zijn bestemming van vandaag, Llanes, ben ik morgen pas van plan aan te komen. Zijn interesse voor motoren komt doordat hij voor zijn beroep motorreizen beschrijft. Zo is hij al in Zuid Oost Azië en Zuid Amerika geweest voor zijn job. Zelf beschikt hij over meerdere motoren. Lijkt me een geweldige baan die hij heeft. Er schuiven twee jonge vrouwen uit Polen aan, die goed Engels spreken. Ze hebben nog geen overnachtingsplek voor vanavond en de eigenaar van de Albergue adviseert hen om te reserveren bij de plek waar ik ook ga slapen. Een goede herberg zegt hij, dan heb ik een juiste keus gemaakt.

Comillas ontwaakt. Pelgrims gaan op pad

Om 7:30 uur ging ik op pad en het ochtendlicht was weer schitterend. Ik passeer het Palacio de Sobrellano. Het paleis van Sobrellano is ontworpen door Joan Martorell, studiegenoot van Gaudí, in opdracht van de I Marquees of Comillas, de zakenman Antonio Lopez Lopez. Het paleis is authentiek architectonisch erfgoed, van neogotische stijl. Ook passeer ik het Centro Universitario CIESE – Comillas. Het CIESE-Comillas (Internationaal Centrum voor Hogere Spaanse Studies) is een universitair centrum dat zich toelegt op onderwijs, onderzoek en verspreiding van de Spaanse taal en de Spaanse cultuur. Overigens heb ik helaas weinig kunnen zien van Comillas. Het schijnt een stad te zijn met mooie zandstranden en een mix van traditionele architectuur. Wellicht komt een tweede bezoek er nog een keer van.

Palacio de Sobrellano
Centro Universitario CIESE – Comillas

Er hangt dauw over de dalen als ik de kustroute volg richting San Vincente da la Barquera, een mooie kustplaats aan de Ria de San Andrés. Ik heb de officiële kustroute genomen, die langs een golfbaan loopt. De alternatieve route is korter en loopt letterlijk over de golfbaan. Bij het bord ‘hoyo 17 (hole 17) verlaat je daar dan de golfbaan. Onderweg komt er een groepje mensen met hun runderen over de provinciale weg lopen. De auto’s moesten aan de kant, want de kudde moet naar een nieuwe wei. In SVdlB heb ik er inmiddels ruim 10 km. opzitten en is het tijd voor een koffiebreak. Er zit al een pelgrim op het terras van de cafetaria en ik raak kort met hem in gesprek. De Peregrino is afkomstig uit Mexico en loopt de gehele Camino del Norte. Zijn knieën zijn ingepakt en als hij vertrekt zie ik dat het lopen hem moeite kost. Dat wordt een zware tocht.

Ik vertrek na de koffie en loop langs de oever van de rivier de Ria de San Vincente en kruis deze over een brug. SVdlB was al een havenplaats in de Romeinse tijd. Bij mooi weer kun je hier vandaan zelfs de Picos de Europa zien (pieken van Europa) en het is mooi weer. Ik zie alleen niet de toppen met eeuwige sneeuw. Het is een bergketen met uitschieters van boven de 2.000 mtr. Het hoogste punt is Torre de Cerredo van 2.648 mtr. Gelukkig loopt de Camino del Norte langs het bergmassief, maar het benauwd me wel een beetje dat ik straks wel langs en over bergen moet. Dan zijn de heuvels die ik heb gehad alleen maar kinderspel geweest.

San Vincente da la Barquera

Voor het dorpje La Acebosa passeer ik twee Italiaanse jonge mannen. Niet degene die in de Albergue in Comillas hadden geslapen. We praten even wat en we komen een bord tegen waar op vermeld staat de de originele Camino over de top van de heuvel gaat. De alternatieve route slaat af, gaat over een fietspad en is 3 km. korter. Uiteraard moet ik weer stoer doen, de Italianen slaan af. Zo’n 50 mtr. verder stopt een auto naast me en de bestuurder probeert me duidelijk te maken dat ik niet goed loop. Ook komt de Mexicaanse pelgrim uit tegenovergestelde richting, die heeft de chauffeur wel weten te overtuigen, maar mij mooi niet. Ik neem de officiële route, de Mexicaan de alternatieve. Het wordt klimmen, maar bovengekomen vind ik het de moeite waard geweest. Twee wielrenners die daar aankomen vragen mij een foto van hen te maken en zij maken er één van mij.

Voor de rest loopt de route veel langs een provinciale weg, niet ongevaarlijk. Er staan zelfs borden langs de kant van de weg, waarbij automobilisten gewaarschuwd worden voor pelgrims. Het is ook een gevaarlijk volk, die perigrinos. De uitzichten zijn prachtig met het bergmassief op de achtergrond. Onderweg passeer ik opnieuw de twee Italianen, ik heb een hoger looptempo dan die twee. Dit terwijl zij ook nog drie km. minder hebben gelopen. We komen langs een monumentje voor pelgrims. Incidenteel kom je dit soort plekken tegen waar Peregrinos een steen achterlaten.

Gevaarlijk volk die pelgrims
Monumentje voor pelgrims

Ik kom door een stuk bos waar wordt gejaagd, daar hou ik niet zo van. Gelukkig kom ik er heelhuids doorheen. Uiteindelijk bereik ik na ruim 33 km. de Albergue. Er zijn al een aantal pelgrims, waaronder twee Duitse vrouwen, een 73 jarige Fransman en Jasper uit NL. Nadat ik heb gedoucht praten we wat. De vier hebben meerdere etappes samengelopen, maar morgen haakt één Duitse vrouw af. Zij vindt de afstanden die er gelopen wordt teveel. Morgen maakt zij een kortere etappe. De twee Italianen slapen ook in de Albergue en één van de twee voelt zich niet lekker. Ik hoop dat hij morgen is opgeknapt. Ook de twee Poolse jonge vrouwen arriveren. Gezamenlijk hebben we straks een maaltijd. Het was geen gemakkelijke dag, maar ook niet superzwaar. Morgen heb ik een tocht van zo’n 21 km. naar Llanes voor de boeg.

Buen Camino

Dag 10 – zaterdag 11 sept. 2021

Etappe 7 – van Santillana Del Mar, naar Comillas. Gepland 22,2 km. En gelopen 23,1. Totaal nu 192,2 km.

Wat was het vandaag weer een voorrecht om zo’n wandeling te mogen maken. Fantastisch weer, schitterende vergezichten en leuke dingen meegemaakt. Ik gun iedereen die het kan, mag en/of zich kan permitteren, zo’n ervaring. Mijn dag begon om 6:30 uur, toen de wekker afging. Mijzelf verzorgd, de laatste dingen in de rugtas gedaan en mijn wandeling kon beginnen. Voordat ik echter zou vertrekken wilde ik eerst nog foto’s maken van een ontwakend Santillana Del Mar. Misschien kon ik nog ergens een ontbijtje scoren, maar ik had daar bij voorbaat al weinig fiducie in. Mijn vermoedens bleken juist en de enige mensen die ik op straat tegenkwam waren andere pelgrims.

Santillana Del Mar is nog niet ontwaakt

Mijn wandeling begon rond 7:55 uur en het was lekker fris. De meeste andere wandelaars hadden vesten aan, maar ik was slechts in een polo en korte broek gekleed, voor mij warm genoeg. Mijn tempo lag laag. Niet omdat ik nou zo langzaam liep, maar omdat ik veel stopte om foto’s te maken. Wat een cadeautjes kreeg ik op de vroege ochtend. Het warme licht van de zonsopkomst gaf een geweldig mooie gloed over het ontluikend landschap. In de dalen lag een mist van dauw, die optrok naar mate de zon warmer werd. Het maakte mij niet uit dat ik weinig opschoot, want dit was meer waard dan tempo. Een vijftig tal meters voor mij liep een vrouwelijke pelgrim (peregrina), die een beetje dezelfde loop snelheid aanhield als ik.

Na ruim 6 km. was er in het dorpje Caborredondo (dat klinkt toch wel wat beter als Assendelft hè) een restaurantje open waar al pelgrims aan de koffie zaten. Uiteraard heb ik een café con leche besteld, met een stuk tortilla als ontbijt. Nu zijn de Spaanse tortilla’s heel anders als de Zuid Amerikaanse. Dit zijn een soort dikke pannenkoeken en bestaan uit kleine stukjes aardappel, gemengd door gestold ei. Daar zitten dan waarschijnlijk kaas en ham doorheen, maar je hebt ze ook met tonijn en paprika. Een stevig ontbijt dus.

De route ging verder en vanzelfsprekend ging die van kerk tot kerk. Één speciale wil ik er uit lichten, de Iglecia de Cigüenza. Deze kerk uit de 18e eeuw werd gebouwd in opdracht van Don Juan Antonio Tagle Bracho Pascua, tja dat is wel wat anders als Jan Smit. Deze meneer dus, was als arme emigrant naar Peru vertrokken, maar op latere leeftijd schatrijk teruggekeerd naar Spanje. Daar werd hij graaf, door zijn in Peru verdiend kapitaal en liet deze kerk bouwen. Hij heeft drie altaren volledig vanuit hout laten beeldhouwen, maar heeft het eindresultaat nooit mogen aanschouwen. Hij stierf in Peru, voordat hij de ongeschilderde altaren af kon laten maken. Behalve het centrale deel van het grootste altaar, dat geschilderd deel is afkomstig uit Peru. Overigens zijn in deze streken veel expats loaded teruggekeerd uit Zuid-Amerika, zij hadden de bijnaam ‘Indianos’. Dat was overigens geen geld wat verdiend was met hard werken. In Spanje schopten deze teruggekeerde emigranten het tot markies, of aartsbisschop. Met geld is alles te koop. Bij de kerk ontmoet ik de peregrina die al die tijd voor mij uit heeft gelopen. Het is een vrouw uit Duitsland die een deel van de Camino del Norte loopt. Zij vertrekt als ik de kerk in ga.

Iglecia de Cigüenza

In Cóbreces is de keuze om een alternatieve route te nemen die meer het binnenland in loopt, of de officiële route langs de kust. Ja, ik blijf consequent. Cóbreces is een groot dorp met veel kerken en een neogotische Cisterciënzer-abdij, uit 1906 en geheel uit beton opgetrokken. Destijds was dit het eerste volledig uit beton opgetrokken gebouw in Spanje. De Cistercienzer orde is opgericht door Robert van Molesme in de Abdij van Citeaux. De monniken waren uiterst strijdvaardig, predikten, leidden kruistochten en voerden inquisitie.

Dr Cisterciënzer-abdij
Cóbreces

Onderweg kom ik een hoefsmid tegen die op straat de ijzers van een paard vervangt, grappig. De route gaat ook langs de kust en het is prachtig weer voor de strandgangers. In Ruiloba schiet een pelgrim uit Frankrijk mij aan met (vertaald) “heb je dat in die garage gezien”? De man liep al een tijdje tientallen meters voor mij en ik zag hem uit een huis komen, dacht ik. “Er staan oude motoren in”, vervolgde hij. Als Motorliefhebber draai je dan om en gaat terug. In de garage van een particulier, waar ik in mocht kijken stonden twee BMW motoren, waarvan één oudje en allebei puntgaaf. Ook stond er een classic BSA., zoals die van Oerend Hard, die van Tinus. ‘Keigaaf’ zouden onze Zuiderburen zeggen.

Links de oude zwarte BMW en rechts de groene BSA

Ook beleef ik in Ruiloba opnieuw zo’n momentje van ‘hoe bestaat dat nou’. Ik heb na mijn verlaat ontbijt geen stop meer gemaakt, maar het wandelen gaat lekker en ik kwam geen cafetaria of zoiets tegen. Het is nog maar enkele kilometers naar Comillas dus ik loop lekker door. Ik heb mijn oortjes in en mijn playlist opstaan. Overigens als je enigszins vermoeid bent sta je meer open voor muziek. Het maakt emotie los en de teksten komen sneller binnen. Altans, zo werkt dat bij mij. Soms loop ik dan met traantjes in de ogen als ik ‘geraakt’ word. Dat kan ik makkelijk doen, want er is toch niemand die naar me kijkt. Ik passeer het ‘Monasterio de San José Carmelitas Descalzas’, een Karmelieten klooster. Ik denk ‘hé de poort staat open, ik ga dat terrein en gebouw bekijken’. In mijn oren staan The Rolling Stones op en ik wandel de tuin in. Ineens is het doodstil in mijn oren. Hebben m’n Rolfstone oortjes de geest gegeven vraag ik me af? Totdat ik helder van geest word en bedenk, hoe kan je nou ook zo’n religieuze plek betreden met ‘Sympathy for the devil’ in je oren. Er werd even ingegrepen. Dit is echt gebeurd. De oortjes kreeg ik later gewoon weer aan de praat.

Monasterio de San José Carmelitas Descalzas

De laatste kilometers gaan vlot en rond 14:15 uur kom ik aan bij de Albergue in Comillas. Het oogt als een goed georganiseerde herberg, modern, ordelijk en schoon. Het is een slaapruimte met 5 stapelbedden en afsluitbare lades onder het onderste bed. Voor de bedden hangen gordijnen die privacy bieden. De jongens slapen hier apart van de meisjes. Het sanitair, ook gescheiden, ziet er keurig uit en er is ook gelegenheid om kleren te wassen. De kosten zijn € 24,= incl. ontbijt. Grappig is dat zowel de Duitse peregrina als de Fransman hier ook slapen. Nu nog een plek vinden om lekker te kunnen eten en m’n dag kan niet meer stuk. Morgen volgt een etappe zo’n 28 km. naar Colombres, maar ik denk er om 4 km. aan vast te plakken, omdat ik daar waarschijnlijk een overnachting in een herberg kan reserveren. Wordt vervolgd.

Buen Camino

Dag 9 – vrijdag 10 sept. 2021

Etappe 6 – van Santander naar Santillana Del Mar. Gepland 36,3 km. En gelopen 37,3. Totaal 169 km.

Het zou een lange dag worden vandaag. Ik was bewust bijtijds opgestaan om vroeg te kunnen starten met wandelen. Even na 7:00 uur stapte ik de bakkerij/ lunchroom ‘Peter & Pan’ binnen (pan = brood). Na een café con leche met een ‘croissantje gezond’, met ham, kaas en ei, liep ik naar de route van de Camino. De 1ste km.’s gingen door de hoofdstraten van Santander. Langzaamaan zie je de buurten minder uitstraling krijgen. Is het in het centrum ‘glitter and glamour, hier wordt het al wat sjofeler. Zodra ik de buitenwijken bereik heb ik er al aardig wat km.’s opzitten. Ik passeer het moderne Universiteitsziekenhuis ‘Hospital Universitario Marqués de Valdecilla’ en uiteindelijk wordt de omgeving gelukkig landelijker. Ook het geruis van de (snel-)wegen maakt plaats voor enige stilte.

De havenwijk bij zonsopkomst
Hospital Universitario Marqués de Valdecilla Het Universiteitsziekenhuis van Santander

Het uitzicht wordt agrarisch en ik ga ergens voor Boo behoorlijk de mist in. Er staat duidelijk een officieel Camino bord linksaf, met de tekst ‘Acer’, maar als ik die volg verschijnen er geen nieuwe pijlen. Het duurt even dat ik ze mis en na raadpleging van de Wise app, keer ik terug naar de afslag. Daar zie ik vier mannen twijfelen welke route zij zullen nemen en de vier maken wel de juiste keus. Als ik ze achterop kom raken we aan de praat, samen lopen we een tijdje op. Het zijn vier vrienden uit het zuiden van Ierland. De groep bestaat eigenlijk uit zes man, maar één is er vanochtend opgenomen in het ziekenhuis met acute rugklachten. De zesde vriend is bij hem gebleven. Tijdens het lopen belt de patiënt en ik kan geen woord van het Ierse dialect (of ‘slang’) verstaan. Blijkt dat de uitgevallen wandelaar even moet blijven, injecties heeft gehad en flinke pijnstillers. Elk jaar gaan gaan de zes vrienden een week wandelen en vorig jaar zijn ze gestart met de Camino del Norte in Irun, de eigenlijke startplaats, tussen Biarritz en San Sebastián. Deze tweede week zijn ze gestart in Portugalete en ik realiseer me als ik dat hoor dat ik hen al eerder ben tegengekomen.

In Boo aangekomen heb ik er al bijna 15 wandelkilometers opzitten en moeten we een keuze maken. De originele route wordt onderbroken door een spoorbrug over de ‘Rio Pas’. Er bestaat een omweg, maar die is 7,5 km. langer. Het is dubbelspoor en de trein komt gemiddeld één keer per 30 min. Sommige pelgrims lopen het stuk over de rails en de spoorbrug naar de volgende halte. Dit wordt sterk afgeraden want het is gevaarlijk en strafbaar. Een geaccepteerd alternatief is één halte met de trein, van Boo naar Mogro.

De Ieren wachten op de trein

Ik had de keuze al gemaakt om dit te doen en de Ieren sluiten zich bij mij aan. Uiteraard rijdt de trein op een Spaanse tijdschema, dus een kwartier later dan gepland vertrekken we. Ik had van een Duits sprekende Spaanse jongeman te horen gekregen gewoon in te stappen, toen ik vroeg hoe wij zouden moeten betalen, want er was geen afrekenautomaat, alleen (ook daar) een OV. laadpunt. “Gewoon instappen en de volgende halte eruit” zij de sympathieke knul, “er wordt toch nooit gecontroleerd. Er zit alleen een machinist op de trein.” Zijn beheersing van het Duits komt omdat hij een Duitse moeder heeft. De Ieren stonden schaapachtig te kijken en konden het gesprek niet volgen. Na de korte rit zijn we uitgestapt op het stationnetje van Mogro en hebben wij met z’n vijven koffie (een paar ook al bier) en wat erbij genomen en even gezellig zitten kletsen.

Het stationnetje van Mogro

De vier Ieren vertrokken terwijl ik met Es aan het bellen was. Ik had haar nog niet gesproken vandaag. Vond het ook niet vervelend dat de mannen hun eigen etappe liepen, want dat wil ik ook het liefst. Ik heb ze overigens de verdere dag niet meer gezien, wel andere pelgrims. Vanuit Mogro zijn er weer verschillende routes te kiezen die uiteindelijk leiden naar Santilliana Del Mar. Ik kies, hoe kan het ook anders, voor de traditionele Camino die in dit gebied wel een kerkentocht lijkt. Bijna elk dorp heeft wel een godshuis en de ene is nog ouder, beter onderhouden of mooier dan de ander.

Het wandelen door landbouw en veeteelt gebied loopt op z’n eind, een stuk voor Cudón. Daar gaat de Camino kilometers lang over een grindweg naast afwateringsbuizen. Daar neem ik de tweede break van vandaag als de de teller op ruim 25 km. staat. Het laagland is hier moerassig in het uitloopgebied van de ‘Rio Saja’. Ik vermoed dat dit geen schone rivier zal zijn, want langs de oever liggen grote bedrijven met zware industrie. Geen prettig gebied om doorheen te lopen, maar voorbij Viveda wordt het weer landelijker. Het laatste stuk naar SDM. gaat weer door het lieflijke platteland, met rust.

Het dorp Santilliana Del Mar is historisch en toeristisch. Als ik rond 16:20 uur de plaats in loop zijn er nog veel toeristen. Het dorp heeft nog originele straten met keien, ademt nog steeds een middeleeuwse sfeer uit en bevat verschillende goed bewaarde gebouwen (vnl. uit 12de tot 15de eeuw). Dicht bij dit dorp ligt de grot van Altamira. Hier zijn rotstekeningen gevonden, waarvan wordt geschat dat die 15.000 jaar oud zijn. De tekeningen staan op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Ik zoek mijn overnachtingsplek op, die aan de Camino ligt en stap lekker onder de douche. Na 9 uur op weg te zijn geweest, kan ik wel een opknapbeurt gebruiken. Na mij verzorgd te hebben breng ik nog wel een bezoek aan de Benedictijnerabdij Colegiata Santa Juliana (uit de 12de eeuw). Helaas mag ik bij die Benedictijnen niet gratis naar binnen. Pelgrim of niet, gewoon betalen. Ik heb het stadje nog doorgewandeld en een av. Biertje gedronken op het Playa Mayor – het hoofdplein. Daar werd een podium opgebouwd. Want er zou ’s avonds de Spaanse Hans Klok optreden. Leuk, maar niet voor mij. Morgen weer bijtijds op en op weg naar Comillas, een route van ruim 22 km.

Benedictijnerabdij Colegiata Santa Juliana

Buen Camino

Dag 8 – donderdag 9 sept. 2021

Rustdag in Santander. De toerist uitgehangen en relaxed.

Het had gisteravond hard geregend. Het kletterde tegen de ramen van het hotel en op straat. Toch waren de trottoirs droog toen ik om 8:20 uur opstond, laat voor mijn doen. Ik had vast geslapen en de gordijnen waren potdicht, zodat er geen daglicht door naar binnen was gedrongen. Ik ben een beetje uit m’n hum, doordat ik zo vast heb geslapen. Zal het wel nodig hebben gehad. Na mezelf verzorgd te hebben kon ik in het hotel nog een ontbijt nuttigen (voor € 5,=) en dat kon er nog mee door ook. Als enige in de eetzaal had ik het rijk voor mijzelf.

Buitenzijde van de kathedraal

Even na 10:00 uur ging ik op pad en het is bewolkt weer. De temperatuur is daarentegen heerlijk, ik loop in een sportshirt en sportbroekje dat is warm zat. Op m’n heup hangt mijn mocrotasje, met voor mij belangrijk inhoud. Veel gedragen attribuut door jongelui uit de nieuw Nederlandse gemeenschap. Nee, ik draag geen badslippers met witte sokken. Ik was vandaag van plan om de kathedraal van Santander te bezoeken, officieel El Catedral de Nuestra Señora de la Asunción de Santander. Dit historisch monument, bestaande uit meerdere gebouwen, stamt uit de 12e eeuw n.Cr., maar is gebouwd op de overblijfselen van de Abdij van Santander uit de 8ste eeuw. Deze was op zijn beurt weer opgetrokken op de resten van een Romeinse vesting, Cerro de Somorrostro. De kathedraal is in 1941 deels verwoest door een brand die de gehele oude binnenstad van Santander in de as had gelegd. Het heeft 13 jaar geduurd voordat het godshuis weer open kon. Tijdens de desastreuze brand werd een gebied van meer dan 37 straten in het historische centrum (ongeveer 14 hectare) vernietigd. Slechts één persoon vond de dood.

Binnenzijde van de kathedraal

Ik wil de kathedraal binnen gaan en om een stempel vragen voor in mijn Credencial en wie staat er voor m’n neus, Stan. Zo’n grote stad en twee Nederlandse pelgrims ontmoeten elkaar opnieuw, voor een kathedraal. Dat kan geen toeval zijn. We krijgen beide onze stempel, praten wat en gaan onze weg. Stan had de kerk al bezocht en ik ging het nog doen. De historie van het gebouw is goed bewaard gebleven en zelfs de opgravingen uit de Romeinse tijd zijn te zien onder glas.

Het binnenhof van de kathedraal

Na dit bezoek ga ik richting waterkant om het Centro Botín te bezichtigen. Dit moderne gebouw is een kunstcentrum dat afhankelijk is van de Botín Foundation. Het gebouw is ontworpen door de architect Renzo Piano en werd geopend in 2017. De foundation is opgericht en vernoemd naar Emilio Botín, voormalig president directeur van de Banco Santander. Dit is de grootste bank van Spanje en staat internationaal op de 29ste plaats op de ranking van grote banken. Ter vergelijking, de ING-groep (de grootste van NL.) staat op de 46ste plek. De invloed van de familie Botín is nog steeds van enorm groot belang voor de stad Santander. Op dit moment is er in het museum een expositie te zien van Picasso. Een bezoek sla ik maar over, ik wil wat meer van de stad zien.

Centro Botín
Het veer naar Somo, met op de achtergrond het Centro Botín

Onderweg naar en van het Centro Botín kom ik leuke beeldengroepen en kunstwerken tegen. Dit maakt zo’n stad echt de moeite waard om te bezoeken.

Monumento al Incendio de Santander
Monumento a Los Raqueros

Ik vervolg mijn wandeling langs de waterkant van de baai van Santander en wil graag het Palacio de Festivales de Cantabria (PFC) bekijken. Letterlijk het festival paleis van Cantabrië, is een gebouw met een multidisciplinaire roeping (theater, film, muziek, dans) en biedt dit normaliter het hele jaar door aan, zowel nationaal als internationaal. Het gebouw met zijn aparte architectuur, het marmer en de verkleurde koperen beplating is heel opvallend. Het heeft wel iets van een modern sprookjeskasteel.

Palacio de Festivales de Cantabria

Voor het gebouw ligt een oud droogdok, el Dique de Gamazo, gebouwd achter een dam op uitgebaggerde grond uit de baai van Santander. De bouw begon in 1884 en was klaar in 1908. Het dok is omzoomd met grote stenen en heeft de vorm van een amfitheater, met een smeedijzeren afsluitdeur.

el Dique de Gamazo, het oude droogdok

De bewolking is minder geworden en de zon breekt door. Ik wandel op m’n gemakkie terug naar de oude, vernieuwde stad en onderweg koop ik nog wat fruit en water om morgen mee te nemen. Ik neem nog wat foto’s van interessante of leuke plekken en lunch met Pintxos en een alcoholvrij biertje. Naar het hotel neem ik de OV-lift wat ik toch een opmerkelijk ding vindt. Het hoogteverschil tussen de wijken is behoorlijk groot, te groot om met trappen te overbruggen. Morgen gaat de 6e etappe naar Santilliana del Mar en het wordt een lange wandeling en een stukje met de trein. Ik ben van plan vroeg op pad te gaan. Heb al gezien waar ik om 7:00 uur kan ontbijten.

Monumento a Velarde
Ik zou geen plaatselijke elektricien willen zijn

Buen Camino

Dag 7 – woensdag 8 sept. 2021

Etappe 5 – van Güemes naar Santander. Gepland 15,3 km., gelopen 17,7. Totaal 132 km.

Tja, en dan slaap ik ook nog goed met drie Spanjaarden op een kamer. Natuurlijk wordt er licht gesnurkt en hoor je winden, maar ik had alleen last van blaffende honden om 4:45 uur. Ik had de wekker op mijn horloge om 6:30 uur gezet en ben stilletjes in het donker opgestaan. De Spanjaarden wilden schijnbaar nog even blijven liggen. Ik ben me gaan verzorgen en op het toilet naast mij, gescheiden door een dun wandje, deed iemand datzelfde. Dat gaat helaas niet geruisloos, alles gemeenschappelijk hè. Lekker gedoucht, tas ingepakt, ik beduidend meer werk dan de meer geroutineerde Spanjaarden en gaan ontbijten. De leuke vrouwen uit het hoge noorden waren er ook, evenals een grote groep andere pelgrims. Btw., volgens mij ben ik nu een ‘echte’ Peregrino. Ik heb gehoord dat je na 100 km. Pelgrim i.o. (in opleiding) af bent. Zal nog wel even moeten wachten op m’n diploma.

Ik wil nog wat kwijt over de Albergue en degenen die daar werken. Diep respect voor wat deze mensen voor anderen over hebben. Op vrijwillige basis je inzetten voor pelgrims die in principe alleen maar langskomen om te eten en te slapen, daar neem ik m’n petje voor af. Er wordt geen kostenvergoeding aan de pelgrims gevraagd, alleen, als je dat wilt, een ‘donativo’. Een bedrag naar wat je de verzorging waard vindt en naar draagkracht. Op een muur grenzend aan de binnentuin is een mooie spreuk geschilderd: “Para quien camina siempre hay un sol amaneciendo” – “Voor degenen die lopen is er altijd een zon die opkomt”. De pelgrims nemen hartelijk afscheid van elkaar en met een ‘“Buen Camino” gaat een ieder zijn weg.

De route naar Santander kan op verschillende manieren gelopen worden, al dan niet met een tochtje over het water. Ik kies voor de langst route met een bootovertocht, omdat dit sowieso weinig kilometers zullen worden en ik genieten kan van het uitzicht over zee. Het is opnieuw prachtig weer en ik heb er zin in. Ik loop langs een tweebaansweg die door heuvelachtig gebied gaat. In Galizano splitst de Camino zich voor de korte wandeling naar Somo, of een iets langere langs een kustpad. Ik weet dat Sylvia en Marja de kortere hebben genomen omdat zij na de boottocht door Santander vandaag verder lopen naar Bo (nee, niet naar mijn schoondochter). Stan heeft verteld dat hij ook de korte route neemt, om vandaag even wat rustiger aan te doen. Hij heeft ook zware etappes achter de rug (zie zijn FB. pagina). Ik kies voor een omweg omdat ik van het uitzicht wil genieten en ik vandaag toch de tijd heb. En uitzichten heb ik gekregen.

Sylvia en Marja op pad
De ochtendstond …..
In de verte ligt Santander, de bestemming van vandaag

Aanvankelijk is het nog steeds asfalt vanaf Galizano, maar bij de kust aangekomen wordt het een onverharde weg. Heerlijk weer, een zeewindje en prachtig uitzicht, dat is genieten. Ik loop rustig, want om de haverklap maak ik een stop voor foto’s. Het zijn lieflijke baaien met strandjes, kliffen en eilandjes die ik tegenkom. De zachte deining van de Cantabrische zee is nu te licht voor de surfers die in hun buscampers hebben overnacht. Een coole relaxte atmosfeer straalt het uit.

Voor Somo verschijnt de skyline van Santander, aan de andere zijde van de baai met die naam. Bij ‘Isla de Santa Marina’ eindigen de kliffen en ontvouwen zich de brede stranden van Los Tranquilos, Playa de Lordeo en Playa Somo. Het is eb dus het zeewater ligt op tientallen meters van het droge zand. Op mijn hoge wandelschoenen in outdoor outfit en backpack loop ik op m’n gemakkie tussen de mensen in zwemkleding of met wetsuits aan, want ook hier wordt gesurft. Ik heb niet het idee dat ik uit de toon val, maar dat doe ik natuurlijk wel. De strandgangers zijn waarschijnlijk die pelgrims wel gewend, maar blijft vreemd volk. Even bekruipt me het idee “zal ik helemaal uit m’n comfort zone gaan”? Mijn rugzak afdoen, mijn zwembroek uit de tas pakken, me omkleden en een duik nemen? Even kwam dat gevoel, vind het ietwat teveel werk en krijg inmiddels ook wat trek. Het is bijna 11:30 uur en ik loop al 14 km. Aan één stuk, weliswaar met een niet hoog tempo, maar ook schijnbaar zonder moeite. Het is me voorspelt dat een lichaam zich aanpast aan de inspanningen. Ik denk dat dit gaande is.

Ik wil hier ook wat kwijt over hoe ik mij voel. Ben heel blij dat mijn voeten zich erg goed houden. De eerste dagen voelde ik wat druk onder m’n hielen, maar dat is weg. Geen blaren (even afkloppen) of andere sores. Ik heb wel last van de monnikskapspier (de Trapezium Transversa), vooral aan de linker kant. Voortaan noem ik hem de pelgrimstasspier, dat klopt wat beter. Deze was opgezet door de band(en) van de rugtas en dat was behoorlijk pijnlijk. Inmiddels neemt de gewenning toe en de zwelling af. De huid is nog wel wat geïrriteerd. En dan het mentale deel van de vijf eerste wandeldagen. Ik mis Es, onze dieren en thuis, maar het is geweldig dat je mbv. de moderne elektronica thuis zo dichtbij kan halen. Ik mis ook m’n familie en vrienden, maar daar heb ik in samenspraak voor gekozen. Ze zeggen dat de eerste twee weken van een Camino vooral een weerslag op het fysieke is. De tweede twee weken komt de mentaal moeilijke periode en de derde twee weken (of meer) wordt het genieten. En dat zijn net de twee weken dat Es over komt vanuit NL. Alleen worden dat voor haar de eerste twee weken.

Om 11:50 uur ben ik bij de pier waar het bootje van Somo naar Santander aan zal meren. Hij moet om 12:00 uur vertrekken, maar ja die Spaanse klok hè. Er staan een hoop wachtenden, waaronder ook andere pelgrims, die toch allemaal op het iele bootje passen. De vaargeul is, doordat het laag tij is, smal en behendig loodst de schipper zijn vracht naar Santander. Ik raak nog aan de praat met een Spaanse oud militair die les heeft gegeven op de Nederlandse KMA. (Koninklijke Militaire Academie) in Breda. Ook hij is, samen met zijn vrouw en een groep senioren, vanaf Bilbao op weg naar Santiago de Compostela. Zij doen het echter met de bus. Vannacht slapen zij ook in Santander en morgen in SdC.

Aangekomen in de hoofdstad van Cantabrië, ga ik ergens lunchen en daarna op weg naar mijn hotel. Om van de route van de Camino naar mijn hotel te komen moet ik hoogteverschil overbruggen. Gelukkig zijn daar OV.-liften voor die mij naar de lager gelegen havenwijk brengen. Ik check in en ga wat rusten en morgen de stad verkennen. Na vijf wandeldagen lekker een rustdag.

Buen Camino

Dag 6 – dinsdag 7 sept. 2021

Etappe 4 – van Laredo naar Güemes. Gepland 28,7 km. En ook gelopen. Totaal nu 114 km.

Het is nog donker als ik op sta, mij verzorg, de rugtas inpak en vertrek. Ik eet een droog croissantje met een café con leche in een cafeteria die open is en de etappe van vandaag kan beginnen. De route gaat aanvankelijk over de boulevard van Laredo en die is zo’n 4 km. lang. De stad ligt op een landtong tussen een rivier, de Ria de Treto en de Cantabrische zee. Aan weerszijden van de rivier is een groot beschermd natuurgebied waar vogels, op de heen terugweg uit Afrika, fourageren. Aan de overkant van het water ligt Santona, onder aan een heuvel. Laredo kent geen extreme hoogbouw en wordt vooral bezocht door Spaanse toeristen. Tussen de boulevard en het brede strand liggen lage duinen. Opvallend is hier ook het grote getijdeverschil, kenmerkend voor de Atlantische kust.

Het strand van Laredo, voor zonsopkomst

Aan het eind van de boulevard gaat die over in een weg die leidt naar de uiterst punt van Laredo, vanwaar het veer naar Santona vertrekt. Ik was trouwens gisteren vergeten om een stempel in mijn Credencial te laten zetten. In het hostel waar ik sliep kon het niet vanwege de elektronische check in. Ik ben nu aan het eind van de boulevard een hotel ingestapt en gevraagd of zij een stempel wilde geven, “no problemo”.

De boulevard met duinen

Om 8:45 uur staat er al een rij wandelende en fietsende pelgrims te wachten op de steiger. Voor het eerst hoor ik hier Nederlands spreken. Twee vrouwen die later Sylvia en Marja blijken te heten staan ook te wachten. Ik raak met hen aan de praat en het blijken twee schoonzusters te zijn, afkomstig uit Friesland en Drenthe. Zij hebben al vaker een Camino gelopen en ditmaal zijn zij gestart in Laredo. Zij zijn met Transavia gevlogen op Bilbao, vanaf Rotterdam. Het naar hun mening oninteressante wandelstuk tussen Bilbao en Laredo hebben zij overgeslagen. Het veer vaart pas vanaf 9:00 uur en dat betekent in Spanje 9:15 uur. Bij het aan boord gaan word je temperatuur gecontroleerd en mondkapjes zijn verplicht, ook in de open lucht. Het kwartiertje varen kost € 3,= en brengt de pelgrims naar het vervolg van de route van vandaag. Overigens kan je ook een omweg maken zonder veer, maar dat is ruim 4 km. extra lopen.

Sylvia en Marja en een rij wachtenden voor de boot
De loopplank is uitgelegd en iedereen kan aan boord

Vanaf Santona loopt de route langs de gevangenis, de Penal de el Duese. Een grauwe muur met prikkeldraad en schietgaten. Vervolgens gaat de weg langs het strand van Playa de Berria. Ik besluit na pas 8 km., maar toch al 2 uur onderweg te zijn een koffiebreak in te lassen. De boottocht heeft extra tijd gekost. De route gaat na het strand de hoogte in, om na de heuveltop van Punta el Brusco, af te dalen naar de stranden van Playa Trengadin, Playa de Helgueras en Playa Noja. Het is een pittige klim, over een rotsachtig pad, waarvan ik vind dat het op sommige stukken zelfs gevaarlijk is. Het is klimmen en klauteren en met bagage die je evenwicht verstoord kan het link zijn. Een stel Denen hebben enorm veel moeite met de klim, ik passeer ze en vraag me af hoe lang zij over het stuk zullen doen. Ik heb gelukkig wel mooie foto’s kunnen maken van uitzichten van beide zijdes van de heuvel. Na even op adem te zijn gekomen, laat ik snel het strand achter mij om op een ongeplaveide weg richting Noja te wandelen.

De Denen, ik weet niet of zij boven zijn gekomen
De stranden

Vandaar gaat de route meer het binnenland in en verandert ook de omgeving. Na Castilla Sieta Villa’s wordt het landbouw en veeteelt gebied, waarbij er vwb. de landbouw veel mais wordt geteeld en nu ook geoogst. Ik passeer San Miguel de Meruelo en neem na 21 km. even een break. Ik ben weliswaar moe, maar ik moet door. De hele ochtend is het bewolkt geweest en juist als de omgeving weinig schaduw kan bieden breekt rond 14:00 uur de zon door en gaat onbarmhartig schijnen. Het is weer bijna 30 gr. en het zweet druipt van me af. Het klimmen en dalen gaat door, maar langzaamaan komt Guemes, de bestemming van vandaag dichterbij.

Ik heb gisteren een slaapplaats kunnen reserveren in de Albergue La Cabana del Abuelo Puerto. Dit wordt geleid door pastoor Ernesto (84 jaar) en idealist in hart en ziel. Voor zijn inzet voor de minderen in de maatschappij heeft hij een onderscheiding gekregen. Ook runt hij deze albergue met tientallen vrijwilligers voor elk jaar tienduizenden pelgrims. Na een presentatie over de albergue en hun goede doelen, nuttigen wij een gemeenschappelijke maaltijd. Zo’n 30 pelgrims met ik geloof 9 nationaliteiten. Sylvia en Marja zijn er ook en gezamenlijk draaien we een was. Morgen lekker schone kleren aan. Met beide vrouwen heb ik even fijn kunnen kletsen. Ook Stan sluit zich laat bij de groep aan. Met Stan uit NL. heb ik digitaal contact, want wij lopen ongeveer dezelfde etappes. We zijn elkaar echter nog niet eerder tegenkomen. Stan schrijft veel over zijn ervaringen, met mooie foto’s op FB. We slapen in gemeenschappelijke slaapzalen, jongens en meisjes door elkaar. En om 22:30 uur moet het stil zijn.

De slaapzaal, in het achterste bed, onder het raam hoop ik te kunnen slapen. Met drie Spanjaarden, twee mannen en een vrouw

Buen Camino

Dag 5 – maandag 6 sept. 2021

Etappe 3 – van Castro Urdiales naar Laredo. Gepland 31,1 km. en gelopen 33,3 Totaal heb ik er nu ruim 85 km. opzitten.

Het was een zware dag, laat ik daar maar mee beginnen, dan is dat alvast van mij afgeschreven. Maar het was ook een mooie en waardevolle dag en dat compenseert veel. Ik zal niet meer over het slapen schrijven, want na Bilbao is dat geen probleem meer, gelukkig. Na mij verzorgd te hebben en de rugtas te hebben ingepakt een ontbijt genomen bij een broodjeszaak annex cafetaria. Meer pelgrims hadden de zaak weten te vinden en behalve een paar locals, die op schreeuwerige toon converseerden, waren het pelgrims die de omzet verhoogden. Even gebeld met Debora, want mijn dochter is vandaag jarig. Ze heeft het gelukkig geen probleem gevonden dat haar vader niet bij haar verjaardag kon zijn. Goed dat er mobieltjes bestaan. Bij de start van de tocht van vandaag een mooie foto van de zonsopkomst aan de Cantabrische zee kunnen maken.

Het haventje van Castro-Urdiales, bij zonsopkomst

De eerste kilometers van de route gingen langs de A8. Ik weet trouwens niet of ze er hier ook een soort Coentunnel in hebben, maar er zijn Spaanse overwinnaars zat dus het zal wel. Een aantal keren gaat de route onder de snelweg door, waarna uiteindelijk deze langs de kust komt te lopen. Het uitzicht over zee langs de kliffen is prachtig. In een cafetaria, na ruim 10 km. en 2 uur verder, kom ik dezelfde pelgrims tegen die ik ook bij het ontbijt tegen kwam. Twee stellen, waarvan één een Mexicaans Australische combi is. En wat schetst mijn verbazing, Andrea loopt langs met z’n sleepkarretje. We groeten elkaar hartelijk, maar hij loopt door, omdat hij net is gestart.

Rot(s)pad
De Cantabrische kust

De route vervolgt langs een provinciale weg, wat wel vreemd aanvoelt, want het eerste stuk is er geen voetpad en loop ik op het asfalt langs de wegkant van de vangrail. Later is dit beter en wandel ik achter de vangrail. Het uitzicht over het strand van ‘Playa de Arenillas’ is mooi en verder loop ik langs de uitloper van de ‘Rio de Oriñón’, de rivier die hier in zee uitmondt. Uiteindelijk gaat de Camino het binnenland in en sterk omhoog. Een colletje van de 1ste categorie, een flinke kuitenbijter. Ik loop ook niet meer op verharde wegen, maar op een bospad met rotsgrond en losse stenen. O ja, de temperatuur is inmiddels zo’n 30 gr. met een hoge luchtvochtigheid. Overigens zijn de vergezichten prachtig. Na ruim 21 km. en de top van het bergje, de ‘Peña de las Abejas – 338 mtr.’, te hebben gepasseerd, neem ik even een staande rustpauze. Andrea komt langs, we praten even in een Italiaans soort Engels en hij groet me en loopt verder. Schijnbaar heeft hij ergens een rustpauze genomen en ben ik hem gepasseerd. Overigens ben ik ook langs andere pelgrims gelopen, elke keer groet je elkaar. ’T Is een beetje het gevoel van motorrijders die de hand opsteken naar elkaar, iets van “we horen bij hetzelfde soort”, spreekt mij wel aan.

Playa de Arenillas
Een beeldje van Jezus langs de kant van de weg, met waarschijnlijk door pelgrim achtergelaten stenen. Onder zijn zichtbare hart is de ‘Jacobsschelp’ te zien.

De afdaling naar de kust gaat top en opnieuw gaat de Camino onder de A8 door. Ik neem een filmpje met een felicitatie op om naar Debora te sturen en merk dat ik geëmotioneerd raak. De vermoeidheid en het feit dat ik niet bij haar verjaardag kan zijn raakt me. Na zo’n 24 km. kom ik er achter dat mijn water op is. In m’n Deuter rugzak heb ik een waterzak van 3 ltr. die ik vanochtend zo’n tweederde had gevuld. Mijn waterfles met Isostar heb ik bij de laatste stop al leeggedronken. Beginnersles: “vul je watervoorraad bij zodra die op dreigt te raken”. Ik dacht van “nog maar een km. of 10, dus dat red ik wel”. Sterker nog, er zijn veel fonteinen met drinkwater in Spanje. Bijna elk dorp, of bij elke kerk staat of hangt er wel één. Ik dacht bij de laatste voor de 8 km. naar Laredo, “ach ik pak de volgende wel. Moet die tas weer van mijn rug en ik heb net een lekker looptempo”. Tja, toen kwam er geen meer en daar was het eindtraject. Een kuitenbijter van waarschijnlijk ook de 1ste categorie en met opnieuw rotsgrond, grote keien en steenslag. Arme Andrea die straks met zijn karretje over het smalle pad met rotsen moet. Ik was hem onderweg weer gepasseerd, zittend op een terras aan een biertje, pratend met een vrouwelijke pelgrim met gele rugtas en rode pet. Overigens wat ben ik blij dat ik op hoge Hanwags loop. Met trailrunners had ik door m’n enkels gegaan.

Oud kerkje met fontein,
toen had ik nog voldoende water

Het uitzicht over de kliffen met zicht op Laredo is magnifiek, maar ik moet moeite doen om dit waar te nemen en te waarderen. De dorst slaat toe en dat is niet fijn met een forse lichamelijke inspanning en bij deze warmte. Mijn reddende engel kwam letterlijk, nou ja figuurlijk dan, op de top van de heuvel in de vorm van een pelgrim uit Zwitserland. Hij gaf mij zijn reservefles water en ik dronk die gelijk dankbaar leeg. De pelgrim was één van drie Zwitsers, 70ers, die een kortere etappe naar Laredo hadden afgelegd. Ze waren onder de indruk dat ik er al ruim 30 km. op had zitten. Gezamenlijk zijn we afgedaald naar Laredo. Daar hebben we bij de kerk afscheid van elkaar genomen, na nogmaals mijn dank uitgesproken te hebben en heb ik een terrasje gepakt om de rest van mijn dorst te lessen. Na afloop het laatste stuk naar het Hostel gewandeld. Dit heeft een volledig elektronische check-in, of dat nou zo handig is? Spaart wel de bezetting van een receptie uit.

Zicht op Laredo

Vanavond voor het eerst een warme maaltijd gegeten. Ik had het ’s middags al tegen Esther gezegd: “ik heb trek in een schnitzel met frites” en een restaurant die dat op de kaart heeft staan heb ik gevonden. Lekker gegeten, met een kop koffie toe en uitzicht op het strand. Wat wil een mens nog meer. O ja, gezelschap en ik mis mijn liefste. Er wordt rond 20:30 uur nog steeds gebruik gemaakt van het strand. Er lopen zelfs nog mensen in badpak. Het is trouwens nog 25 gr.

Buen Camino

Dag 4 – zondag 5 sept. 2021

Etappe 2 – van Portugalete naar Castro Urdiales. Gepland 25,4 km., maar er 34,5 gewandeld.

Eindelijk een wat betere nacht gehad, ondanks mijn slaapkamergenoot die snurkte. Een Spaanse bicyclist, die geen woord Engels sprak. Ook een groep (waarschijnlijk) Oost Europeanen die na 3:00 uur pas hun bed opzocht en hun gesprek in de slaapkamer naast ons voortzette, kon me nauwelijks wakker maken. Ik zal het wel nodig hebben gehad. Echter om 6:00 uur ging mijn interne wekker af en een kwartier later ben ik opgestaan en heb me verzorgd. Was wel even fijn, ik had het rijk voor mezelf. Na ingepakt te hebben en het ontbijt gegeten te hebben ging ik op pad. Wat wel grappig was dat ik tijdens het ontbijt in gesprek raakte met een mevrouw uit Bulgarije. Zij zou vandaag vanuit Portugalete starten en richting Santander wandelen. Op FB. had ik net een berichtje gelezen over een medepelgrim uit NL. die schreef over een ontmoeting met een mevr. Uit Bulgarije en ja, het was dezelfde.

Peregrino Rob op pad
Portugalete ontwaakt

Portugalete was nog niet ontwaakt toen ik de stad verliet. Het ochtendgloren gaf een mooie rode gloed over de verder lelijke industriële omgeving. Overigens barst het hier van de snelwegen. Er wordt in NL. geklaagd over veel asfalt, hier kennen ze er ook wel raad mee. Ze zijn trouwens wel heel vriendelijk voor fietsers. Er zijn ruime fietspaden, er bestaat zelfs een fietsruilsysteem en ik kwam zelfs een paal tegen met allemaal gereedschap om je fiets te repareren. Inclusief lucht, bandenlichters en schroevendraaiers. Heb ik bij ons nog nooit gezien en wij zijn toch een echt fietsland.

Ik liep de stad uit langs zo’n fietspad, waar veel gebruik van wordt gemaakt door wielrenners, richting La Arena een kustplaats met een mooi strand. Onderweg ben ik de regiogrens gepasseerd, alhoewel ik mij afvraag of de Basken zich wel een regio van Spanje vinden, getuige de graffititekst op een muur. Na het Baskenland ben ik aangekomen in Cantabria, ook een autonome regio. Grappig, zelfs de Camino signing is hier anders, maar ook beter. De schelp wijst andersom de richting aan dan in Baskenland. De route ging af en toe van het fietspad af, maar uiteindelijk eindige dit stuk, samen met het fietspad bij het strand. Daar heb ik na zo’n twee uur lopen en bijna 11 te hebben afgelegd, lekker even uitgerust met een ‘café con leche grande’ en een sandwich.

Na zo’n half uurtje van mijn rust te hebben genoten heb ik nog wat foto’s genomen van het strand, waar al volop gebruik van wordt gemaakt en vervolg ik de route over een kustpad. Overigens kom ik al de hele ochtend veel pelgrims tegen. In groepjes of individueel, maar nog geen Nederlanders. Wat leuk is dat je veel gegroet wordt en uiteraard dus ook teruggroet. Je bent als pelgrim toch wel een beetje bijzonder. Al is het maar door je kleding. Bijna iedereen loop of fietst in sportkleding, zwemkleding of licht aangekleed en de pelgrims lopen veelal in outdoorkleding, met wandelschoenen en met bepakking op hun rug. Leuk zijn ook de wensen van mensen die je passeert. Het “Buen Camino” hoor je regelmatig.

Fotograaf op het strand van La Arena

Op het kustpad heb ik kunnen genieten van prachtige uitzichten en het was een heerlijke wandeling. Het enige smetje is dat vlak voor de buitenwijken van Castro Urdiales een petrochemisch bedrijf op de kliffen is gebouwd. Dat uitzicht is nou niet zo tof. De route splitst zich vlak voor Onton. De meeste pelgrims volgen de kustroute en bereiken CU., na zo’n kleine 7 km. Tja, ik moet weer zonodig eigenwijs zijn en de traditionele weg nemen die met een behoorlijke omweg, met flink wat stijgen en dalen zo’n 10 km. langer is.

Het strand van La Arena vanaf het kustpad
De route langs de kust

De weg gaat door lieflijke plaatsjes en klimt over de eerste 5 km. zo’n 300 mtr. De top van dit bergje, Pico de la Helguera, is op 366 mtr. hoogte. Neem van mij aan dat ruim 300 mtr. klimmen met een rugzak op geen pretje is. Maar ja “de reis is het doel” en dat is dus mijn mantra. Het heeft me wel wat zweet gekost in de brandende zon. Ik draag sinds vanochtend wel een pet, anders krijg ik geen blaren op mijn voeten, maar op mijn hoofd. Overigens heb ik ’s middags lekker mijn Bluetooth oortjes ingedaan. Aanvankelijk met mijn afspeellijst van Spotify op, maar vanaf 15:00 uur ‘langs de lijn’. Ik wil graag de verrichtingen van Max op Zandvoort volgen. Ach, een pelgrim mag toch ook een verzetje hebben. De daling loopt voor een groot deel op een tot fiets- en voetpad omgebouwde spoorlijn, de ‘Via Verde Translaviña’. Het is een oud stilgelegd mijnspoorwegtraject. Het stationnetje van Otañes staat er nog steeds. Voordat ik weer de bewoonde wereld inkom prijkt er aan de linkerzijde een afgegraven heuvel. Het is de gigantische steengroeve van Santullán.

Het stationnetje van Otañes
De steengroeve van Santullán

De weg vervolgt langs het buitengebied en de strakke straten van CU. om te eindigen bij het haventje. Daar ligt ook de hostel waar ik slaap, La Sota, met een kleine eenpersoons kamer en privé sanitair, niet onbelangrijk. Voordat ik naar mijn nachtverblijf ga, ga ik nog lekker op het terras zitten met een alcoholvrij tapbiertje en wat Pintxos. Op mijn telefoon heb ik de laatste ronden van Max op Zandvoort kunnen bekijken. Toch wel bijzonder zo’n prestatie. Ik heb weer genoten van vandaag.

Het haventje van Castro-Urdiales

Buen Camino

Dag 3 – zaterdag 4 sept. 2021

Etappe 1 – van Bilbao naar Portugalette, 17,3 km., terwijl de route van ruim 19 uitging

Opnieuw een matige nacht gehad. Kon de slaap niet vatten, helemaal niet vanwege de Spaanse televisie die ergens tot 01:30 uur opstond. Om 5:00 uur ging wederom ergens die irritante wekker af (was dus geen computerspelletje, maar een wekker die niet werd afgezet). Was dus klaar wakker. Dan alleen maar uitrusten en rond 6:30 uur opgestaan. Na me verzorgd te hebben en de rugtas te hebben ingepakt, een cappuccino met croissantje en zoet broodje wezen nuttigen. Rond 8:10 uur ging ik op pad en rond 8:25 uur zette ik mijn eerste stap op de Camino del Norte voor de kathedraal van Bilbao.

Start voor de Santiagokathedraal in Bilbao
De eerste pijl

De eerste kilometers gingen nog door de stad en na meer en meer de buitenwijken door te zijn gelopen ging de weg omhoog. Er zijn drie routes die door Bilbao lopen en in Portugalette komen ze alle drie samen. De kortste route is ook de minst interessante, want die loopt langs de rechteroever van de Nervión door industriegebied naar Portugalette. De tweede en derde starten samen en lopen tot een afslag omhoog, gelijk op. De tweede route loopt daarna langs de linkeroever door stedelijk gebied. De derde, de traditionele, officiële en langste route maakt een afslag door de heuvels boven Bilbao en is rustiger, maar wel de langste en met flink wat hoogteverschil. Ik heb gekozen voor de derde, de traditionele variant.

De buitenwijken van Bilbao

Het ging goed tot de splitsing van route twee en drie en ik de afslag omhoog mistte. Ik volgde trouw gele pijlen en had geen dubbele set naar links gezien. Na zo’n 500 mtr. kwam ik achter mijn fout en moest de afstand dus weer teruglopen. Afijn er zitten er dan pas 5 km. op, dus is het nog geen probleem.

Terug bij de afslag liep er een pelgrim met een sleepkarretje achter zich aan. Het was een bruinverbrande jonge vent, met gitzwart haar dat eindigde in twee vlechtjes. Ook hij dreigde dezelfde fout te maken als ik, dus kon ik hem hiervoor behoeden. De rest van de route hebben we samen afgelegd tot Portugalette. De pelgrim, Andrea, was afkomstig uit Italië en was vanuit zijn thuisland twee en een halve maand geleden gestart en via Frankrijk nu op weg via de Camino del Norte naar Santiago de Compostela. Vandaar loopt hij nog door naar Finisterre en daarna Portugal in. Hij heeft geen eindbestemming en geen eindtijd in gedachten. Op zijn karretje heeft hij al zijn benodigde spullen in tassen. Hij slaapt grotendeels in een tent en kookt zelf. Het begrip ‘selfsupporting’ begreep hij niet, maar doet het wel.

Andrea met zijn sleepkarretje
De groene heuvels rond Bilbao

Het communiceren gaat gebrekkig. Andrea’s Engels is heel beperkt, maar hij kan zich goed uiten in het Spaans en Frans. Tja, daarin lukt het mij weer niet. Met een mengsel van al die talen en handen en voeten bespreken we eenvoudige dingen. Zo was Andrea, 43 jaar, van beroep schilder, maar heeft hij zijn baan opgezegd en zijn huis verkocht. Hij heeft geen relatie, behalve een kat die hij bij iemand onder heeft moeten brengen. De grenzen met Frankrijk en Spanje is hij illegaal gepasseerd en hij had nog nooit een QR code gezien als bewijs van NON COVID. Andrea was dus ook niet gevaccineerd, maar had wel een lelijk kuchje. Ons contact bleef dus op afstand. We hadden een beetje hetzelfde looptempo, hij liep eigenlijk iets sneller, maar ik kon hem gelukkig wel bijhouden. Om samen te kunnen lopen had ik mijn lunch uitgesteld. Was wel fijn om samen de pijlen te zoeken, want die zijn niet altijd even duidelijk. Zeker niet in het stedelijk gebied. Ondanks dat we samen uitkeken naar de pijlen of bordjes ging het toch nog soms mis. Kleine detours waren het gevolg.

De route was na het stedelijk gebied mooi landelijk. We hebben behoorlijk moeten klimmen en het zweet droop van ons af. Het weer was prachtig, zonnig, warm en af en toe een verfrissend windje. Na de heuvels op en af te zijn gelopen kwamen we in het nieuw stedelijk gebied van Barakaldo. Daarna in het haven gebied langs de Nervión en uiteindelijk in Portugalette. Een soort ‘IJmuiden’ van Bilbao. Hier is iets speciaals, het enige ‘zweefveer’ van de wereld. Er gaat een grote cabine, waarin passagiers, maar ook fietsen en auto’s, heen en weer vervoerd worden over de Nervión. Dit veer hangt aan kabels aan een stellage over de rivier. Heel apart.

In Portugalette scheidde onze wegen. Andrea ging nog door met zijn karretje en ik ging ergens wat drinken en eten. Na afloop van mijn late lunch heb ik de Albergue opgezocht en ingecheckt. Dit wordt dus mijn eerste nacht in een herberg. Het ziet er hier keurig uit en ik slaap op een kamer met 2 stapelbedden. Normaal dus voor vier personen, maar vanwege Corona gehalveerd. Ik werd rondgeleid en kreeg te zien waar de gemeenschappelijk sanitair is, jongens apart van de meisjes en waar de schoenen geplaatst moeten worden. Het bed moest ik uiteraard zelf opmaken, maar er is wel een locker voor de rugtas.

Het vertrekkend veer

Vanavond een tochtje over de rivier gemaakt met het zweefveer. Een aparte gewaarwording. Overigens kon ik het voor de kosten niet laten. € 0,45 Voor de heenreis en € 0,45 voor de terugreis. Kosten voor het OV. zijn in NL. wel wat hoger. Overigens betaal ik ook niet veel voor de herberg,’ Albergue Bide Ona’. € 15,= Voor de overnachting en € 3,= voor het ontbijt. Op weg naar en van de haven is een weg met behoorlijk wat hoogteverschil. Voor de wandelaars (en pelgrims?) hebben ze rolbanen naar boven aangelegd. Sympathiek volk die Spanjaarden. Vanavond bijtijds naar bed en ik hoop nu wel lekker te kunnen slapen. Alhoewel…….. Morgen weer bijtijds op en op weg naar Castro-Urdiales.

Buen Camino

Dag 2 – vrijdag 3 sept. 2021

Toerist in Bilbao

Afgelopen nacht heb ik matig geslapen. De voorzieningen in het pension, zoals het bed en sanitair, zijn prima, maar het is er erg gehorig. Rond 5:00 uur had iemand het onzalige idee om computerspelletjes te gaan spelen, met die afschuwelijk irritante deuntjes. Ik heb daardoor een tijd wakker gelegen. Rond 7:45 uur ben ik opgestaan, doordat Esther me appte en ben me daarna lekker op m’n gemakkie gaan verzorgen. Een klein uur later heb ik een croissantje met een cappuccino gescoord bij Starbucks. Vanaf morgen ben ik pas een echte pelgrim hè 😄. Het is bewolkt weer, maar er heerst een heel aangename temperatuur en het blijft droog vandaag, niet onbelangrijk. Bilbao oogt als een heel moderne stad, met veel indrukwekkende architectuur en kunstwerken. De stad maakt de indruk welvarend te zijn, maar toch zijn er veel bedelaars op straat. Je vindt er heel weinig supermarkten of levensmiddelenwinkels, maar er zijn veel kleine restaurants, koffiebars en wijnbars. Er wordt waarschijnlijk veel buiten de deur gegeten.

De beeldengroep ‘Las sirgueras’, door de kunstenaar Dora Salazar, een rechtvaardiging van het belang van vrouwenwerk en de weg naar gelijkheid.

De eerste wandeling die ik ondernam was naar de Zubizuri-brug, ook bekend als de Puente del Campo Volantin. Dit is de opvallendste brug over de Nervión. De rivier die dwars door Bilbao loopt. Calatrava, de architect van de Ciudad de las Artes y las Ciencias in Valencia, heeft de wandelbrug ontworpen in de jaren 90. Een opvallend witte boog houdt de brug in evenwicht.

De Zubizuri brug

Vandaar ben ik doorgewandeld naar het Guggenheim museum, dat ook aan de Nervión ligt. Het indrukwekkende gebouw werd in de jaren negentig geopend als de derde vestiging van de Solomon R. Guggenheim Foundation, na het museum in New York en de Peggy Guggenheim Collection in Venetië. Voor Bilbao was de komst van het museum een belangrijk onderdeel van de geplande renovaties en vernieuwingen in de stad. Opvallend zijn buiten de kunstwerken van Louise Bourgeois, ‘Maman’, de reuzenspin en de Westhighland terriër van Jeff Koons, ‘the Flower Puppy’. Ik heb het museum niet van binnen bewonderd, omdat ik graag wat meer van de stad wilde zien. Bij het Guggenheim kwam ik wel de eerste pelgrim tegen, een Fransman uitgedost met de traditionele schelp en wandelstaf.

Het Guggenheim museum aan de Nervión
Maman, van Louise Bourgeois
Flower Puppy van Jeff Koons

Na het Guggenheim ben ik teruggewandeld naar het Plaza Moyúa, het centrale plein in de nieuwe stad en van daar uit opnieuw naar de Zubiziri brug en die overgestoken. Aan de overzijde van de Nervió is na een kleine wandeling de opstaphalte van de kabelbaan, de ‘Funicular de Artxanda’. Je vertrekt op de Plaza Funikularreko in het centrum om uiteindelijk 226 meter hoger de top van de Artxanda-berg te bereiken. Er is een indrukwekkend uitzicht over de hele stad. De kabelbaan werd al in 1915 geopend en legt een afstand van 770 meter af. Daar heerlijk van de rust en het uitzicht genoten. Jammer dat het geen helder weer is.

De kabelbaan Funicular de Artxanda

Weer beneden aangekomen heb ik de oever van de Nervió gevolgd richting het oudste stadsdeel van Bilbao, de ‘Casco Viejo’, officieel bekend als Las Siete Calles, ofwel de zeven straten. Onderweg nog foto’s gemaakt van de ‘Ayuntamiento de Bilbao’, het gemeentelijke administratie bureau en de ‘Iglesia de San Nicolas’, de Sint Nicolaaskerk. Net als in de oude centra van veel Spaanse steden kan je in de Casco Viejo rondstruinen in smalle steegjes tussen oude gekleurde huizen. Het oude centrum is niet groot en je wandelt er makkelijk doorheen.

Redelijk centraal in het oude centrum van de stad prijkt de ‘Donejakue Katedrala’ (in het Baskisch) – ‘Santiago Kathedrala Bilbao’ (in het Spaans), oftewel de Santiagokathedraal. De oudste delen van de kathedraal dateren uit de veertiende eeuw. Hier start ik morgen mijn Camino. Voor de entree van de kathedraal moet je betalen. Als senior (65+) krijg je normaliter korting, maar doordat ik om een stempel vroeg in mijn Credencial hoefde ik, omdat ik een pelgrim ben, helemaal niet te betalen. Ik ben niet religieus opgevoed, integendeel, maar toch raak ik wel degelijk onder de indruk van de sfeer en devotie in zo’n kerkelijke omgeving, “There are more things between heaven and earth, Horatio, than are dreamt of in your philosophy” (Shakespeare’s Hamlet).

De Santiagokathedraal van Bilbao
De eerste stempel in mijn Credencial
De kathedraal van Santiago de Bilbao
Zicht op het binnenplein van de kathedraal

In omgekeerde richting heb ik de Caminopijlen gevolgd naar de ‘Basilica de Begoña’, gewijd aan de beschermheilige van de Vizcaya (Bizkaja), maagd van Begoña. De kerk werd in de zestiende eeuw gebouwd op de top van een heuvel. Net als de kathedraal staat ook deze basiliek op het programma van de meeste pelgrims die naar Santiago de Compostela trekken. Om bij de kerk op de heuveltop te komen moest ik wel een hele reeks trappen trotseren, maar ook het overzicht over de stad maakte dit goed.

de Basilica de Begoña

Ik heb ook nog een bezoek gebracht aan de ‘Mercado de la Ribera’. Dit is de grote markthal van Bilbao. Je kan er op drie verdiepingen verse groenten, fruit, vlees en vis kopen. In de vroege ochtend schijnen hier ook de lokale chefs hun inkopen te komen doen. Je vindt er verder ook heel wat kleine barretjes waar je verse gerechtjes kan proeven. Als oud ‘food/ supermarktman’ kan ik genieten van zulke lekkere verse ingrediënten.

De Mercado de Ribera

Na nog een fotostop bij het oude operahuis, het ‘Teatro Artiaga’ had ik ‘het end wel in de bek’ en ben wat gaan rusten op m’n kamer in het pension. Vroeg in de avond heb ik weer lekker Pintxos gegeten en een alcoholvrij biertje. Ook hier zijn de lokale 0,0 biertjes erg lekker. Vanavond bijtijds naar bed en hopen dat ik een betere nacht doormaak dan de vorige. Uiteindelijk heb ik vandaag ruim 23.000 stappen gezet. Niet echt een rustige dag, maar zeker de inspanning waard. Morgenochtend vroeg op, wekker zetten en bijtijds op pad. Mijn pelgrimstocht gaat nu echt beginnen.

Buen Camino

Teatro Artiaga

Dag 1 – donderdag 2 sept. 2021

Reisdag van huis naar Bilbao.

Sint Jacobus, ‘de meerdere’

Dit is het eerste berichtje dat ik schrijf, dus alles gaat nog een beetje onwennig. Ik zit in mijn kamer in Pension Bilbao en op de stoel voor mij ligt het opvouwbaar toetsenbordje en m’n IPhone staat er achter. Even ervaren of dit werkt. De afgelopen dagen stonden in het teken van mijn vertrek naar Spanje. Ik sliep slecht door de spanning en Esther was ook niet helemaal zichzelf.

Afgelopen zondag hadden we een klein afscheid feestje voor de directe familie en Clemens en Greet. We hadden bij slagerij Veenboer een barbecue besteld met vlees en salades e.d., maar het weer zat helaas niet mee. Toch was het gezellig en kreeg ik nog wat cadeautjes voor mee op reis. Als toetje had Esther een heel mooie taart laten maken met de Camino schelp.

De Camino taart

Gisterenavond zijn we de kleinkinderen en Debora en Bo dag wezen zeggen. Jessy had een prachtige tekening gemaakt en ook kregen we armbandjes met zichtbaar ‘Believe’ (in yourself) en aan de binnenzijde de namen van de vijf. Ik zal de mijne trouw dragen.

Tekening van Jessy

Vandaag was het dus eindelijk zover. Nadat ik de laatste spullen had ingepakt werden Esther en ik opgehaald door Clemens en Greet met Brent, hun geweldige kleinzoon. Op Schiphol was het afscheid vol emotie en in m’n uppie ging ik op weg naar het vliegtuig. De vlucht verliep verder heel voorspoedig en om 16:45 uur landde het toestel op Spaanse bodem. Tijdens het wachten op mijn rugtas bij de bagageband kwam ik een oud collega tegen. Die (oud) AH.‘ers kom je ook overal tegen. Vanaf de luchthaven van Bilbao was het een korte rit met de bus en bij binnenkomst van de stad viel direct het Guggenheim museum in het oog, heel indrukwekkend.

Plaza Nueva, na een regenbui

Het was niet ver lopen van de bushalte, centraal in de stad naar mijn pension. Die ligt dicht bij de rivier met aan de andere zijde de oude stad, de ‘Casco Viejo’. Daar heb ik ‘s avonds aan het ‘Plaza Nueva’ lekker tapas gegeten met een alcoholvrij biertje. De tapas heet hier ‘Pintxos’ en het verschil is dat alle gerechtjes op of met (stok-)brood worden geserveerd. Na als toetje nog een lekker ijsje te hebben gescoord ben ik terug gegaan naar het pension.

Pintxos met een lekker alcoholvrij biertje van San Miguel

Het valt op dat de Corona maatregelen strenger zijn dan in NL. Zo dragen veel mensen op straat mondkapjes en is het verplicht om ze te dragen in winkels en restaurants. Het was dus weer even omschakelen. Vwb. het weer was het vanmiddag bewolkt in Bilbao en viel er vanavond wat regen. De temperatuur is heerlijk, maar wel merkbaar met een hoge luchtvochtigheid. Morgen ga ik de hele dag de toerist uithangen.

Buen Camino